Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/4.4.2
4.4.2 Rentefunctie
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264496:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
De Groot, De Iure Belli ac Pacis, nr. 2.12.20.2; Van Zutphen 1636, p. 404; Van Wassenaer 1661, nr. 14.57; Van Leeuwen, Censura Forensis, nr. 4.8.1; Van Leeuwen, Rooms-Hollands-Regt, nr. 4.12.5; Noodt, De foenore et usuris, nr. 2.9; Voet, Ad Pandectas I, nr. 20.1.23; Huber/Huber, Hedendaegse Rechts-geleertheyt, nr. 2.48.6-7; Vinnius, Quaestiones Selectae, nr. 2.7; De Groot, Inleydinge, nr. 3.8.5; Huber, Praelectionum juris civilis III, nr. 20.1.15; Van der Keessel, Praelectiones, nr. 3.8.5; Van der Linden 1806, nr. 1.15.7; De Blécourt 1939, p. 365; Thomas 2007, p. 62.
Van Bijnkershoek, OT, nr. 1545.
Het recht van pandgebruik had een rentefunctie als partijen hadden afgesproken een rentepandgebruik te vestigen. In dat geval bedongen partijen geen rentepercentage over de gesecureerde vordering. In plaats daarvan hield de pandgebruiker de gebruiksopbrengst als rentevergoeding.1
Een voorbeeld van een recht van pandgebruik met rentefunctie treft men aan in Observatie 1545 van Van Bijnkershoek. Lucius Titius mocht de landerijen gebruiken en mocht de gebruiksopbrengst houden. Graaf Hoogstraten kon Zevenbergen slechts terugkrijgen als hij aan Lucius Titius het bedrag van 45.798 betaalde. De gebruiksopbrengst kwam kennelijk niet in mindering op de gesecureerde vordering; er was dus sprake van een recht van pandgebruik met rentefunctie. Dit valt ook af te leiden uit de woorden pignus antichresticum2 (sic): in de Rooms-Hollandse literatuur wees het woord antichresis immers op een recht van pandgebruik met rentefunctie.