Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement
Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/4.9.1:4.9.1 Inleiding
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/4.9.1
4.9.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192590:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
166. In de literatuur worden grofweg vier motieven voor het stemmen in klassen genoemd. In deze paragraaf abstraheer ik van een exact criterium voor de klassenindeling. Ik ga uit van een systeem waarin partijen met een vergelijkbare positie in dezelfde klasse worden ingedeeld, terwijl partijen met een wezenlijk andere positie in een andere klasse worden geplaatst. Onder een ‘wezenlijk andere positie’ versta ik een verschillende positie in de uitgangssituatie, maar ook het geval waarin partijen weliswaar een vergelijkbare positie in de uitgangssituatie hebben maar onder het akkoord anders worden behandeld. In §6.2 komt het geldende criterium voor klassenindeling naar Engels, Amerikaans, Europees en Nederlands recht aan bod.