Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/3.5.3.1:3.5.3.1 Bescherming door de betrokkenheid van een professionele crediteur
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/3.5.3.1
3.5.3.1 Bescherming door de betrokkenheid van een professionele crediteur
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS407972:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Sommige rechtseconomische auteurs betogen dat het nadelige effect van de beperkte aansprakelijkheid voor de hiervoor besproken ‘zwakke’ crediteuren gerelativeerd moet worden, omdat zij kunnen meeliften op de door de professionele crediteuren bedongen contractuele bescherming (het zogenoemde free rider effect). 1 Nu de vennootschap over een zekere hoeveelheid vermogen en/of activa zal moeten beschikken om haar activiteiten te kunnen ontplooien, zou het, aldus deze auteurs, voor aandeelhouders onmogelijk zijn om de vennootschap volledig judgement proof in te richten. Als zij niet in de vermogensbehoefte van de vennootschap willen voorzien door risicodragend kapitaal in te brengen, zal de vennootschap immers vreemd vermogen moeten aantrekken. Professionele kredietverstrekkers zullen voorwaarden verbinden aan dat krediet. Voor zover in de kredietovereenkomst de vrijheid van de vennootschap om onredelijke risico’s te nemen aan banden wordt gelegd, zijn ook de overige schuldeisers daarbij gebaat. Banken streven er in beginsel naar dat de vennootschap going concern haar verplichtingen jegens de bank kan voldoen.2