Einde inhoudsopgave
De verbintenisrechtelijke bescherming van de kleine opdrachtnemer (MSR nr. 85) 2023/3.5
3.5 De overeenkomst van opdracht en schade: een analyse van andere bijzondere regelingen
N.M.Q. van der Neut, datum 22-09-2023
- Datum
22-09-2023
- Auteur
N.M.Q. van der Neut
- JCDI
JCDI:ADS855371:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Daarnaast stoelt deze keuze op hetgeen ik zojuist al noemde: mijn doel is het zoeken naar analogieën in andere bijzondere regelingen om de discussie over het beschermingsniveau van de opdrachtnemer verder te brengen. Een reflectie over de verhouding tussen goed opdrachtnemerschap (art. 7:401 BW), goed aannemerschap (art. 7:754 BW) en goed huurderschap (art. 7:213 BW) draagt daar bijv. onvoldoende aan bij, zo is mijn inschatting. Bovendien richt mijn vizier zich in dit onderzoek op de opdrachtnemer aan de onderkant, die de opdracht zelf (in persoon) uitvoert, waardoor verschillende bepalingen zich niet lenen voor een vergelijking, zoals art. 7:751 en 7:429 BW.
De verzekeringsplicht heeft met de sterke groei van de bezorgsector aan belangstelling gewonnen, zeker nu de bezorgers vaak werkzaam zijn op basis van een overeenkomst van opdracht (concl. A-G Hartlief, ECLI:NL:PHR:2021:153 voor HR 17 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1267 (Vivat)).
In paragraaf 3.3 heb ik de toepasselijkheid van het slachtoffervriendelijke regime van artikel 7:658 BW en de gevolgen daarvan voor de opdrachtnemer besproken. In paragraaf 3.4 heb ik mij geconcentreerd op de verbintenisrechtelijke regels op het gebied van schade en aansprakelijkheid, waarin niet alleen de situatie is behandeld waarin de opdrachtnemer schade lijdt, maar ook waarin hij schade toebrengt aan de opdrachtgever of een derde. In deze paragraaf bestudeer ik het bijzondere verbintenissenrecht dat (nog) niet van toepassing is op de opdrachtnemer. Ik ben op zoek naar analogieën die de discussie over het beschermingsniveau van de opdrachtnemer in het kader van aansprakelijkheidsvragen verder kunnen brengen. Daarbij beperk ik mij uitsluitend tot de regeling inzake de arbeidsovereenkomst. De reden daarvan hangt onder meer samen met de gelijkschakeling van artikel 7:658 lid 4 BW.1 Wellicht leidt deze gelijkschakeling tot enige kruisbestuiving in die zin dat de bescherming uit andere arbeidsovereenkomstrechtelijke bepalingen op dit gebied doorsijpelt, dan wel kan of moet doorsijpelen naar de overeenkomst van opdracht. Specifiek behandel ik twee leerstukken. Ik kies juist deze twee leerstukken, omdat zij bescherming (kunnen) bieden die de opdrachtnemer momenteel niet lijkt te hebben, terwijl daar mogelijk wel goede argumenten voor bestaan. Het eerste leerstuk is de verzekeringsplicht van de werkgever (artikel 7:611 BW),2 die naar mijn mening onder omstandigheden kan worden doorgetrokken naar de opdrachtgever op grond van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 1 BW) (paragraaf 3.5.1). Het tweede leerstuk ziet op de bescherming van de werknemer die bij de uitvoering van zijn werkzaamheden schade aan de werkgever toebrengt (artikel 7:661 BW), welke bepaling zich niet lijkt te lenen voor analoge toepassing, maar waarvoor wel goede redenen lijken te bestaan (paragraaf 3.5.2).
3.5.1 De opdrachtnemer lijdt schade3.5.2 De opdrachtnemer brengt schade aan de opdrachtgever toe