Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/1.3.2.3
1.3.2.3 Belang van de tenuitvoerlegging in het civiele recht
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS379471:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
W.L.P.A. Molengraaff, Preadvies NJV 1900, Handelingen der Nederlandse Juristen-Vereeniging, Belinfante, 's-Gravenhage 1900, p. 1.
Deze stelling verdient echter enige nuancering. Niet alle uitspraken van de burgerlijke rechter moeten daadwerkelijk ten uitvoer worden gelegd. Het enkele uitspreken van een constitutief dan wel een declaratoir vonnis brengt een wijziging in de rechtssituatie tot stand zonder dat een tenuitvoerlegging moet plaatsvinden.
D. Besse, 'Die justitielle Zusammenarbeit in Zivilsachen nach dem Vertrag von Amsterdam und das EuGVÜ', ZEuP 1999, p. 107 (i.h.b. p. 119); D. Besse, Die Vergemeinschaftung des EuGVÜ, Europäisches Privatrecht Band 16, Baden-Baden: Nomos 2001, p. 2.
Zie verder M. Kaser, 'Das Römische Zivilprozessrecht', bewerkt door K. Hackl, in: Handbuch der Altertumswissenschaft, 10. Abt., 3. Teil, 4. Band, 2. neubearbeitete Auflage, München: C.H. Beck Verlag 1996, § 56, p. 381-388 en J.E. Spruit, Cunabula iuris: elementen van het Romeinse privaatrecht, 2e druk, Deventer: Kluwer 2003, § 755, p. 520-521.
'...het materieele recht vooronderstelt een goed geregeld procesrecht, in het bijzonder een goed geregeld executierecht' (Molengraaff, Preadvies NJV 1900, p. 1).
De tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing is een overheidsingreep in een privaatrechtelijke relatie. De burgers zelf kunnen niet het recht uitvoeren; hier is een taak voor de overheidsrechter of een andere overheidsinstantie weggelegd. Eigenrichting is in onze maatschappij uit den boze. Het is juist de taak van de burgerlijke rechter om, indien hij daarom gevraagd wordt, rechtsbescherming aan het individu te verlenen.
De tenuitvoerlegging en dan met name de feitelijke executie biedt aan degene die een 'recht' heeft de mogelijkheid dit 'recht' te handhaven. Zodoende is een goede regeling van de tenuitvoerlegging van belang, want het recht te hebben is veel waard, maar het recht daadwerkelijk, eventueel door dwang, erkend te krijgen dan wel ten uitvoer te kunnen leggen is het meeste waard.1 Via de tenuitvoerlegging wordt aan het civiele recht een dwingend karakter toegekend. Eerst door de tenuitvoerlegging kan een recht, dat door een ander niet erkend wordt, geëffectueerd worden.2 De tenuitvoerlegging verschaft aan de schuldeiser datgene waarop hij recht heeft, indien de schuldenaar dit recht niet vrijwillig wil erkennen.
Een rechterlijke beslissing die door de rechter dan wel door de wet uitvoerbaar is verklaard, wordt in de buitenlandse literatuur soms vergeleken met een (vermogens)recht. In Duitsland meent Besse dat een rechterlijk vonnis te vergelijken is met een 'property right'.3 Dit doet mijns inziens denken aan de systematiek van de tenuitvoerlegging van een vonnis, zoals het onder het Romeins recht heeft gegolden. In het Romeinse proces per formulas begon de executie van het vonnis met een afzonderlijke procedure. De executant vroeg de magistraat een actio iudicati. In dit tweede proces werd vervolgens onderzocht of inderdaad een veroordelend vonnis was uitgesproken of dat de gedaagde in iure, dat wil zeggen ten overstaan van de praetor, de pretentie van de eiser had erkend. De gedaagde kon als verweer voeren, dat het vonnis ongeldig was of dat aan het veroordelende vonnis inmiddels was voldaan. Eerst nadat duidelijk was geworden dat de executant inderdaad recht op executie had, omdat de gedaagde dit erkende of omdat een nieuw veroordelend vonnis werd uitgesproken, waarbij overigens het verschuldigde bedrag werd verdubbeld (infitiando lis crescit in duplum), kon de praetor de executant machtigen zich in het bezit te stellen van het vermogen van de debiteur (missio in bona) teneinde dit vermogen in stand te houden en te beheren.4 Naar analogie van het Romeinse formulaproces zou derhalve kunnen worden gesteld dat een rechterlijk vonnis in de bodemprocedure een nieuw 'recht' in het leven roept, namelijk een recht op tenuitvoerlegging. Een dergelijke scheiding tussen de procedure tot het verkrijgen van een executoriale titel en de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing is echter in het huidige recht onbekend. Door een rechterlijke beslissing wordt reeds een rechtens afdwingbare nieuwe rechtstoestand in het leven geroepen. Ook een veroordelend vonnis waaraan nog een verdere uitvoering moet worden gegeven, houdt een vaststelling van een nieuwe status quo in. De tenuitvoerlegging is aldus een onderdeel van de gehele procedure om het 'recht' dat men heeft, ook daadwerkelijk te krijgen. Een vonnis is geen 'property right', zoals door Besse aangeduid. Rechterlijke beslissingen zijn in tegenstelling tot vorderingen geen verhandelbare rechten. Een rechterlijk vonnis geeft aan de schuldeiser niet een recht; het staat aan de schuldeiser iets toe. Het kent een bevoegdheid toe tot het 'vragen' om de toepassing van dwangmiddelen. Zonder vonnis kan in het burgerlijk recht een dwangmiddel niet worden toegepast. Het vonnis legitimeert de toepassing daarvan, aangezien het materieel burgerlijk recht daaromtrent geen regeling bevat. Het feit echter dat een rechterlijke beslissing niet aangemerkt kan worden als een 'property right', betekent nog niet dat de beslissing geen waarde in het economische verkeer zou hebben. Juist de mogelijkheid tot executie van een rechterlijke beslissing maakt het mogelijk de waarde van deze beslissing te verwerkelijken. Zonder die mogelijkheid zou een 'recht' niet gehandhaafd kunnen worden. Indien de handhaving van een 'recht' niet mogelijk zou zijn, zou het 'recht' van weinig betekenis zijn. Het enkele niet-erkennen van iemands aanspraak zou voldoende zijn om de waarde van het gepretendeerde 'recht' bijna tot nihil te brengen. Daarom is het van groot belang dat naast het materiële recht dat een 'recht' toekent, ook het procesrecht een goed geregeld en op elkaar afgestemd geheel vormt, want het ene gedeelte van het burgerlijk recht kan niet zonder het andere gedeelte.5