Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht
Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/3.2:3.2 De straf- en boetebepalingen die verband houden met het doen van een onjuiste aangifte en het nalaten om aangifte te doen
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/3.2
3.2 De straf- en boetebepalingen die verband houden met het doen van een onjuiste aangifte en het nalaten om aangifte te doen
Documentgegevens:
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS565011:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hierna wordt ingegaan op de verschillende in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) opgenomen straf- en vergrijpboetebepalingen die verband houden met het doen van een onjuiste aangifte. Onder deze straf- en vergrijpboetebepalingen begrijp ik art. 69 lid 2 AWR en art. 67d AWR, waarin het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte strafbaar respectievelijk beboetbaar is gesteld, art. 67e AWR waarin het opzettelijk of grofschuldig veroorzaken van een onjuiste belastingheffing bij aanslagbelastingen beboetbaar is gesteld en art. 69a AWR en art. 67f AWR waarin het opzettelijk of, uitsluitend in art. 67f AWR, grofschuldig ten onrechte niet of gedeeltelijk niet betalen van een aangiftebelasting strafbaar respectievelijk beboetbaar is gesteld.
Ook het nalaten om aangifte te doen, strafbaar op grond van art. 69 lid 1 AWR en beboetbaar met een vergrijpboete op grond van art. 67d AWR, wordt besproken. Behandeling van het opzettelijk niet tijdig doen van aangifte of het opzettelijk of grofschuldig niet tijdig betalen van een aangiftebelasting, strafbaar en beboetbaar gesteld in art. 69 AWR en art. 69a AWR respectievelijk art. 67f AWR, wordt in dit onderzoek achterwege gelaten.
De paragrafen over de vergrijpboetebepalingen worden, zoals in de inleiding van dit hoofdstuk opgemerkt, beëindigd met een beschouwing of en in hoeverre het beboetbaar gestelde feit ook strafbaar is. De situatie waarin een keuze moet worden gemaakt tussen bestuurlijke afdoening of strafrechtelijke vervolging, tevens de situatie die ertoe kan leiden dat de belastingplichtige als gevolg van de gemaakte keuze kan worden benadeeld door het verschil in behandeling van het pleitbaar standpunt verweer tussen het fiscale boete- en strafrecht, doet zich namelijk uitsluitend voor als kan worden gesproken van hetzelfde feit. Voor de invulling van het begrip hetzelfde feit wordt aansluiting gezocht bij de zogenoemde una via-bepalingen, de bepalingen die de zojuist genoemde keuze tussen bestuurlijke afdoening of strafrechtelijke vervolging voorschrijven en bij art. 68 Wetboek van Strafrecht (Sr) op grond waarvan tweede vervolging wegens hetzelfde feit is verboden.
3.2.1 Het in art. 69 AWR strafbaar gestelde doen van een onjuiste aangifte en nalaten om aangifte te doen3.2.2 De fiscale boetebepalingen die verband houden met het doen van een onjuiste aangifte en het nalaten om aangifte te doen en de fiscale strafbepaling art. 69a AWR.3.2.3 Geen pleitbaar standpunt bij het nalaten om aangifte te doen3.2.4 Afsluiting en vooruitblik