De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht
Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/3.8:3.8 De oplossing van de drie voorbeeldcasus
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/3.8
3.8 De oplossing van de drie voorbeeldcasus
Documentgegevens:
mr. P.A. Fruytier, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. P.A. Fruytier
- JCDI
JCDI:ADS284510:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie HR 10 juni 2010, ECLI:NL:HR:2011:BP9994, NJ 2012/405, m.nt. T.F.E. Tjong Tjin Tai (Van den Hoek/Pots).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
117. Nu duidelijk is hoe de csqn-toets in het algemene civiele recht werkt, is ook duidelijk hoe de in §3.1 ten tonele gevoerde casus zich oplossen.
In het schietbaan-incident verwijten de erfgenamen Y schutter X te hebben nagelaten conform de voorschriften te schieten met een wel toegelaten geweer (en niet zozeer het bredere schieten met een pistool, omdat schieten op de baan op zich toegestaan was). Om die reden vereist de csqn-toets na te gaan wat de situatie zou zijn geweest als X wel met een geweer zou hebben geschoten. Het csqn-verband ontbreekt, omdat die situatie niet anders zou zijn geweest.
In de kartbaancasus verwijt deelnemer X de wedstrijdleiding de gehele wedstrijd te hebben laten doorgaan ondanks de onreglementaire bocht B2. Die beslissing is een onrechtmatig doen. Er is daarom causaal verband tussen het onrechtmatig gedrag en de schade. Zonder die beslissing was de wedstrijd immers niet doorgegaan en zou deelnemer X geen schade hebben geleden. De Hoge Raad heeft in die casus de klacht dat een reglementaire bocht de schade niet anders zou hebben gemaakt verworpen.1
In de schietende politieagentcasus heeft de agent de verdachte bij zijn arrestatie ten onrechte in de rug geschoten. Dat is een onrechtmatig doen. We zagen in §3.7 dat geen sprake is van enig verweten nalaten. De verdachte verwijt de politieman natuurlijk niet dat hij zijn plicht heeft verzuimd hem in de knie te schieten. Op de politieman rust immers geen (wettelijke of ongeschreven) verplichting de verdachte in de knie te schieten – het eventuele schieten in de knie heeft alleen relevantie binnen de vraag welk gedrag van de politieman wel en niet proportioneel zou zijn. De verdachte heeft door het onrechtmatige (disproportionele) schieten in de rug ziekenhuiskosten moeten maken en lijdt daardoor inkomstenverlies. De politieagent kan zich niet ermee verweren dat het causaal verband met die schade ontbreekt, omdat hij in plaats daarvan de gelaedeerde rechtmatig in de knie zou hebben geschoten. Aan de ‘oorzakenkant’ van de causaliteitstoets mag bij een onrechtmatig doen geen alternatief handelen worden bijgedacht. De politieman moet dus alle schade vergoeden.