Antichresis en pandgebruik
Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/4.4:4.4 Functies
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/4.4
4.4 Functies
Documentgegevens:
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264367:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Noodt, De foenore et usuris, nr. 2.9; Voet, Ad Pandectas I, nr. 20.1.23; De Groot, Inleydinge, nr. 3.8.5; Van der Keessel, Praelectiones, nr. 3.8.5. Vinnius, Quaestiones Selectae, nr. 2.7. Mogelijk anders: Van Wassenaer 1661, nr. 14.57; Huber/Huber, Hedendaegse Rechts-geleertheyt, nr. 2.48.6-7.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de literatuur in de Rooms-Hollandse tijd komt naar voren dat het recht van pandgebruik in het Rooms Hollandse recht een rentefunctie of een aflossingsfunctie had. Als partijen uitdrukkelijk een recht van pandgebruik hadden gevestigd, had zij de functie die partijen waren overeengekomen.1
Voorbeelden van een (uitdrukkelijk) gevestigd rentepandgebruik zijn de verpanding van Zevenbergen en het advies van De Groot over de verpanding van een rentebrief. Een voorbeeld van een recht van pandgebruik waaraan uitdrukkelijk een aflossingsfunctie toekwam, is de verpanding van Woerden.
4.4.1 Aflossingsfunctie4.4.2 Rentefunctie4.4.3 Rentefunctie en rentemaxima4.4.4 Aflossingsverbod4.4.5 Stilzwijgend recht van pandgebruik