Bedrijfswaarde (FM)
Einde inhoudsopgave
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/9.3:9.3 Zweden
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/9.3
9.3 Zweden
Documentgegevens:
G.Th.K. Meussen, datum 07-10-1997
- Datum
07-10-1997
- Auteur
G.Th.K. Meussen
- JCDI
JCDI:ADS351662:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Zweedse fiscale winstbegrip is sterk geënt op de commerciële balans en commerciële waarderingsregels. De belangrijkste bepalingen met betrekking tot de fiscale winstnemingsvraagstukken zijn neergelegd in KL: Kommunalskattelag (1928:370).
Zo mogen machines, installaties en inventaris worden afgeschreven overeenkomstig de algemeen aanvaarde Zweedse accountancyregels, waarbij dus sprake is van een sterke Massgeblichkeit. Hoofdregel bij het fiscale afschrijvingsregime is afschrijving naar boekwaarde, belastingplichtigen die een adequate boekhouding voeren mogen maximaal 30% per jaar afschrijven. Uitgangspunt daarbij vormt de boekwaarde bij het begin van het jaar vermeerderd met de investeringen en verminderd met de opbrengsten uit verkoop van vaste activa in dat jaar. Resulteert een jaarlijkse lineaire afschrijving van 20% per jaar in een lagere boekwaarde dan mag deze (en het daarmee corresponderende verlies) voor de fiscale winstberekening in aanmerking worden genomen.
Elk jaar opnieuw kan in Zweden een belastingplichtige kiezen tussen afschrijving over de boekwaarde of lineaire afschrijving. Daarbij geldt dat een eenmaal gemaakte keuze dwingend is voor alle inventaris, machines en installaties.
Toch is1 bij machines, installaties en inventaris onder omstandigheden een verdergaande vorm van verliesneming mogelijk2: `Finally, if the enterprise can show that the market value of the assets is lower than the net book value after depreciation under the supplementary rule, excess depreciation may be taken so that the value for tax purposes does not exceed the highest acceptable value under Swedish accounting standard.'
De bewoordingen `market value of the assets' doen de vraag opkomen of daarmee het begrip 'bedrijfswaarde' wordt bedoeld, gegevens daaromtrent ontbreken evenwel.
Belastingplichtigen die qua boekhouding niet aan bepaalde accountancy-maatstaven voldoen mogen machines, installaties en inventaris uitsluitend afschrijven op basis van 25% van de boekwaarde (en geen 30%) per jaar. Ook is de aanvullende regel inzake de lineaire afschrijving op hen niet van toepassing.
De Zweedse fiscale wetgeving kent net als bijvoorbeeld Frankrijk een gevarieerd afschrijvingsregime. Er bestaan tevens regels inzake de afschrijvingsbasis terwijl bovendien de afschrijvingspercentages door de National Tax Board worden gereguleerd:
Vaste materiële activa wier gebruiksduur een periode van drie jaar niet overschrijden c.q. een lage waarde hebben, mogen ineens ten laste van het resultaat worden gebracht.
Immateriële activa met een beperkte gebruiksduur mogen worden afgeschreven conform de regels voor machines, installaties en inventaris.
Voor afschrijving van gebouwen is een aparte regeling van toepassing. Deze mogen uitsluitend lineair worden afgeschreven op basis van een jaarlijks percentage variërend van 1,5 tot 5. Het daadwerkelijk te hanteren percentage dient te worden vastgelegd overeenkomstig een bereikt accoord tussen belastingplichtige en de inspecteur.
Indien het in de bedoeling ligt om gebouwen slechts enkele jaren te gebruiken, mogen deze worden afgeschreven in het jaar van verwerving.
Voor investeringen in nieuwe gebouwen en verbeteringen gedurende de periode 1 november 1994 — 31 mei 1996 maakt de Zweedse wetgeving een uitzondering: een vervroegde afschrijving van 50% is in deze gevallen toegestaan.
Op gronden en ondergrond van gebouwen kan niet worden afgeschreven. Het is evenals in Nederland van groot belang te constateren of een object in een gebouw gekwalificeerd wordt als onderdeel van het gebouw of als zelfstandige installatie, gezien de verschillende afschrijvingspercentages die op beide bedrijfsmiddelen mogen worden toegepast.
Tevens bestaan er gedetailleerde fiscale regelingen met betrekking tot grondverbeteringen en installaties in de grond alsmede natuurlijke rijkdommen.
Ook kent de Zweedse belastingwetgeving (net als in Frankrijk) de mogelijkheid van de vorming van voorzieningen en fiscale reserves.
Conclusie
Het Zweedse fiscale winstbegrip is sterk geënt op de commerciële balans en commerciële waarderingsregels. Daarmee is er een duidelijke parallel met het Duitse belastingrecht te onderkennen aangezien dat doordrenkt is met het beginsel van de Massgeblichkeit: Buiten de zeer gedetailleerde afschrijvingsregelingen bestaat alleen voor machines, installaties en inventaris de mogelijkheid van waardering op boekwaarde of lagere 'werkelijke' waarde. Bij deze waardebepaling gaat het kennelijk, gezien de bewoordingen `market value of the assets: om een soort indirecte opbrengstwaarde. Naar mag worden aangenomen zal de praktische betekenis van deze vorm van waardering evenwel gering zijn.