De prioriteitsregel in het vermogensrecht
Einde inhoudsopgave
De prioriteitsregel in het vermogensrecht (AN nr. 167) 2018/7.4.1:7.4.1 Kenbaarheid van goederenrechtelijke rechten
De prioriteitsregel in het vermogensrecht (AN nr. 167) 2018/7.4.1
7.4.1 Kenbaarheid van goederenrechtelijke rechten
Documentgegevens:
mr. L.M. de Hoog, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. L.M. de Hoog
- JCDI
JCDI:ADS384654:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Meijers 1948, p. 269.
Zie Asser/Bartels & Van Mierlo 3-IV 2013/376 en Snijders & Rank-Berenschot 2017/80. Zie ook hieronder hetgeen Meijers opmerkt ter zake van het belang van de invoering van een registerpandrecht, p. 137.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ter onderscheiding van goederenrechtelijke en persoonlijke rechten benoemt Meijers in zijn opsomming tevens de publiciteit:
‘Waar publiciteit is voorgeschreven voor de verkrijging of overdracht van rechten, betreft deze als regel zakelijke rechten en niet persoonlijke rechten’.1
De kenbaarheid van goederenrechtelijke rechten speelt voor de legitimatie van de prioriteitsregel een belangrijke rol. Aangezien de absolute werking van goederenrechtelijke rechten met zich meebrengt dat jonger gerechtigden in rang achterstaan bij ouder gerechtigden – terwijl persoonlijke rechten vanwege hun relatieve werking onderling in beginsel gelijk staan – kan men verdedigen dat hiervoor dan wel is vereist dat absolute rechten kenbaar zijn voor derden.2