Einde inhoudsopgave
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/3.4.2.5
3.4.2.5 Gender bias door vrouwen zelf naar zichzelf
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen
- JCDI
JCDI:ADS111433:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Callahan-Levy & Messé 1979, p. 438; Major 1987, p. 133-134, 139; Major, McFarlin & Gagnon 1984, p. 1410.
Major 1987, p. 134-135.
Major 1987, p. 135.
Lane & Messé 1971.
Kahn e.a. 1980, p. 173 e.v.; Sampson 1975, p. 45 e.v.
Een van de onderzoeken werpt de hypothese op dat vrouwen een hogere mate van sociale verantwoordelijkheid voelen dan mannen. Dit blijkt echter niet het geval te zijn, omdat zowel mannen als vrouwen zichzelf meer toekennen dan zij eigenlijk vinden dat ze verdienen. Zie Callahan-Levy & Messé 1979, p. 438-439. Zie anders: Lenney 1977, p. 10-11.
McKinsey 2017, p. 31. 79% van de senior en mid-level vrouwelijke managers geeft aan een topmanagement positie te ambiëren, tegenover 81% van de mannen in soortgelijke functie. 61% van die vrouwen is bereid een deel van hun persoonlijke leven daarvoor op te offeren, tegenover 64% van de mannen.
McKinsey 2017, p. 32.
Kumra & Vinnicombe 2008, p. S65 e.v.
Zamarripa & Krieger 1983, p. 205.
De vijfde uiting van implicit gender bias is dat zowel vrouwen als mannen een eigen genderschema hebben waarmee ze zichzelf bekijken. Vrouwen hebben de neiging te denken dat zij minder snel aanspraak op iets kunnen maken, bijvoorbeeld een hoger salaris.1 Vrouwen kennen zichzelf minder salaris toe voor een bepaalde hoeveelheid werk dan mannen. Daarnaast werken vrouwen langer en harder voor hetzelfde bedrag dan mannen. Een onderzoek van Major laat dit verschil zien. Het onderzoek bestaat uit twee experimenten.2 De opdracht is het tellen van vijftig sets van stippen in verschillende ruimtelijke configuraties. Aan de deelnemers wordt vooraf $ 4 betaald en gezegd dat hoewel veel stippen te tellen zijn, het enige vereiste is dat zij zo veel werk doen als zij eerlijk achten voor het geld dat zij betaald krijgen. Ook wordt hen verteld dat de $ 4 van hen is, ongeacht hoe lang zij werken of hoeveel stippen ze tellen. De helft van de deelnemers schrijft hun naam op een lijst en krijgt te horen dat de observant aan het einde buiten op hen wacht. De andere helft verricht het werk anoniem. Hen wordt verteld dat de observant wegens een dubbele afspraak niet kan wachten tot de deelnemer klaar is.
Uit het eerste experiment blijkt dat als niet vergeleken kan worden met wat anderen zichzelf toekennen, vrouwen zichzelf minder toekennen dan mannen. Als wel sprake is van een vergelijkingsmogelijkheid is geen genderverschil merkbaar. Uit het tweede experiment blijkt dat als mannen en vrouwen zelf mogen bepalen hoe lang ze voor een X bedrag werken, vrouwen beduidend langer werken. Dit geldt zowel voor de situatie waarin zij gemonitord worden door een observant, als in de situatie waarin geen observant aanwezig is. Voorts komt uit dit onderzoek de hypothese naar voren dat vrouwen gevoeliger zijn voor de indrukken die anderen hebben of die het management heeft van hun werkethos. Vrouwen werken namelijk beduidend langer dan mannen als zij gemonitord worden. Vrouwen werken 67,46 minuten met supervisie en 50,05 minuten zonder supervisie. Mannen werken 44,18 minuten met supervisie en 40,88 minuten zonder supervisie. Ook blijken de vrouwen meer werk te verrichten, meer correct werk te voltooien en efficiënter te werken dan mannen.3
Vrouwen blijken eerder dan mannen geneigd te zijn de beloning gelijker te delen met de ander, ook als de ander slechter heeft gepresteerd.4 De verdeling die mannen maken in dit soort experimenten lijkt in het algemeen ongelijker, dan de verdeling die vrouwen maken.5 De onderzoeken suggereren voorts dat vrouwen hun eigen kwaliteiten lager inschatten dan mannen.6 Vrouwen zijn net zo ambitieus als mannen, maar minder zelfverzekerd dat zij zullen slagen. Zelfverzekerdheid ziet hier op het vertrouwen in het eigen succes en dus niet op het vertrouwen in de eigen kwaliteiten. De cultuur van de vennootschap draagt bij aan de mate van zelfvertrouwen.7 In het Europese McKinsey-onderzoek gaf 26% van de vrouwen aan dat gender een rol speelt in hun promotiekansen. 41% gelooft dat het lastiger is voor vrouwen dan voor mannen om een promotie of een salarisverhoging te krijgen.8 Dat vrouwen benadeeld worden in geval van promotiebeslissingen is voor de consultancy-sector uit onderzoek uit 2008 gebleken.9
Het mindere vertrouwen in het eigen kunnen kan vervolgens een selffulfilling prophecy worden. Het signaal dat je zelf afgeeft, heeft invloed op de ander. Het leidt tot een keten van onproductief gedrag (the chaining of nonproductive behavior).10
Tijdens de interviews geven respondenten aan dat vrouwen zichzelf sterker moeten positioneren (8 van de 44 respondenten die ik sprak over de weg naar een meer evenwichtige zetelverdeling). Zij staan niet altijd vooraan bij een promotie (2 van de 44). Ze ‘durven niet altijd hun nek uit te steken’, ze ‘zijn niet flexibel’ (1 van de 44) en vertonen soms compensatiegedrag omdat zij vrouw zijn (1 van de 44). Ook wordt enkele malen aangegeven dat vrouwen tegenwoordig eerder het pad van commissaris kiezen dan het pad van bestuurder, mede gelet op de tijdinvestering en de balans met het gezin. Hoewel deze opmerkingen generaliserend zijn, zijn ze wellicht in sommige gevallen waar en van belang voor de beeldvorming van de vrouw. Die beeldvorming heeft vervolgens weer invloed op de kans van vrouwen op een functie in de rvb of rvc. Het is dan ook belangrijk dat deze opmerkingen niet weggezet worden als ‘chargerend’, ‘discriminerend’ of ‘achterhaald’. Deze beeldvorming van vrouwen, door zowel vrouwen als mannen, draagt ook bij aan het in stand houden van de disbalans in de top. Problematisch aan dit soort onderzoeken is dat deze onderzoeken ook weer stereotypering in de hand werken. Daarbij zij opgemerkt dat niet alle vrouwen zichzelf minder toekennen, net zoals dat niet alle mannen beloningen ongelijk verdelen.