Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/4.2.5.4
4.2.5.4 Verwijzing naar bestaand nationaal recht
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS394896:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJEG 21 september 1983, gevoegde zaken 205/82-215/82 (Deutsche Milchkontor), Jur.1983, p. 2633, r.o. 18-20.
HvJEG 21 september 1983, gevoegde zaken 205/82-215/82 (Deutsche Milchkontor), Jur. 1983, p. 2633, r.o. 19. Dit heeft het Hof eerder overwogen in HvJEG 6 mei 1982, 54/81 (Fromme), Jur. 1982, p. 1449, HvJEG 6 mei 1982, gevoegde zaken 146/81, 192/81 en 193/81 (BayWa), Jur. 1982, p. 1503; HvJEG 12juni 1980, gevoegde zaken 119/79 en 126/79 (Lippische Hauptgenossenschaft), Jur. 1980, p. 1863; HvJEG 5 maart 1980, zaak no. 265/78 (Ferwerda), Jur. 1980, p. 617. Een later arrest waarin deze overweging terugkomt, is onder meer HvJEG 19 september 2002, C-336/00 (Huber), Jur. 2002, p. 1-7699.
Zie hieromtrent ook De Moor-van Vugt 2007, p. 156.
Zie hoofdstuk 3, paragraaf 3.72.
Deze komen aan de orde in hoofdstuk 5, paragraaf 5.7.8.
In andere bepalingen in Europese subsidieverordeningen wordt expliciet verwezen naar het bestaande nationale recht. Een voorbeeld hiervan biedt artikel 8, eerste lid, van de destijds geldende Verordening nr. 729/70 waarin was bepaald dat de lidstaten, overeenkomstig de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, de nodige maatregelen dienen te treffen om zich ervan te vergewissen dat de door het Fonds gefinancierde maatregelen daadwerkelijk en op regelmatige wijze worden uitgevoerd, onregelmatigheden te voorkomen en te vervolgen en de ingevolge onregelmatigheden of nalatigheden verloren gegane bedragen terug te vorderen. Volgens het Hof van Justitie vloeit uit dit artikel weliswaar voort dat de bevoegde nationale autoriteiten alle noodzakelijke controlerende functies dienen uit te oefenen om te verzekeren dat de steun enkel onder de in de Europese regeling gestelde voorwaarden wordt toegekend en iedere schending op passende wijze wordt bestraft, maar bevat het Europese recht geen specifieke bepalingen betreffende de uitoefening van deze controlerende functie.1 Het Hof overweegt dat de geschillen betreffende de invordering van ten onrechte uit hoofde van het gemeenschapsrecht betaalde bedragen, bij ontbreken van Europese voorschriften, door de nationale rechter dan ook dienen te worden beslist overeenkomstig het nationale recht.2 Voormeld artikel 8 regelt niet de betrekkingen tussen het bevoegde nationale uitvoeringsorgaan en de eindontvangers van de Europese subsidie en kan gelet hierop dan ook geen rechtsgrondslag vormen voor de bevoegdheid van de nationale autoriteiten om onverschuldigd betaalde Europese subsidie terug te vorderen, aldus het Hof.3 Dergelijke vorderingen worden beheerst door het nationale recht. Ten aanzien van voormeld artikel 8 is derhalve duidelijk dat nationale uitvoeringsorganen bij de terugvordering van Europese subsidies het nationale recht dienen toe te passen.
Bedacht moet worden dat de verplichting van de lidstaat om overeenkomstig de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen de ingevolge onregelmatigheden of nalatigheden verloren gegane middelen terug te vorderen, ondanks de toepasselijkheid van het bestaande nationale recht, overeind blijft staan. Dit heeft tot gevolg dat het Hof van Justitie aan het gebruik van het bestaande nationale recht op grond van de in hoofdstuk 3 besproken beginselen van gelijkwaardigheid en effectiviteit wel grenzen stelt.4 Wat betreft de terugvordering van Europese subsidies met behulp van het nationale recht zijn door het Hof van Justitie extra eisen ontwikkeld.5