Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/5.2.7.8
5.2.7.8 Wettelijke limitering of uitsluiting van aansprakelijkheid van OK-functionarissen
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652199:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Hartlief 1994, p. 145-146; Hartlief & Tjittes 1999, p. 32-33; Hartlief 2000, p. 389-390. Verzekerbaarheid wordt ook wel als ondergrens voor risicoaansprakelijkheid gesteld, zie bijv. Nieuwenhuis 1987; Hartlief & Tjittes 1990, p. 70; Asser/Sieburgh 6-II 2021/188, met verwijzingen.
Zie ook Hartlief & Tjittes 1999, p. 55; Hartlief 2000, p. 390.
Parl. Gesch. Inv. Boek 6, p. 1320. Zie over art. 6:110 BW bijv. Scholten 1962, p. 15 e.v.; Arisz 1987, p. 54 e.v.; Kamphuisen 1987, p. 93 e.v.; De Vries 1988; Hartlief & Tjittes 1990, p. 84-89; De Vries 1990; Wessels 1995, p. 53 e.v.; Hartlief & Tjittes 1999, p. 55-60; Faure & Hartlief 2004; Frenk 2006, p. 113-115; Asser/Sieburgh 6-II 2021/188-189; Hartlief e.a. 2021/262-264.
Besluit van 5 juni 2014, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 110 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (Tijdelijk besluit limitering aansprakelijkheid voor terrorismeschade luchtvaart), Stb. 2014, 203. Vgl. ook de verschillende grondslagen in het vervoersrecht, bijv. art. 8:110 lid 1 BW, waarbij de rechtvaardiging voor limitering van aansprakelijkheid overigens niet ligt in de moeilijke verzekerbaarheid van de aansprakelijkheid van de vervoerder. Volgens Frenk 2006, p. 113 is de reden hiervoor ‘de behoefte aan een bijzondere bescherming van de vervoerder in die zin dat een ongelimiteerde aansprakelijkheid ongewenst kan zijn, gegeven de verhouding van vergoeding van zijn diensten tot de waarde van de mogelijk zeer kostbare lading.’
Zie art. 2:57 W. Venn.; art. 2:58 W. Venn., waarover ook Broere & Oost 2018, p. 275; Oost 2018; Boschma, Lennarts & Schutte-Veenstra 2019, p. 373-383; Oost 2019, p. 140-141; Strik 2020, p. 100-110; De Wulf 2020, p. 23-48.
Zie ook Nethe 2020, p. 245-246.
Parl. St. Kamer, 54 3119/001, p. 63 en p. 67, te raadplegen via www.dekamer.be.
Josephus Jitta 2020b, p. 729, voetnoot 30 miskent die mogelijkheid.
IJsselmuiden (onder 4) in zijn annotatie bij OK 23 juni 1994, TVVS 1994, p. 277 (ITP); Croiset van Uchelen 2008, p. 230-231, die overigens ook een beperking van aansprakelijkheid van OK-functionarissen in overweging geeft. Zie ook Croiset van Uchelen 2008, p. 207, die mijns inziens terecht de mogelijkheid afwijst dat de Ondernemingskamer bepaalt dat een OK-functionaris niet is gehouden tot een behoorlijke taakvervulling in de zin van art. 2:9 BW. Daarmee zou de Ondernemingskamer een OK-functionaris in zekere zin exonereren, en dat acht ik niet mogelijk (par. 5.2.7.3). Zie hiertegen bijv. Klaassen 2010b, p. 193.
Borrius 2018, p. 438.
Kamerstukken II 2010/11, 32887, 3, p. 35 en p. 39, waarover ook par. 5.3.4.6.
De mogelijkheden voor verzekering van OK-functionarissen zijn beperkt en bieden hen niet steeds bescherming (par. 5.2.7.6). Door Hartlief en Tjittes is wel verdedigd dat volledige verzekerbaarheid een ondergrens voor aansprakelijkheid moet vormen, wanneer het gaat om gewenste activiteiten en onvermijdelijke (waarbij ook het kostenaspect een rol speelt) gevolgen daarvan. Volgens hen moet dan namelijk de aansprakelijke persoon zich tegen de gevolgen kunnen indekken en dan ook is verzekerbaarheid vanuit slachtofferoogpunt vereist.1
Onverzekerbaarheid vormt in deze visie een rechtvaardiging voor limitering of uitsluiting van aansprakelijkheid van OK-functionarissen.2 De inzet van OK-functionarissen is immers steeds gewenst, in ieder geval door de Ondernemingskamer, in het belang van de rechtspersoon. Onvermijdelijk gevolg van het functioneren van OK-functionarissen – dat veelal plaatsvindt onder hoge tijdsdruk, in een conflictueuze omgeving en op basis van in de regel onvolledige en tegenstrijdige informatie van procespartijen (par. 5.2.3.2) – lijkt het risico op (dreiging met) aansprakelijkstelling door bij de enquêteprocedure betrokken partijen. In dat kader past mijns inziens een limitering van aansprakelijkheid voor OK-functionarissen.
Mogelijk kan de aansprakelijkheid van OK-functionarissen wettelijk worden gelimiteerd, door toepassing van art. 6:110 BW. Dit artikel biedt een grondslag voor limitering van aansprakelijkheid, opdat aansprakelijkheid die ter zake van schade kan ontstaan niet hetgeen redelijkerwijs door verzekering kan worden gedekt, te boven gaat. Volgens de wetgever moet van art. 6:110 BW ‘een spaarzaam, slechts op knelpunten gericht gebruik’ worden gemaakt.3 De enige thans geldende algemene maatregel van bestuur gegrond op art. 6:110 BW is het Tijdelijk besluit limitering aansprakelijkheid voor terrorismeschade luchtvaart, dat per 23 juli 2024 zal komen te vervallen.4
Een op art. 6:110 BW gegronde limitering van aansprakelijkheid van OK-functionarissen zou enige gelijkenis vertonen met het in onlangs in België geïntroduceerde systeem van bestuurdersaansprakelijkheid, waarin de aansprakelijkheid van bestuurders ook kwantitatief is beperkt, afhankelijk van de grootte van de bestuurde rechtspersoon. Deze cap op bestuurdersaansprakelijkheid gaat gepaard met een verbod voor de rechtspersoon en zijn dochtervennootschappen bestuurders vooraf te exonereren of vrijwaren voor hun aansprakelijkheid jegens de rechtspersoon of derden. Wel mogelijk blijft dat aandeelhouders, zoals de moedervennootschap, een bestuurder vrijwaren.5 Ook bestuurdersaansprakelijkheidsverzekeringen blijven mogelijk.6 De Belgische cap op bestuurdersaansprakelijkheid werd in de parlementaire geschiedenis mede gemotiveerd vanuit de wens bestuurdersaansprakelijkheid verzekerbaar te houden. Als aanvullend argument gaf de Belgische minister de war for talent aan.7 Dit zou ook voor een regeling voor OK-functionarissen kunnen pleiten, als personen niet meer bereid blijken een benoeming als OK-functionaris te aanvaarden vanwege de daaraan verbonden aansprakelijkheidsrisico’s. Een vergelijkbare beperking voor OK-functionarissen op grond van art. 6:110 BW voorkomt niet dat OK-functionarissen kosten van verweer maken, maar zorgt er mogelijk wel voor dat verzekeraars bereid zijn de verzekeringsvoorwaarden (waarover par. 5.2.7.6) te wijzigen, bijvoorbeeld door lagere premies te vragen of de faillissementsuitsluiting te laten vervallen.8 Een vergelijkbaar resultaat zal, verwacht ik, met toepassing van het rechterlijk matigingsrecht (art. 6:109 BW) in individuele gevallen niet worden behaald.
In de literatuur is ook de uitsluiting van aansprakelijkheid van OK-functionarissen bepleit.9 Zowel een limitering als uitsluiting van aansprakelijkheid van OK-functionarissen kan tot gevolg hebben dat partijen een mogelijkheid van gerechtvaardigd (volledig) schadeverhaal wordt onthouden. Als de normerende werking van het aansprakelijkheidsrecht ontbreekt, kunnen belanghebbenden volgens Borrius het enquêterecht ook als oncontroleerbaar ervaren en dit (in beginsel) effectieve middel gaan vermijden.10 Bij de uitsluiting van aansprakelijkheid van OK-functionarissen is dat inderdaad denkbaar. Dit heeft dan ook niet mijn voorkeur, en is niet nodig als verzekeraars reeds bij een limitering van aansprakelijkheid bereid zijn de verzekeringsvoorwaarden te wijzigen. Bij de limitering van aansprakelijkheid van OK-functionarissen kan de hoogte daarvan ook zo worden gekozen dat de normerende werking van het aansprakelijkheidsrecht blijft bestaan. Overigens blijven het strafrecht en tuchtrecht in dit voorstel van toepassing op OK-functionarissen.
Verder is wel een wettelijke regeling verdedigd waarin de Staat (civielrechtelijk) aansprakelijk is, in plaats van OK-functionarissen.11 Gerechtvaardigd schadeverhaal van partijen blijft dan mogelijk. De minister liep in het verleden niet warm voor financiering van de kosten van verweer door de Staat.12 Niet waarschijnlijk is dan ook dat hij wel bereid zou zijn aansprakelijkheid van de Staat voor handelen van OK-functionarissen aan te nemen. Dat neemt niet weg dat de aanname van aansprakelijkheid van de Staat voor handelen van OK-functionarissen bescherming biedt aan OK-functionarissen.