Raad zonder raadgevers?
Einde inhoudsopgave
Raad zonder raadgevers? (SteR nr. 42) 2018/3.5:3.5 Behandeling in de Eerste Kamer
Raad zonder raadgevers? (SteR nr. 42) 2018/3.5
3.5 Behandeling in de Eerste Kamer
Documentgegevens:
drs. J.W.M.M.J. Hessels, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
drs. J.W.M.M.J. Hessels
- JCDI
JCDI:ADS580350:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ondanks het late tijdstip van de stemmingen in de Tweede Kamer, stuurt de minister nog diezelfde dag (20 september 2001) het – vanwege de aangenomen amendementen gewijzigde – wetsvoorstel door naar de Eerste Kamer.
Deze laat zich echter niet opjagen en neemt het wetsvoorstel gewoon in procedure. In de reguliere vergadering van de Vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat op dinsdagmiddag 13 november 2001 wordt de procedure besproken. De Eerste Kamer besluit tot een gedegen schriftelijke behandeling in twee termijnen: een Voorlopig Verslag, dat wordt uitgebracht op 11 december 2001 en – omdat er na ontvangst van de Memorie van Antwoord op 20 december 2001 nog openstaande vragen zijn – een Nader Voorlopig Verslag, dat ingediend wordt op 31 januari 2002. Na de ontvangst van de Nadere Memorie van Antwoord op 14 februari 2002 constateert de Vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat op 19 februari 2002 dat de wet voldoende is voorbereid en klaar voor plenaire behandeling.
Die plenaire behandeling vindt plaats op 26 februari 2002 in de avonduren, waarna het wetsvoorstel zonder stemming wordt aangenomen.
We zitten dan precies één week en één dag voor de gemeenteraadsverkiezingen van woensdag 6 maart 2002.
3.5.1 De schriftelijke behandeling3.5.2 De plenaire behandeling