Einde inhoudsopgave
De verbintenisrechtelijke bescherming van de kleine opdrachtnemer (MSR nr. 85) 2023/3.3
3.3 De schadelijdende opdrachtnemer: de zorgplicht van de opdrachtgever ex artikel 7:658 BW
N.M.Q. van der Neut, datum 22-09-2023
- Datum
22-09-2023
- Auteur
N.M.Q. van der Neut
- JCDI
JCDI:ADS855400:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1997/98, 25 263, 14, p. 6; Asser 2003, p. 67; Hartlief 2003, p. 151; Vegter, Bb 2003/24; Rauws 2003, p. 149 e.v.; Waterman 2009, p. 82 en 164; Lindenbergh, Arbeidsongevallen en beroepsziekten (Mon. Pr. nr. 13) 2021/2.23; concl. A-G Hartlief, ECLI:NL:PHR:2023:348 voor HR 9 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:872 (Hydrauvision Systems).
Waterman 2009, p. 81 e.v., die schrijft dat de beschermingsfunctie het meest treffende kenmerk van art. 7:658 BW vormt.
HR 22 januari 1999, ECLI:NL:HR:1999:AD2996 (Stichting Reclassering Nederland/X); HR 9 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3985 (Van Doesburg/Tan); HR 11 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR6657 (ABN Amro/Nieuwenhuys); Asscher-Vonk 2003, p. 140 e.v.; Van Nieuwstadt, ArbeidsRecht 2005/55; Tjong Tjin Tai 2007, p. 134; Waterman 2009, p. 81 en 164; Lebbing & Van der Veen, TVP 2011/3; Boot e.a., De zzp’er (MSR nr. 64) 2014/5.1; Lindenbergh, Arbeidsongevallen en beroepsziekten (Mon. Pr. nr. 13) 2021/3.22; Tjong Tjin Tai, WPNR 2022/7361.
De werkgever trekt profijt uit het inschakelen van de werknemer in zijn bedrijf en omdat hij de lusten daarvan heeft, dient hij ook eerder de lasten te dragen. Bier 1988, p. 150e.v.; Van Dam 2003, p. 413; Boot 2005, p. 198-199.
De werkgever is (beter) in staat zich te verzekeren tegen de risico’s (en de kosten daarvan door te berekenen in de prijs). Boot 2005, p. 198-199; Lindenbergh, Arbeidsongevallen en beroepsziekten (Mon. Pr. nr. 13) 2021/3.22.
Het ervaringsfeit dat werkzaamheden een routinematig karakter krijgen, schept een (extra) risico voor schade. Asscher-Vonk 2003, p. 140 e.v; Schouten 2020, p. 253 e.v. Deze gedachte komt ook in meerdere arresten van de HR voor (HR 27 juni 1975, ECLI:NL:HR:1975:AC5606 (Heesters/Schenkelaars); HR 14 april 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC3514 (Messaoudi/Hoechst); HR 9 januari 1987, ECLI:NL:HR:1987:AG5504 (Sweegers/Van den Hout); HR 16 oktober 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0717 (Bruinsma Tapijt/Schuitmaker)).
Het werd wenselijk geacht de rechtsregel uit het Stormer/Vedox-arrest (HR 15 juni 1990, ECLI:NL:HR:1990:AC4217) te codificeren (Kamerstukken II 1997/98, 25 263, 14, p. 6). In dit arrest overwoog de HR – kort door de bocht – dat de werknemer die bij een derde tewerk is gesteld en schade lijdt, zowel de werkgever als de derde aansprakelijk kan stellen op grond van art. 6:162 BW.
Wet van 14 mei 1998, Stb. 1998, 300.
HR 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0616 (Davelaar/Allspan).
Deze bespiegelingen behandel ik in een aparte paragraaf omwille van het creëren en het behouden van de noodzakelijke afstand en objectiviteit tot de bestudeerde rechtspraak in par. 3.3.1 en 3.3.2.
Uit paragraaf 3.2.1 blijkt dat de opdrachtnemer op basis van de regeling inzake de opdracht zelden bescherming geniet in de situatie dat hij bij de uitvoering van zijn werkzaamheden schade oploopt. Het arbeidsovereenkomstenrecht kent juist een slachtoffervriendelijk regime (artikel 7:658 BW). Voor deze aansprakelijkheid is wel vereist dat de werkgever verwijtbaar is tekortgeschoten in de op hem rustende (strenge) zorgplicht (artikel 7:658 lid 2 jo. lid 1 BW). Hoewel strikt genomen dus geen sprake is van een risicoaansprakelijkheid, wordt relatief snel aangenomen dat de werkgever in zijn zorgplicht is tekortgeschoten.1 De rechtvaardiging van deze bescherming houdt verband met de ongelijke positie waarin de werknemer zich ten opzichte van de werkgever bevindt.2 Deze ongelijkheid openbaart zich in deze context vooral door de beslissende invloed die de werkgever heeft op de wijze waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd en de inrichting van de werkplek.3 Andere rechtvaardigingen die wel worden genoemd, zijn de profijtgedachte,4 de mogelijkheid tot risicospreiding (risk spreading capacity)5 en de gevaartheorie.6
Tot 1 januari 1999 had artikel 7:658 BW alleen betrekking op de relatie tussen de werkgever en de werknemer. Met de Wet Flexibiliteit en zekerheid werd een schakelbepaling geïntroduceerd,7 inhoudende dat deze bescherming ook van toepassing kan zijn op de verhouding tussen degene die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeid laat verrichten en de persoon die deze arbeid anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst verricht (artikel 7:658 lid 4 BW).8 Uit het Davelaar/Allspan-arrest volgt dat de opdrachtnemer onder het beschermingsbereik van deze schakelbepaling valt indien (i) hij voor de zorg voor zijn veiligheid (mede) afhankelijk is van de opdrachtgever én (ii) de werkzaamheden worden verricht in het kader van het beroep of bedrijf van de opdrachtgever (paragraaf 3.3.1).9 Toch betekent dit niet dat, zodra de opdrachtnemer aan deze twee vereisten voldoet, hij zonder meer aanspraak kan maken op een vergoeding van de door hem geleden schade. Een zodanige aanspraak ontbreekt immers als de opdrachtgever geen zorgplicht had, de opdrachtgever zijn zorgplicht is nagekomen, de schade is ontstaan door opzettelijk of bewust roekeloos handelen van de opdrachtnemer of causaal verband tussen de normschending en de schade ontbreekt (paragraaf 3.3.2). Van zowel de zorgplicht ex artikel 7:658 lid 1 BW als de schakelbepaling van artikel 7:658 lid 4 BW kunnen partijen niet afwijken (paragraaf 3.3.3). Ik rond deze paragraaf af met enkele bespiegelingen, waarin ik tegen de achtergrond van artikel 7:658 lid 4 BW tot een (nog) ruimer bereik kom dan de huidige heersende leer (paragraaf 3.3.4).10
Van de drie situaties die ik in paragraaf 3.1 heb onderscheiden, komt in deze paragraaf alleen de eerste situatie aan bod: de opdrachtnemer lijdt in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade. Dit hangt samen met het feit dat alleen de arbeidsovereenkomstrechtelijke regel ten aanzien van deze situatie expliciet van toepassing is verklaard op de verhouding tussen de opdrachtgever en een deel van de opdrachtnemers. Het eventueel doortrekken van andere arbeidsovereenkomstrechtelijke regels op het gebied van schade en aansprakelijkheid op deze verhouding bespreek ik in paragraaf 3.5.
3.3.1 De reikwijdte van artikel 7:658 lid 4 BW3.3.2 De zorgplicht van artikel 7:658 BW3.3.3 Het karakter van artikel 7:658 BW3.3.4 De overeenkomst van opdracht en artikel 7:658 BW: enkele bespiegelingen3.3.5 Afrondende bevindingen