Einde inhoudsopgave
Sturen met proceskosten (BPP nr. XII) 2011/6.5.5
6.5.5 De Canadese indemnity basis
mr. P. Sluijter, datum 31-10-2011
- Datum
31-10-2011
- Auteur
mr. P. Sluijter
- JCDI
JCDI:ADS600210:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Er is daarnaast een parallel systeem van federal courts, maar de jurisdictie daarvan is beperkt. Deze behandelen o.a. zaken tegen de Canadese centrale overheid, IE-zaken en maritieme zaken. Zie http://cas-ncr-nter03.cas-satj.gc.ca/portal/page/portal/fc_cf_en/Jurisdiction (laatst geraadpleegd april 2011).
Zie het landenrapport (Oxford; academic; door E.S. Knutsen & J. Walker) Canada, p. 2.
In Engeland is 'no win no fee' wel toegestaan in CFA's (met een succespremie bij winst), maar niet de contingency fees, waarbij het honorarium een percentage is van de verkregen schadevergoeding. Zie Jackson 2009, p. 189-194 over de huidige reikwijdte van het verbod en de onderliggende regulering.
Zie Manitoba Law Reform Commission 2005, p. 17-20, en het landenrapport (Washington; door Glenn) Canada, p. 5-6. Er zijn grote verschillen: zo is de kostenveroordeling in Quebec erg laag, mede veroorzaakt door de Franse achtergrond.
Zie landenrapport (Oxford; academic; Knutsen & Walker) Canada, p. 10 e.v.
Zie Courts of Justice Act, R.S.O. 1990, c. C.43, s. 131 (1); nader uitgewerkt in Rule 57.01 van de onderliggende Rules of Civil Procedure, R.R.O. 1990, Reg. 194.
1465778 Ontario Inc v 1122077 Ontario Ltd. (2006) 82 OR (3d) 757 (CA), zoals aangehaald in landenrapport (Oxford; academic; Knutsen & Walker) Canada, p. 11.
British Columbia (Minister of Forest) v. Okanagan Indian Band, 2003 SCC71, [2003] 3 S.C.R. 371.
Zie landenrapport (Oxford; academic; Knutsen & Walker) Canada, p. 13-14.
In de versie van 1 januari 2010, zie http://www.canlii.org/en/on/laws/regu/rro-1990-reg-194/79006/. De meest recente versie van de Rules is http://www.canlii.org/en/on/laws/regu/rro-1990-reg-194/latest/.
Rule 57.01 (6), met behulp van een vast formulier (Form 57B), dat kan worden gedownload van http://www.ontariocourtforms.on.ca/ (laatst geraadpleegd mei 2010).
Dit zijn ook de criteria van Rule 57.01 (1).
Zie Manitoba Law Reform Commission 2005, p. 12-17.
Een bijlage bij de Rules of Civil Procedure.
De onvoorspelbaarheid van de kosten is volgens Knutsen 2010 zelfs een groot probleem in heel Canada.
O. Reg 42/05, van kracht sinds 1 juli 2005. Zie ook Olivo & Kelly 2006, p. 350, en Manitoba Law Reform Commission 2005, p. 14.
Zie Rule 49, o.a. toegepast in MeditelInc. v. BaldheadSystems Inc., 2008 CanLII 68173 (ON S.C.).
Een summary judgment is een beslissing van de rechter waarin die de zaak zelf afdoet, zonder dat een (jury-)trial nodig is, omdat er geen feiten in geschil zijn die voor de beslissing van belang zijn.
Zie Venture Refractories Inc v Technical Strategies Inc [2007] CarswellOnt 3392 (SCJ), zoals genoemd in landenrapport (Oxford; academic; Knutsen & Walker) Canada, p. 13.
Canada is een federale staat, waarbij de bevoegdheden op civielrechtelijk gebied bij de verschillende provincies en territoria liggen.1 Het rechtssysteem vertoont veel gelijkenis met de Engelse situatie, maar er zijn ook belangrijke verschillen, zoals het vervallen onderscheid tussen solicitors en barristers2en de toelaatbaarheid van contingency fees.3Daarnaast werken sommige provincies met vaste tariefschalen bij de kostenveroordeling.4
Het landenrapport ten behoeve van het Oxfordse project heeft een grote nadruk op Ontario, met interessante details over de wijze waarop die provincie de proceskosten aan procesgedrag koppelt.5 In Ontario heeft de rechter net als in Engeland een grote mate van vrijheid bij zijn kostenbeslissingen,6 met als hoofdregel dat de verliezer in de kosten wordt veroordeeld. In Ontario wordt echter nog sterker benadrukt dat de kostenveroordeling niet alleen functioneert als compensatie voor de winnaar, maar ook als belangrijk instrument om partijgedrag te beïnvloeden en procesmisbruik te voorkomen. De Court of Appeal for Ontario noemt als specifiekere doelen 'to encourage settlement, to deter frivolous actions and defences, and to discourage unnecessary steps that unduly prolong the litigation.'7
In de zaak British Columbia v. Okanagan Indian Band oordeelt ook het Canadese hooggerechtshof in deze zin en bevestigt daarmee de wijze waarop de kostenveroordeling in Ontario en andere provincies wordt toegepast:
‘As the Fellowes and Skidmore cases illustrate, modern costs rules accomplish various purposes in addition to the traditional objective of indemnification. (..) Costs can also be used to sanction behaviour that increases the duration and expense of litigation, or is otherwise unreasonable or vexatious. In short, it has become a routine matter for courts to employ the power to order costs as a tool in the furtherance of the efficient and orderly administration of justice.'8
Eén van de instrumenten voor die specifiekere doelen is een systeem met verschillende gradaties in kostenberekeningswijzen, vergelijkbaar met de standard basis en de indemnity basis in Engeland. In Ontario (en ook in de andere Canadese staten) heeft men echter drie niveaus: partial indemnity, substantial indemnity en full indemnity. Volgens Knutsen & Walker komen die neer op respectievelijk ongeveer 60%, 90% en 100% van de werkelijk gemaakte kosten.9 De werkelijk gemaakte kosten vormen het absolute plafond, maar deze full indemnity komt zelden voor. Grof gezegd kan de partial indemnity gelijkgeschakeld worden aan de Engelse standard basis, terwijl de substantial indemnity gelijkenis vertoont met de indemnity basis. In Ontario is in Rule 1.03 (1) van de Rules of Civil Procedure vastgelegd dat een vergoeding op basis van substantial indemnity anderhalf keer zoveel bedraagt als de vergoeding op basis van partial indemnity.10
De partial indemnity wordt op haar beurt weer berekend aan de hand van de gedetailleerde kostenoverzichten die partijen moeten inbrengen aan het eind van de (deel)procedure.11 Daarop moeten partijen informatie geven over hoeveel uren hun advocaten hebben gemaakt, wat hun tarief was, hoe ervaren de advocaten waren, het belang en de complexiteit van de zaak en ook drie punten over gedrag in de zaak:12
the conduct of any party that tended to shorten or lengthen unnecessarily the duration of the proceeding;
whether any step in the proceeding was improper, vexatious or unnecessary or taken through negligence, mistake or excessive caution;
a party' s denial of or refusal to admit anything that should have been admitted.
Bij partial indemnity werd de kostenveroordeling in de periode 2002-2005 berekend aan de hand van vaste tarieven.13 Die waren echter anders van aard dan het Nederlandse liquidatietarief (bedrag bepaald door proceshandelingen maal zaaksbelang) of de Belgische rechtsplegingsvergoeding (bedrag binnen bandbreedte bepaald door zaaksbelang), want in Ontario werd nog uitgegaan van werkelijk gemaakte uren. Alleen de bedragen per uur waren vastgelegd in Tariff A,14 waardoor de omvang van de totale kosten nog steeds niet echt voorspelbaar was.15 Sinds 2005 bevat Tariff A slechts nog concrete tarieven over andere kostenposten en worden de advocatenkosten (en werkzaamheden van studenten en law clerks) door de rechter bepaald aan de hand van de ingediende kosten-overzichten en de criteria van Rule 57.01 (1).16 De tariefschalen zijn dus weer vervangen door rechterlijke beslissingsruimte.
Substantial indemnity wordt in Ontario in soortgelijke gevallen toegepast als de indemnity basis in Engeland. Net als in Engeland kan dit in de eerste plaats gebeuren bij het weigeren van officiële schikkingsaanbiedingen.17 Daarnaast bepaalt Rule 20.06 dat de rechter substantial indemnity kan toepassen wanneer een partij onredelijk ofte kwader trouw verzoekt om een summary judgment18of onredelijk op zo' n verzoek van de wederpartij reageert. Ten slotte kunnen allerlei vormen van misconduct ook tot substantial indemnity leiden. De drie eerdergenoemde punten op het kostenoverzicht met betrekking tot gedrag spelen daarbij een rol.
Knutsen & Walker noemen enkele voorbeeldzaken waarin substantial in-demnity is toegepast. Het gaat bijvoorbeeld om het ongefundeerd beschuldigen van de wederpartij van fraude, het ongefundeerd vragen om punitive damages19en het indienen van vertragende motions.20 Die gevallen komen globaal overeen met het beeld dat Cook (2010) schetste van de Engelse situatie.