Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke zorgplicht van de beleggingsdienstverlener (O&R nr. 101) 2017/2.4.1.0
2.4.1.0 Introductie
I.P.M.J. Janssen, datum 01-03-2017
- Datum
01-03-2017
- Auteur
I.P.M.J. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS372713:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een uitgebreide bespreking van informatieplichten – ook buiten het bestek van MiFID – Janssen 2011.
Artikel 19 lid 2 MiFID (artikel 24 lid 3 MiFID II); artikel 4:19 lid 2 Wft.
Artikel 19 lid 3 MiFID (artikel 24 lid 4 MiFID II); artikel 4:20 lid 1 en lid 2 Wft en artikel 4:22 lid 2 Wft.
Indien de beleggingsdienstverlener PRIIP’s adviseert moet zij een KID verstrekken.
In de Wft wordt de verplichting niet alleen van toepassing verklaard op verstrekte informatie, maar ook op beschikbaar gestelde informatie. De reikwijdte van beschikbaar gestelde informatie is groter dan verstrekte informatie, omdat tot eerstgenoemde ook passieve informatie behoort. Om in de reikwijdte van de verplichting in de Wft overeen te laten komen met MiFID is een amvb vastgelegd dat de verplichting bij beleggingsdienstverlening slechts op actief verstrekte informatie ziet. De uitbreiding ziet slechts toe op gevallen buiten beleggingsdienstverlening. Kamerstukken II 2006/07, 31086, 3, p.117 (MvT). Zie voor een uitgebreide bespeking van de interpretatie van de begrippen correct, duidelijk en niet-misleidend Colaert 2011, p. 407-416.
Artikel 19 lid 2 MiFID (artikel 24 lid 3 MiFID II); artikel 4:19 lid 2 Wft. In tegenstelling tot MiFID spreekt de Wft van reclame-uitingen in plaats van publicitaire mededelingen. Daarmee beoogt de Nederlandse wetgever geen afwijking van MiFID. De reikwijdte van beide begrippen komt namelijk overeen. Kamerstukken II 2006/07, 31086, 3, p. 119 (MvT).
Artikel 27 uitvoeringsrichtlijn MiFID; artikel 51a Bgfo met als grondslag artikel 4:19 lid 4 Wft.
Artikel 27 lid 2 uitvoeringsrichtlijn MiFID (artikel 44 lid 2 gedelegeerde verordening MiFID II); artikel 51a lid 1 Bgfo.
Artikel 27 lid 3 uitvoeringsrichtlijn MiFID (artikel 44 lid 3 gedelegeerde verordening MiFID II); artikel 51a lid 2 Bgfo.
Artikel 27 lid 4 uitvoeringsrichtlijn MiFID (artikel 44 lid 4 gedelegeerde verordening MiFID II); artikel 51a lid 3 Bgfo.
Artikel 27 lid 6 uitvoeringsrichtlijn MiFID (artikel 44 lid 6 gedelegeerde verordening MiFID II); artikel 51a lid 5 Bgfo.
In een specifiek geval kunnen aanvullende verplichtingen uit de verplichting dat informatie correct, duidelijk en niet misleidend moet zijn, voortvloeien ten opzichte van de uitwerking die in de uitvoeringsrichtlijn MiFID is opgenomen.
In artikel 52 Bgfo heeft de Nederlandse wetgever naast de verplichting de verplichting dat informatie correct, duidelijk en niet misleidend is nog andere informatieverplichtingen opgenomen die toezien op reclame-uitingen en andere onverplichte precontractuele informatie. In eerste instantie lijkt de Wft daarmee verdergaande verplichtingen te bevatten dan MiFID, wat indruist tegen maximumharmonisatie. Bij een nadere blik blijkt dit niet het geval te zijn, aangezien die andere informatieverplichtingen niet van toepassing zijn op beleggingsdienstverlening. Stb. 2007, 407, p. 50-51.
De informatieplicht als deelverplichting van de MiFID-loyaliteitsverplichting bestaat uit twee hoofdverplichtingen.1 Allereerst moet de informatie correct, duidelijk en niet misleidend zijn.2 Ten tweede moet de beleggingsdienstverlener in begrijpelijke vorm passende informatie verstrekken.3 Het onderscheid tussen beide informatieverplichtingen is als volgt aan te duiden. Waar de verplichting dat informatie correct, duidelijk en niet misleidend moet zijn, ziet op informatie die de beleggingsdienstverlener moet of wenst te verstrekken, ziet de verplichting om in begrijpelijke vorm passende informatie te verstrekken op informatie die de beleggingsdienstverlener moet verstrekken.
In het specifieke geval dat de beleggingsdienstverlener beleggingsproducten adviseert, vloeien vanaf 1 januari 2018 ook precontractuele informatieverplichtingen voort uit de verordening PRIIPs.4 Aangezien dat geen uitwerking is van de MiFID-loyaliteitsverplichting, ga ik niet verder op deze verplichting in. Hierna komen de twee hoofdverplichtingen van de informatieplicht aan bod.
De verplichting dat informatie correct, duidelijk en niet misleidend is
In het kader van de informatieplicht moet allereerst alle verstrekte informatie correct, duidelijk en niet misleidend zijn.5 Deze verplichting is ook van toepassing op publicitaire mededelingen.6 De beleggingsdienstverlener moet deze verplichting bij zowel professionele als niet-professionele cliënten in acht nemen. Het type beleggingsdienstverlening beïnvloedt de reikwijdte van deze informatieplicht niet. De informatieplicht is in alle gevallen van toepassing.
Alhoewel de beleggingsdienstverlener bij zowel professionele als niet-professionele cliënten moet zorgen dat informatie correct, duidelijk en niet misleidend is, vult MiFID deze norm slechts ten aanzien van niet-professionele cliënten verder in.7 Zo mag een beleggingsdienstverlener niet enkel wijzen op de mogelijke voordelen van een beleggingsdienst of financieel instrument, maar moet hij daarbij ook een correcte en duidelijke indicatie geven van de risico’s. Verder bepaalt MiFID dat de informatie toereikend moet zijn en dat een gemiddeld lid van de groep tot wie de informatie gericht is, de informatie moet begrijpen.8 De beleggingsdienstverlener hoeft niet bij iedere cliënt te toetsen of de informatie voor hem toereikend en begrijpelijk is. In het algemeen geldt de stelregel dat minder kennis en inzicht te verwachten is van de gemiddelde cliënt, naarmate het financieel instrument of de beleggingsdienst risicovoller of complexer wordt.
MiFID reguleert verder de specifieke verplichtingen waaraan een vergelijking moet voldoen om correct, duidelijk en niet misleidend te zijn. Niet alleen moet de vergelijking zinvol zijn en op correcte en evenwichtige wijze voorgesteld, ook moet de beleggingsdienstverlener de informatiebronnen vermelden die hij voor de vergelijking heeft gebruikt, evenals de voornaamste feiten en aannames.9 Bij indicaties over in het verleden behaalde resultaten mag de indicatie niet het meest opvallende kenmerk van de mededeling zijn, moet hij passende gegevens bevatten over de voorafgaande vijf jaar, moeten de referentieperiode en informatiebron duidelijk zijn aangegeven en moet de beleggingsdienstverlener duidelijk waarschuwen dat resultaten uit het verleden geen garantie voor de toekomst bieden.10 Ook reguleert MiFID de voorwaarden indien de informatie gesimuleerde of toekomstige resultaten bevat. Denk bij laatstgenoemde aan de verplichting dat de beleggingsdienstverlener redelijke aannames moet doen gebaseerd op objectieve gegevens.11
Bij niet-professionele cliënten moet de beleggingsdienstverlener ten minste aan alle voorgenoemde verplichtingen, voor zover zij aan bod komen in de verstrekte informatie, voldoen om te kunnen spreken van correcte, duidelijke en niet misleidende informatie. De uitwerking vormt dus een ondergrens. Indien een beleggingsdienstverlener voldoet aan al deze vereisten, is daarmee niet automatisch maar wel waarschijnlijk sprake van correcte, duidelijk en niet misleidende informatie.12 Bij professionele cliënten rust slechts de hoofdverplichting op de beleggingsdienstverlener. De beleggingsdienstverlener mag deze verplichting naar eigen inzicht invullen. Dit onderscheid is gerechtvaardigd door de kennis, ervaring en deskundigheid die de professionele cliënt heeft.
De AFM heeft op nationaal niveau geprobeerd verdere sturing te geven aan de invulling van de verplichting dat informatie correct, duidelijk en niet misleidend moet zijn door middel van de Beleidsregel informatieverstrekking.13 In deze Beleidsregel zijn alle drie de criteria nader omschreven en verduidelijkt met voorbeelden. De positie van beleidsregels kwam reeds in paragraaf 2.2.3 aan de orde.