Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht
Einde inhoudsopgave
Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht (Meijers-reeks) 2017/10.4.10.3:10.4.10.3 Termijnen van voorlopige preventieve maatregelen
Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht (Meijers-reeks) 2017/10.4.10.3
10.4.10.3 Termijnen van voorlopige preventieve maatregelen
Documentgegevens:
mr. drs. Y.N. van den Brink, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. drs. Y.N. van den Brink
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Algemeen
Bijzonder strafrecht / Jeugdstrafrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het voorgestelde nieuwe model mag een bevel tot voorlopige preventieve maatregelen niet langer voortduren dan strikt noodzakelijk en proportioneel is voor de verwezenlijking van strafvorderlijke doelstellingen die voortvloeien uit de gronden die aan de basis liggen van het bevel. Dit wordt in het nieuwe model onder meer gewaarborgd door de werking van voorlopige preventieve maatregelen te begrenzen met strikte jeugdspecifieke wettelijke termijnen. Voor voorlopige hechtenis van minderjarigen geldt in dit model in beginsel een verplichte tweewekelijkse rechtelijke toetsing van de noodzaak en proportionaliteit van het voortduren daarvan, waarmee – in navolging van een aanbeveling van het Kinderrechtencomité van de Verenigde Naties – gegarandeerd moet worden dat voorlopige hechtenis van minderjarigen slechts zo kort mogelijk voortduurt. Vrijheidsbeperkende voorlopige preventieve maatregelen moeten in het voorgestelde model binnen 90 dagen opnieuw door de rechter worden beoordeeld, hetgeen recht moet doen aan de terughoudende omgang met vrijheidsbeperking van minderjarigen, zoals volgt uit het internationale en Europese kader van mensenrechten. Voorts geldt voor alle voorlopige preventieve maatregelen dat de werking daarvan voorafgaand aan de uitspraak in eerste aanleg in beginsel is beperkt tot maximaal 180 dagen, hetgeen – in lijn met internationale kinderrechtenstandaarden – een voortvarende procesgang in jeugdstrafzaken moet bevorderen.
Aldus wordt met de introductie van deze jeugdspecifieke wettelijke termijnen in het model van voorlopige preventieve maatregelen de rechtsbescherming van minderjarige verdachten aanzienlijk verstevigd ten opzichte van het huidige wettelijke kader van voorlopige hechtenis en de schorsing onder voorwaarden, waarin voor de voorlopige hechtenis geen jeugdspecifieke termijnen zijn opgenomen en de meeste schorsingsvoorwaarden zelfs in het geheel niet zijn begrensd met termijnen (vgl. par. 10.3.1.3).