Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/7.4.3
7.4.3 Interne verwijzingsmogelijkheid
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS431763:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. art. 5 lid 3 sub b Convention on choice of courts agreements, 's-Gravenhage, 30 juni 2005: 'The preceding paragraphs shall not affect roles (...) b) on the intemal allocation of jurisdiction among the courts of a Contracting State. However, where the chosen court has the discretion as to whether to transfer a case, due consideration should be given to the choice of the parties.'
L. Collins & B. Davenport, 'Forum Non Conveniens within the United Kingdom', LQR 1994, p. 325328; Niegisch (1996), p. 209-210; Dicey & Morris (2000), p. 392; Layton & Mercer (2004), p. 1378- 1379. Vgl. Toel. Rapport Schlosser, EEX-Verdrag, nr. 79-81. Zie bijv. Neil Lennon v. Scottish Daily Record & Sunday Mail [2004] EWHC 359 (QB); Ivax Pharmaceuticals v. Akzo Nobel [2005] EWHC 2658 (Ch).
Layton & Mercer (2004), p. 1379.
Vgl. Toel. Rapport Schlosser, EEX-Verdrag, nr. 81.
In het algemeen regelt de EEX-Verordening slechts de internationale bevoegdheid en laat zij de relatieve (territoriale) competentie onaangetast. De relatief bevoegde rechter wordt aangewezen door het interne procesrecht van de lidstaten. Zie voor Nederland, art. 99 e.v. Rv voor dagvaardingsprocedures, en art. 262 e.v. Rv voor verzoekschriftprocedures. De EEX-Verordening verzet zich niet ertegen dat via het nationale recht op grond van forum non conveniens-overwegingen een interne verwijzing plaatsvindt tussen de gerechten in één door de verordening aangewezen lidstaat.1 Dat geldt dus ook voor gerechten in verschillende delen van het Verenigd Koninkrijk (Engeland & Wales, Schotland en Noord-Ierland).2 Voor Nederland kan worden gewezen op art. 220 Rv. Deze bepaling maakt het mogelijk dat een zaak wegens bijvoorbeeld verknochtheid aan een andere zaak die in Nederland reeds bij een andere gewone rechter van gelijk rang aanhangig is, verwezen wordt naar die andere rechter.3
In bepaalde gevallen wijst de EEX-Verordening behalve de internationaal bevoegde rechter, tevens de relatief bevoegde rechter aan. Dat is bijvoorbeeld het geval in art. 5 sub 1 onder a. Een binnenlandse verwijzing door dit gerecht is dan in principe niet toegestaan.4 Echter, in 'bijzondere uitzonderingsgevallen' kan hiervan worden afgeweken, indien voor de formeel bevoegde rechter 'een regelmatige procedure' niet mogelijk is. Is een procedure ten onrechte aanhangig gemaakt bij een ander gerecht, dan is een interne verwijzing naar de relatief bevoegde rechter wel toegestaan. Een interne verwijzing is eveneens geoorloofd als partijen hiermee instemmen (eventueel ten processe) en voldaan is aan de vereisten die art. 23 EEX-Vo aan een geldige forumkeuze stelt.5