Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.3.6
5.3.6 Recht op deelname aan het examen
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949408:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 10 november 2005, nr. 44774/98 (Sahin/Turkije).
Rechtbank ’s-Gravenhage 2 mei 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW4736.
Artikel 2.51 van de Wvo 2020.
Artikel 7.1.2, vierde lid, van de Web.
Artikel 7.4.2, eerste lid, van de Web.
Artikel 45d, eerste lid, van de Wpo.
Artikel 45c van de Wpo.
Artikel 7.4.8, eerste lid, van de Web.
Rechtbank 's-Hertogenbosch 19 mei 2008, ECLI:NL:RBSHE:2008:BD2317 en Rechtbank Arnhem 14 juni 2001, ECLI:NL:RBARN:2001:AB2173.
Zie respectievelijk artikel 3.58, eerste lid, onder b, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, artikel 7.4.5a, vierde lid, van de Web en artikel 7.12b, vierde lid, van de Whw.
Artikel 7.4.5a, vierde lid, van de Web en artikel 7.12b, vierde lid, van de Whw.
Zie hierover ook CBHO 8 september 2022, 2022/100.5. Uit artikel 7.12b, derde lid, van de Whw vloeit enkel voort dat de student van de betreffende opleiding verwijderd kan worden bij ernstige fraude. Het CBHO oordeelde daarom dat de student de toegang niet ontzegd mag worden van andere (verwante) opleidingen, ook niet nadat hij bij verschillende opleidingen van de betreffende instelling ernstige fraude had gepleegd.
Zoals uitgebreider toegelicht in § 3.2 omvat het recht op onderwijs, zoals vastgelegd in artikel 2 EP EVRM, ook het recht op officiële erkenning van het afgeronde onderwijs.1 Hieruit leidde de rechtbank Den Haag af dat de leerling in staat gesteld moet worden om een diploma te kunnen behalen.2 Van een effectief recht op onderwijs is geen sprake als de mogelijkheid ontbreekt om het gevolgde onderwijs af te sluiten met een diploma.
In de sectorwetten lijkt het recht op deelname aan examens een vanzelfsprekendheid. In het voortgezet onderwijs is bepaald dat het bevoegd gezag de leerlingen de gelegenheid geeft om het onderwijs af te sluiten met een eindexamen op de school.3 In de Web is geregeld dat de beroepsopleiding wordt afgesloten met een examen.4 Ook hier stelt het bevoegd gezag de student in de gelegenheid het examen af te leggen.5 Net als in het middelbaar beroepsonderwijs wordt de opleiding in het hoger onderwijs afgesloten met een examen, elke onderwijseenheid wordt daarnaast afgesloten met een tentamen.6 De student die zich heeft ingeschreven bij een opleiding heeft het recht om de tentamens en het examen af te leggen die behoren tot die opleiding.7 Hoewel in het primair onderwijs geen examen wordt afgenomen, dient het bevoegd gezag wel voor elke leerling in het achtste schooljaar een schooladvies vast te stellen.8 Ook legt in beginsel elke leerling in het achtste schooljaar een doorstroomtoets af.9
Op het recht op deelname aan het examen bestaan een aantal uitzonderingen. In het primair onderwijs kan het bevoegd gezag bepalen dat onder meer zeer moeilijk lerende leerlingen of leerlingen die korter in Nederland zijn dan vier jaar en het Nederlands onvoldoende beheersen geen doorstroomtoets afleggen. 10Ook kan in het middelbaar beroeps- of hoger onderwijs voor deelname aan het examen als voorwaarde worden gesteld dat de student eerst een ander tentamen of examen heeft behaald. In de Whw is hiertoe expliciet bepaald dat het instellingsbestuur in de Oer regels stelt over de volgtijdelijkheid van de tentamens.11 De Web bevat enkel een algemene bepaling waaruit blijkt dat het bevoegd gezag regels kan stellen over het examen.12 Uit de Wvo 2020 en het Inrichtingbesluit Wvo 2020 vloeit enkel voort dat de leerling de toegang tot het examen geweigerd kan worden als er sprake is van fraude. Uit de jurisprudentie blijkt dat de leerling in het voortgezet onderwijs niet op andere gronden de toegang tot het examen ontzegd mag worden, zelfs niet als duidelijk is dat de student niet kan slagen voor het eindexamen.13 De leerling kan voor het afronden van de verschillende examens een certificaat ontvangen, hij heeft dus ook als hij niet kan slagen belang bij deelname aan het examen.
Een student die fraude heeft gepleegd kan in het voortgezet, middelbaar beroeps- en het hoger onderwijs worden uitgesloten van verdere deelname aan de examens of tentamens.14 In het middelbaar beroeps- en hoger onderwijs kan de student voor ten hoogste een jaar worden uitgesloten van deelname aan te bepalen tentamens of examens.15 Bij ernstige fraude kan de student uitgeschreven worden van de opleiding.16 In het voortgezet onderwijs kan deelname enkel ontzegd worden voor een of meer specifieke toetsen van het schoolexamen of centraal examen. Dit lijkt dan ook enkel betrekking te hebben op examens van het betreffende schooljaar.