De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/4.2.11.5:4.2.11.5 Aanpassing bestaand nationaal recht
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/4.2.11.5
4.2.11.5 Aanpassing bestaand nationaal recht
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS397275:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJEG 13 juli 2000, C-160/99 (Commissie/Frankrijk), Jur. 2000, p. 1-6137, r.o. 22. Zie voorts HvJEG 26 april 1988, 74/86 (Commissie/Duitsland), Jur. 1988, p. 2139.
HvJEG 13juli 2000, C-160/99, (Commissie/Frankrijk), Jur. 2000, p. 1-6137, r.o. 23. Zie voorts HvJEG 15 oktober 1986,168/85, (Commissie/Italië), Jur. 1986, p. 2945, r.o. 13 waarin het ging om een rechtstreeks toepasselijke verdragsbepaling.
Kral 2008, p. 251.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ten slotte kan het noodzakelijk zijn met de verordening strijdig nationaal recht in te trekken of aan te passen. Hieraan is in dit hoofdstuk nog niet expliciet aandacht besteed. Dit heeft ermee te maken dat mij in het kader van de uitvoering van Europese subsidieregelgeving hieromtrent geen specifieke Europese jurisprudentie bekend is. Dit wil uiteraard niet zeggen dat het nooit nodig zal zijn om bestaand nationaal (subsidie)recht aan te passen ter uitvoering van Europese subsidieverordeningen. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie 'leidt de ongewijzigde handhaving in de wettelijke regeling van een lidstaat van een bepaling die in strijd is met een bepaling van het gemeenschapsrecht, ook al is deze rechtstreeks toepasselijk in de rechtsorde van de lidstaten, namelijk tot een onduidelijke feitelijke situatie, doordat de betrokken rechtssubjecten in onzekerheid worden gelaten over hun mogelijkheden om zich op het gemeenschapsrecht te beroepen; dit betekent dat de betrokken lidstaat, door een dergelijke bepaling te handhaven, de krachtens het Verdrag op hem rustende verplichting niet nakomt.'1 De onverenigbaarheid van een nationale wettelijke regeling met de gemeenschapsbepalingen, ook al zijn deze rechtstreeks toepasselijk, kan enkel definitief worden opgeheven door middel van dwingende nationale voorschriften die dezelfde rechtskracht hebben als de te wijzigen bepalingen.2 Om een volledig en ondubbelzinnig effect van Europese verordeningen in de lidstaten te bereiken, zijn de lidstaten verplicht strijdigheid tussen een Europese verordening en nationaal recht op te heffen.3