Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/1.6.4
1.6.4 Onwaardigheid in het testamentaire erfrecht
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859204:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Opzoomer 1850, p. 174.
Van der Kemp 1870, p. 5-6.
Van der Kemp 1870, p. 7.
Opzoomer 1850, p. 172-173.
Hieruit volgt dat de vergeving stilzwijgend kan geschieden. Onder het huidige recht ligt dit anders. Zie hierover nader H4.
Asser 1838, p. 328, Diephuis 1847, p. 451-452, Van der Kemp 1870, p. 12 en 19-20, Suijling & Dubois 1931, p. 35, Voorduin 1838, p. 97 en Weve, Themis Regtskundig Tijdschrift. Vijfde deel 1844, p. 413.
Van der Kemp 1870, p. 47-48 en Weve, Themis Regtskundig Tijdschrift. Vijfde deel 1844, p. 415-417.
Van der Kemp 1870, p. 47-48. De wetgever heeft bij de invoering van het nieuwe erfrecht dit voorschrift laten vervallen.
Artikel 959 OBW somt op wanneer een persoon wordt uitgesloten voordeel te genieten uit de uiterste wil van de erflater. Het artikel luidt als volgt:
‘Hij, die veroordeeld is omdat hij den erflater heeft omgebragt; hij, die den uitersten wil des erflaters heeft verdonkerd, vernietigd of vervalscht; of die den erflater door geweld of dadelijkheden heeft belet zijnen uitersten wil te herroepen of te veranderen, zal, evenmin als zijn mede-echtgenoot en zijne kinderen, uit den uitersten wil eenig voordeel kunnen genieten.’
De Nederlandse wetgever kon bij het redigeren van dit artikel niet varen op de Code Civil, nu daarin geen artikel was gewijd aan onwaardigheid in het testamentaire erfrecht.1 Het ontbreken van een dergelijke bepaling in de Code Civil vindt zijn verklaring in het feit dat het destijds naar Frans recht – in tegenstelling tot Nederlands recht – niet mogelijk was een erfgenaam te benoemen bij testament.2 Deze afwijking van de Code Civil maakt een regeling voor onwaardigheid in het testamentaire erfrecht noodzakelijk.3Artikel 959 OBW geeft hieraan gehoor.
De wetgever was bij het opstellen van artikel 959 OBW echter niet geheel stuurloos. Hij heeft artikel 885 OBW als startpunt genomen en vervolgens onderzocht welke van de aldaar opgenoemde gronden behouden konden blijven voor het testamentaire erfrecht.4 De poging tot het ombrengen van de erflater uit 885 lid 1 OBW en de lasterlijke beschuldiging uit artikel 885 lid 2 OBW zijn niet overgenomen, omdat een erflater door het niet veranderen van zijn uiterste wil of het nadien bevoordelen van de dader in zijn uiterste wil, geacht moet worden de bevoordeelde te hebben vergeven.5 De wetgever heeft niet strenger willen zijn dan de erflater zelf, die ondanks het hem aangedane leed, de begunstiging in stand laat.6
Het slot van artikel 959 OBW is in de literatuur met de nodige kritiek ontvangen. Wat Van der Kemp en Weve betreft ontsiert deze passage het artikel en steekt deze ongunstig af bij artikel 887 OBW.7 Volgens Van der Kemp had de wetgever artikel 959 OBW in overeenstemming moeten brengen met artikel 887 OBW of ten minste de echtgenoot en kinderen als tussenbeide komende personen moeten beschouwen. In het laatste geval kunnen de echtgenoot en kinderen wel voordeel trekken uit het testament als de onwaardige reeds is overleden op het moment dat de erflater het leven laat.8