Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/6.2.6
6.2.6 Een beding, 'drie' benaderingen
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS493662:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Opmerkelijk is de duidelijk zichtbare invloed van de UCTA 1977: de rechter overwoog (wederom ten nadele van de consument) dat de school met het beding haar aansprakelijkheid in geval van een tekortschieten in de nakoming van haar verplichtingen niet beoogde te beperken. Dit deed er in deze zaak echter niet toe.
Beide voorbeelden worden aangehaald in Bradgate 1999, p. 38-39.
OFT Bulletin 1997/4.
Cass. Civ. 1' 2 april 2009, nr. 08-11596; zie v.w.b. de lagere rechtspraak CA Bordeaux 4 november 1993 (`oude' toets); CA Parijs 14 december 1995; CA Dijon 17 december 1998; TI Saint Maur des Fosses 18 december 2000; CA Lyon 6 juni 2001; CA Montpellier 21 augustus 2002 en 10 maart 2004.
CA Montpellier 10 maart 2004. In Cass. Civ. 1' 10 februari 1998, nr. 96-13316, Bull. civ. 1998 I, nr. 53, p. 34 (`oude' toets) blijkt dat een rechtvaardiging voor een dergelijk beding mogelijk wordt geacht: de gebruiker moet zijn financiële belang dan wel stellen en bewijzen Zie ook CA Parijs 9 januari 1992.
CCA-aanbeveling nr. 91-01.
Hof 's-Hertogenbosch 25 oktober 2005, LJN AU6639, no. 4.8.
Ktr. Lelystad 1 maart 2000, Prg. 2000/5571.
Ktr. Haarlem 22 mei 2002, LJN AE3273.
366. Een beding dat vaak onderwerp van geschil is, is een beding in een lesovereenkomst, dat hoge kosten in rekening brengt — de betaling van het gehele inschrijfgeld — bij (te late) opzegging. Wanneer alle kosten vergoed dienen te worden is er de facto geen recht op opzegging. De voorbeelden van beoordelingen van deze bedingen door rechters en toezichthouders in de onderzochte rechtsstelsels illustreren de eerdergenoemde verschillen en tonen aan dat Europa mijlenver verwijderd is van een geharmoniseerde toepassing van de oneerlijkheidsnorm.
Engeland
367. De Tunbridge Wells County Court achtte een dergelijk beding niet oneerlijk. De rechter legde de nadruk op de respectieve onderhandelingsmacht van de partijen (een gezichtspunt uit Sch. 2 UCTA 1977). Nadat hij deze balans had opgemaakt kwam hij tot de merkwaardige conclusie dat de ouders bij de onderhandelingen in het voordeel waren vanwege 'the fierce competition for pupils in the area' (freedom-oriented benadering van de belangenafweging). Tot slot heeft deze rechter de open en eerlijke bejegening van de ouders door de school onderstreept alsmede het feit dat de school de ouders heeft aangespoord de overeenkomst niet te haastig te ondertekenen (gezichtspunten uit Sch. 2 UCTA 1977 en common law, nadruk op `procedural fairness')1 In een uitspraak van de Worthing County Court2 betreffende eenzelfde type beding werd, na een aantal omstandigheden te hebben opgesomd betreffende de onduidelijke formulering van het beding, besloten dat deze met de geest en het doel van de richtlijn strijdige omstandigheden gecompenseerd werden door de noodzaak van de school om haar legitieme economische belangen te waarborgen (freedom-oriented benadering van de belangenafweging) en niet gelijkstonden aan een failure to act in good faith' (geobjectiveerde subjectieve benadering van het goede trouw-criterium).
Volgens de OFT is de reciprociteit van een dergelijk beding doorslaggevend (onder d Europese lijst, nadruk op verstoringscriterium). Een voorbeeld vormt de standaardovereenkomst betreffende zwemlessen van Serco Ltd t/a Beckenham Leisure Centre, waarin een `refund' in geval van annulering volledig werd ontzegd. Dit beding werd op verzoek van de OFT verwijderd.3
Frankrijk
368. De Franse rechtspraak kent veel op de wet en het formele contractsevenwicht gebaseerde uitspraken met betrekking tot bedingen die door de hoogte van de vergoeding de opzegging onmogelijk maken. De uitspraken zijn steeds in het voordeel van de consument.4 Bepalend is dan dat het contract de wettelijke mogelijkheid tot opzegging 'en cas de mot-1:f légitime' ontzegt en dat het beding eenzijdig is: de consument krijgt niets als de gebruiker opzegt (geen reciprociteit). 5 De toetsing is abstract en sterk inhoudelijk. Deze beslissingen zijn in lijn met de aanbeveling van de CCA `concemant les contrats proposés par les établissements d'enseignement'.6
Nederland
369. De (on)mogelijkheid tot opzeggen wordt bepaald door de wet (bijvoorbeeld art. 7:408 BW), het contract dan wel de redelijkheid en billijkheid.7 In Nederland wordt doorgaans gezocht naar een 'redelijke vergoeding' wat duidt op een afweging van belangen en omstandigheden.8Art. 6:237 onder i BW wijst in die richting. De gebruiker dient het vermoeden te weerleggen, met andere woorden, zijn benadeling te bewijzen.9 In Nederland heeft de toezichthouder (de CA) zich nog niet over dergelijke bedingen gebogen.
370. De vraag is hoe de in par. 6.2 besproken interpretatie- en toepassingsverschillen ontstaan. In een poging deze vraag te beantwoorden wordt in de volgende paragraaf gekeken naar de beschikbare handvatten bij de uitleg van de normen op Europees en op nationaal niveau (par. 6.3.1 en 6.3.2). Hoe sterk is de invloed van resp. Europese en nationale denkbeelden op de interpretatie en toepassing van de nationale norm ter omzetting van art. 3 lid 1 richtlijn?