Einde inhoudsopgave
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/6.17.8
6.17.8 De vaste vertegenwoordiger: geen fiscale nadelen
mr. C.E.J.M. Hanegraaf, datum 25-06-2017
- Datum
25-06-2017
- Auteur
mr. C.E.J.M. Hanegraaf
- JCDI
JCDI:ADS304857:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zo bepaalt art. 17 lid 3 sub a. Wet op de vennootschapsbelasting 1969 bijvoorbeeld dat het Nederlandse inkomen onder meer bestaat uit de belastbare winst uit een in Nederland gedreven onderneming, zijnde het bedrag van de gezamenlijke voordelen die worden verkregen uit een onderneming die of een gedeelte van een onderneming dat wordt gedreven met behulp van een vaste inrichting in Nederland of van een vaste vertegenwoordiger in Nederland (Nederlandse onderneming).
Vgl. art. 2 leden 3 en 4 van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001. Zie art. 5 leden 5 en 6 OESO-modelverdrag en par. 31 tot en met 39 van de Toelichting op het OESO-modelverdrag voor nuanceringen en voorbeelden.
Een agent, commissionair of andere agent met een onafhankelijke status die handelt in zijn normale bedrijfsvoering wordt in beginsel dan ook niet beschouwd als een vaste vertegenwoordiger.
De aanwezigheid die de buitenlandse onderneming aanhoudt in de andere staat middels de verstrekte machtiging dient niet slechts van korte duur te zijn. Van belang is de mate waarin en de regelmaat waarmee de agent namens de buitenlandse onderneming handelt, de aard van de onderneming van de opdrachtgever en de aard van het contract.
In het fiscale recht hebben de begrippen “vaste inrichting” en “vaste vertegenwoordiger” een geheel eigen betekenis die los staat van het begrip “vaste vertegenwoordiger” zoals ik dat hanteer. De aanwezigheid van een vaste inrichting of een vaste vertegenwoordiger in Nederland kan leiden tot de heffing van onder meer vennootschapsbelasting.1 Van een vaste vertegenwoordiger in fiscale zin is sprake indien een (rechts)persoon die een buitenlandse onderneming uitoefent in de bronstaat een persoon voor zich heeft werken die aldaar producten verkoopt en overeenkomsten aangaat en derhalve handelt in opdracht van en ook voor rekening en risico van die buitenlandse onderneming.2 Een dergelijke vaste vertegenwoordiger dient duurzaam bevoegd te zijn om namens de persoon die de buitenlandse onderneming uitoefent overeenkomsten te sluiten, dient afhankelijk te zijn van de onderneming die hij vertegenwoordigt3 en moet de bevoegdheid/volmacht gewoonlijk uitoefenen.4 Daarnaast geldt dat de activiteiten die de vertegenwoordiger onderneemt naar hun aard moeten overeenstemmen met de werkzaamheden van de buitenlandse onderneming. Gelet op het feit dat ik aan de vaste vertegenwoordiger als bedoeld in art. 2:11 BW (“nieuw”) geen daadwerkelijke bevoegdheden toeken, lijken me hier geen fiscale problemen te verwachten. Dat kan anders zijn indien en voor zover in de betreffende statuten (vergaande) bevoegdheden worden toegekend aan een dergelijke vaste vertegenwoordiger en die persoon ook daadwerkelijk die bevoegdheden uitoefent. Voormelde opmerkingen dienen slechts als een signalering van een mogelijk fiscaal gevolg. Op deze plaats ga ik verder niet in op fiscaliteiten.