Einde inhoudsopgave
De verbintenisrechtelijke bescherming van de kleine opdrachtnemer (MSR nr. 85) 2023/4.2.3.2
4.2.3.2 Schadevergoeding als gevolg van de opzegging
N.M.Q. van der Neut, datum 22-09-2023
- Datum
22-09-2023
- Auteur
N.M.Q. van der Neut
- JCDI
JCDI:ADS855357:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Overigens kan de opdrachtnemer in dat geval in beginsel ook kiezen voor nakoming van de overeenkomst (art. 3:296 BW).
Zie voor een uitgebreidere bespreking van het recht op schadevergoeding na een rechtens ongeldige opzegging van de overeenkomst van opdracht Asser/Tjong Tjin Tai 7-IV 2022/180.
Asser/Tjong Tjin Tai 7-IV 2022/179; concl. A-G Valk, ECLI:NL:PHR:2022:678 voor HR 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:198.
Zie in vergelijkbare zin Asser/Tjong Tjin Tai 7-IV 2022/180.
Partijen kunnen bijv. afspreken dat de opdrachtgever die opzegt zonder gewichtige reden, een schadevergoeding aan de opdrachtnemer is verschuldigd. Daarbij kan de hoogte van de vergoeding bepaald of onbepaald zijn. Zo’n contractuele afspraak ligt niet voor de hand t.a.v. de opdrachtnemer aan de onderkant (zie par. 4.2.1 en de laatste voetnoot van par. 4.2.2).
Of de opdrachtnemer in aanmerking komt voor een schadevergoeding vanwege de opzegging, laat afdeling 7.7.1 BW over aan de afspraken die partijen daarover maken of – bij gebreke daarvan – de algemene bepalingen van Boek 6 BW. Bij een rechtens ongeldige opzegging pleegt de opdrachtgever wanprestatie en komt de opdrachtnemer op deze grond in aanmerking voor schadevergoeding (artikel 6:74 BW).1 Dat is bijvoorbeeld het geval als de opdrachtgever opzegt zonder opzegbevoegdheid (of als de opdrachtgever een voor hem geldende opzegtermijn niet in acht neemt (zie daarover paragraaf 4.3.2.3)). Deze situatie ligt ten aanzien van de opdrachtnemer aan de onderkant niet voor de hand, gezien de ruime opzegbevoegdheid van de opdrachtgever (artikel 7:408 lid 1 BW) en de geringe kans dat partijen deze bevoegdheid contractueel hebben ingeperkt ten voordele van deze opdrachtnemer (zie paragraaf 4.2.1).2 In veruit de meeste gevallen kan de opdrachtgever de overeenkomst met deze opdrachtnemer rechtsgeldig opzeggen en zal zodoende een rechtsgrond voor schadevergoeding vanwege de opzegging ontbreken.3 Dit past bij de aard van de overeenkomst van opdracht en de daarmee corresponderende ruime opzegbevoegdheid van de opdrachtgever; deze bevoegdheid zou immers gemakkelijk verijdeld kunnen worden als aan iedere opzegging een schadevergoedingsverplichting zou zijn verbonden. Het wettelijke uitgangspunt van afdeling 7.7.1 BW is aldus dat de opdrachtnemer bij een opzegging geen bescherming geniet in de vorm van een schadevergoeding. Toch sluit deze afdeling de mogelijkheid tot het recht op schadevergoeding als gevolg van de opzegging niet uit. Ten aanzien van de particuliere opdrachtgever is immers bepaald dat hij nimmer is gehouden tot het betalen van een schadevergoeding ter zake van een opzegging (artikel 7:408 lid 3 BW). A contrario leid ik hieruit af dat de niet-particuliere opdrachtgever deze verplichting wel kan hebben.4 Zo kan uit de redelijkheid en billijkheid volgen dat de opzegging van de duurovereenkomst van opdracht gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding, bijvoorbeeld als de opdrachtnemer kort voor de opzegging investeringen heeft gedaan die hij redelijkerwijs dacht te zullen terugverdienen (zie paragraaf 4.3.3.1). Daarnaast kunnen partijen contractueel overeenkomen dat de opdrachtgever schadeplichtig is indien hij de overeenkomst met de opdrachtnemer opzegt.5