Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/3.1.1
3.1.1 De herziening van de geheimhoudingsbepaling (2008)
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285674:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 27 september 2007, houdende wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en van enige andere wetten, in het kader van het versterken van de fiscale rechtshandhaving en het verkorten van beslistermijnen (Versterking fiscale rechtshandhaving), Kamerstukken II 2005/06, 30 322, Stb. 2007, 376.
MvT, Kamerstukken II 2005/06, 30 322, nr. 3, blz. 17 e.v.
Zie uitgebreider: Hoofdstuk 4, par. 4.
Blijkens de memorie van toelichting kon het CBP instemmen met de voorgestelde wijziging (MvT, Kamerstukken II 2005/06, 30 322, nr. 3, blz. 15). Zie uitgebreider: par. 6.2 hierna.
Advies RvS en NR, Kamerstukken II 2005/06, 30 322, nr. 5, blz. 7 en NAV, Kamerstukken II 2005/06, 30 322, nr. 7, blz. 23.
Met ingang van 1 januari 2008 is de geheimhoudingsbepaling van art. 67 AWR gewijzigd.1 Het doel van de herziening was meerledig. Ten eerste werd de tekst van art. 67, eerste lid, AWR gemoderniseerd waarbij – volgens de memorie van toelichting – geen inhoudelijke wijzigingen werden beoogd.2 Zo werd bijvoorbeeld de term ‘nodig’ vervangen door ‘noodzakelijk’ waarbij aansluiting werd gezocht bij de geheimhoudingsbepaling van art. 2:5 Awb en art. 8 Wbp. Daarnaast werd het spanningsveld tussen de fiscale geheimhoudingsplicht van de AWR en de verplichting tot openbaarmaking uit de Wob opgelost; de fiscale geheimhoudingsbepaling werd een bijzondere openbaarmakingsregeling met een uitputtend karakter die prevaleert boven de Wob.3 De belangrijkste wijziging was echter de invoering van een nieuw tweede lid waarin werd opgesomd in welke drie gevallen de fiscale geheimhoudingsplicht niet zou gaan gelden. De mogelijkheid van de Minister van Financiën om een ontheffing te verlenen van de geheimhoudingsplicht van art. 67, tweede lid, AWR (oud) werd in sterk afgeslankte vorm vernummerd naar art. 67, derde lid, AWR. Met deze wijzigingen werd getracht tegemoet te komen aan de fundamentele kritiek van o.a. de Registratiekamer op het steeds verder uitdijende ontheffingenstelsel.4 Gesteld werd dat een duidelijke en meer transparante wettelijke regeling inzake gegevensverstrekking door de Belastingdienst noodzakelijk was.5