Foutenleer
Einde inhoudsopgave
Foutenleer (FM nr. 95) 2000/11.3.2.0:Introductie
Foutenleer (FM nr. 95) 2000/11.3.2.0
Introductie
Documentgegevens:
dr. A.O. Lubbers, datum 01-07-2000
- Datum
01-07-2000
- Auteur
dr. A.O. Lubbers
- JCDI
JCDI:ADS412002:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Aanslag
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Voor een gedetailleerde bespreking van het vertrouwensbeginsel verwijs ik naar R.H. Happé, Drie beginselen van fiscale rechtsbescherming, FM nr. 77.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de vorige paragraaf is HR 23 februari 1955, BNB 1955/158, genoemd als voorbeeld van een geval, waarin de foutenleer niet kan worden toegepast langs de in HR 22 oktober 1952, B. 9293, uitgezette lijnen omdat de redelijkheid zich daartegen verzet. BNB 1955/158 is echter ook een voorbeeld van een geval, waarin bij het foutenherstel betekenis wordt toegekend aan de omstandigheid dat het te verlaten (onjuiste) waarderingsstelsel jarenlang met uitdrukkelijke instemming van de belastingadministratie was toegepast. Omdat dit arrest werd gewezen lang voordat het vertrouwensbeginsel in de belastingrechtspraak tot bloei kwam, moet worden onderzocht op welke wijze thans bij de toepassing van de foutenleer recht wordt gedaan aan bij de belastingplichtige gewekt vertrouwen. Allereerst wordt in paragraaf 11.3.2.1 kort stilgestaan bij enkele achtergronden van het vertrouwensbeginsel1.