Einde inhoudsopgave
De invloed van de woonplaats op de fiscale behandeling (FM nr. 158) 2019/10.3.3.2
10.3.3.2 Verhouding tot het Unierecht
Mr. dr. N.P. Schipper, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
Mr. dr. N.P. Schipper
- JCDI
JCDI:ADS382725:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Woon- en vestigingsplaats
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Inkomstenbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Europese verdragsvrijheden
Europees belastingrecht / Discriminatie
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 16 oktober 2008, zaak C-527/06 (Renneberg).
Mijns inziens volgt uit het Renneberg-arrest geen absolute verplichting om in Schumacker-situaties rekening te houden met negatieve buitenlandse inkomsten (ook niet als vergelijkbare binnenlandse inkomsten wel in aftrek komen). Dit is overigens ook in lijn met de overwegingen van het Hof van Justitie in datzelfde arrest waarin het Hof oppert dat Nederland ten aanzien van Renneberg in de toekomst de inhaalregeling zou kunnen toepassen indien hij in latere jaren positief Belgisch inkomen zou genieten (conform inwoners). Zie HvJ EG 16 oktober 2008, zaak C-527/06 (Renneberg), r.o. 76-77. Met andere woorden: Nederland was geenszins verplicht om Renneberg de aftrek onvoorwaardelijk toe te kennen; er moest hem een nationale behandeling worden verleend. In gelijke zin: N. Bammens, The Principle of Non-Discrimination in International and European Tax Law, Amsterdam: IBFD 2012, p. 655.
Uit de rechtspraak volgt namelijk dat voor het rechtvaardigen van het uitsluiten van buitenlandse verliezen niet vereist is dat op grond van een belastingverdrag niet langer de mogelijkheid bestaat tot het in aanmerking nemen van de buitenlandse inkomsten. Het is ook toegestaan dat deze objectvrijstelling volgt uit het nationale recht. Zie HvJ EU 7 november 2013, zaak C-322/11 (K),r.o. 67 en paragraaf 6.3.1.7 en 6.3.1.8.
Zie HvJ EG 16 oktober 2008, zaak C-527/06 (Renneberg), r.o. 76-77 waaruit volgt dat Nederland volgens het Hof ten aanzien van niet-inwoner Renneberg in de toekomst de inhaalregeling zou mogen toepassen indien hij in latere jaren positief Belgisch inkomen zou genieten (conform inwoners).
Zie hierover tevens paragraaf 6.3.2 en de (op inwoners betrekking hebbende) arresten HvJ EU 7 november 2013, zaak C-322/11 (K), HvJ EG 23 oktober 2008, zaak C-157/07 (Krankenheim)enHvJ EU 17 december 2015, zaak C-388/14 (Timac Agro).
Vanuit Unierechtelijk oogpunt bestaan geen bezwaren tegen het toestaan van grensoverschrijdende verliesverrekening aan niet-inwoners (binnen en buiten Schumacker-situaties). Dit zou in essentie ook slechts een uitbreiding betreffen van de gevallen waarin lidstaten gehouden zijn de volledige fiscale draagkracht in aanmerking te nemen (ten opzichte van de bestaande rechtspraak).1 Het feit dat inwoners en niet-inwoners in beginsel niet als gelijke gevallen worden beschouwd door het Hof van Justitie, is in dit kader evenmin een probleem aangezien de mogelijkheid tot het aftrekken van buitenlandse negatieve inkomsten geen verzwaring van de belastingdruk van belastingplichtigen inhoudt, maar juist ten voordele van deze personen werkt. Volledigheidshalve benadruk ik dat naar mijn mening lidstaten moeten worden verplicht een nationale behandeling toe te staan aan niet-inwoners. Niet minder, maar ook niet meer. Met andere woorden, de mogelijkheden tot grensoverschrijdende verliesverrekening dienen ‘slechts’ op gelijke voet te worden verleend ten opzichte van inwoners. Indien een lidstaat derhalve zou besluiten te heffen op grond van het territorialiteitsbeginsel, waarbij buitenlandse inkomsten en verliezen consistent buiten de grondslag worden gelaten voor binnenlandse belastingplichtigen, dan hoeft grensoverschrijdende verliesverrekening mijns inziens evenmin te worden toegestaan aan niet-inwoners.2 Dergelijke nationale wetgeving zou namelijk gerechtvaardigd kunnen worden op grond van de noodzaak om de samenhang van het belastingstelsel te waarborgen (onder voorbehoud van definitieve verliezen).3
Indien lidstaten wel de mogelijkheid bieden om buitenlandse verliezen in aftrek te nemen, volgt uit het Unierecht tevens geen verplichting om deze verliesverrekening onvoorwaardelijk toe te staan aan niet-inwoners.4 Gelet op het gebod tot nationale behandeling, acht ik het in beginsel aanvaardbaar dat in dit verband dezelfde regels zouden gelden als voor binnenlandse belastingplichtigen. Dit betekent meer concreet dat lidstaten, mijns inziens onder dezelfde voorwaarden als voor inwoners, een inhaal- of terugneemregeling mogen hanteren.5