Einde inhoudsopgave
De verbintenisrechtelijke bescherming van de kleine opdrachtnemer (MSR nr. 85) 2023/3.4
3.4 De invloed van de algemeen verbintenisrechtelijke schade- en aansprakelijkheidsregels
N.M.Q. van der Neut, datum 22-09-2023
- Datum
22-09-2023
- Auteur
N.M.Q. van der Neut
- JCDI
JCDI:ADS855343:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Buiten het bestek van deze paragraaf valt o.m. de schade die is ontstaan door een ongeschikte hulpzaak. De opdrachtnemer kan hiervoor aansprakelijk zijn indien de schade aan hem kan worden toegerekend, tenzij dit onredelijk zou zijn (art. 6:77 BW). Uit deze tenzij-clausule blijkt overigens wel dat de opdrachtnemer met een laag tarief in de regel minder snel (volledig) aansprakelijk is dan de opdrachtnemer aan de bovenkant, nu o.a. rekening wordt gehouden met de verzekerbaarheid, de (mogelijkheden tot) exoneratie, het profijt, de deskundigheid, de draagkracht van de opdrachtnemer, de keuzevrijheid, de zeggenschap en de omvang van de schade in relatie tot de contraprestatie (HR 5 januari 1968, ECLI:NL:HR:1968:AB6963 (Fokker/Zentveld); concl. A-G Wissink, ECLI:NL:PHR:2020:175 voor HR 19 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1082 (Katholieke Universiteit/Verweerder); HR 19 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1090 (Verzoekster/Jeroen Bosch Ziekenhuis)). Daarnaast laat ik een bespreking van een aantal risicoaansprakelijkheden achterwege, waaronder die van de opdrachtgever die als bezitter of bedrijfsmatig gebruiker (art. 6:181 BW) aansprakelijk kan zijn voor gebrekkige roerende zaken (art. 6:173 BW), gebrekkige opstallen (art. 6:174 BW), gevaarlijke stoffen (art. 6:175 BW), dieren (art. 6:179 BW) en gebrekkige producten (art. 6:185 BW).
Uit de vorige paragraaf blijkt dat de opdrachtnemer aan de onderkant niet altijd wordt beschermd door artikel 7:658 BW. Bovendien ziet deze bepaling alleen op de situatie waarin de opdrachtnemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt doordat de opdrachtgever zijn zorgplicht heeft geschonden en niet op de gevallen waarin de schade bijvoorbeeld wordt veroorzaakt door een derde, die onder toezicht van de opdrachtgever valt. Ook heeft artikel 7:658 BW geen betrekking op de situatie waarin de opdrachtnemer de schadeveroorzakende partij is. Daarom analyseer ik in deze paragraaf of de algemeen verbintenisrechtelijke regels in dit kader de opdrachtnemer aan de onderkant bescherming kunnen bieden.
Het algemene verbintenissenrecht kent op het terrein van schade en aansprakelijkheid uitgebreide regelgeving. De in paragraaf 3.1 geschetste situaties komen in deze paragraaf alle drie aan bod: de opdrachtnemer lijdt in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade (paragraaf 3.4.1), de opdrachtnemer brengt in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade aan de opdrachtgever toe (paragraaf 3.4.2) en de opdrachtnemer brengt in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade aan een derde toe (paragraf 3.4.3). Bij deze bespreking analyseer ik of, en zo ja, hoe het algemene verbintenissenrecht de opdrachtnemer kan beschermen. Ik beperk mij vooral tot de zorgplicht van de opdrachtgever (voortvloeiende uit de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid ex artikel 6:248 lid 1 BW), de contractuele aansprakelijkheid voor een tekortkoming die is veroorzaakt door een hulppersoon (artikel 6:76 BW) en de kwalitatieve aansprakelijkheid van de opdrachtgever voor de opdrachtnemer (artikel 6:170-171 BW).1 Bij de behandeling van deze onderwerpen ga ik steeds ook in op de gevolgen van een eventueel exoneratiebeding, zowel als de opdrachtnemer dit tegenover de opdrachtgever heeft bedongen als in de situatie waarin de opdrachtgever dit heeft gedaan ten opzichte van de opdrachtnemer of een derde.
3.4.1 De opdrachtnemer lijdt schade3.4.2 De opdrachtnemer brengt schade aan de opdrachtgever toe3.4.3 De opdrachtnemer brengt schade aan een derde toe3.4.4 Afrondende bevindingen