Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade
Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/10.1:10.1 Inleiding
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/10.1
10.1 Inleiding
Documentgegevens:
D.A. van der Kooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van der Kooij
- JCDI
JCDI:ADS585131:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze casus ontleen ik aan Bloembergen 1993, p. 144, 145. Bloembergen meende dat noch het geschonden eigendomsrecht, noch de gemeenteverordening informatie geeft over de vraag of de schade uit de gemiste transactie of de schade ten gevolge van het letsel voor vergoeding in aanmerking komt; zie ook nr. 341.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
474. Soms wordt schade veroorzaakt door een rechtsinbreuk of door een gedraging in strijd met een wettelijke plicht, maar is duidelijk dat de laedens niet tegelijkertijd een norm van ongeschreven recht heeft geschonden waarmee beoogd is de gelaedeerde te beschermen tegen de schade zoals geleden. Indien zich niet positief laat vaststellen dat met het recht waarop inbreuk is gemaakt of met de geschonden wettelijke plicht beoogd is de gelaedeerde te beschermen tegen de schade zoals geleden, kan uit de omstandigheid dat duidelijk is dat de laedens niet tegelijkertijd een dergelijke norm van ongeschreven recht heeft geschonden, volgen dat geen sprake is van een toereikend normatief verband tussen de onrechtmatige daad en de schade en dus geen aansprakelijkheid voor de veroorzaakte schade bestaat.
Deze grens laat zich aan de hand van de volgende casus illustreren. A snoeit zijn heg en daarbij komen takken op de oprit van buurman B terecht. A pleegt aldus inbreuk op een subjectief recht van B. Wanneer B ‘s avonds laat thuiskomt parkeert hij vanwege de takken op zijn oprit zijn auto op straat in plaats van in zijn garage. De volgende dag is de auto gestolen. B komt als gevolg daarvan te laat op zijn werk en mist een lucratieve transactie, of, omdat zijn auto is gestolen, gaat B met de trein naar zijn werk en loopt bij een spoorwegongeval letsel op. Mogelijk is ook dat het deponeren van takken op het trottoir in strijd is met de gemeenteverordening en dat daarom sprake is van een doen in strijd met een wettelijke plicht en vanwege dat doen dezelfde schade ontstaat. Naar mijn mening volgt uit het recht waarop inbreuk is gemaakt en uit de geschonden wettelijke plicht niet of voor deze schade al dan niet aansprakelijkheid dient te bestaan.1 Wel laat zich mijns inziens vaststellen dat A geen norm van ongeschreven recht heeft geschonden waarmee beoogd is te beschermen tegen de schade zoals geleden. Op basis van die omstandigheid kan geconcludeerd worden dat voor de door de rechtsinbreuk of schending van een wettelijke plicht veroorzaakte schade geen aansprakelijkheid bestaat.
In de jurisprudentie is in enkele gevallen deze betekenis onderkend van het niet tegelijkertijd met de rechtsinbreuk of de schending van de wettelijke plicht door de laedens schenden van een norm van ongeschreven recht. In dit hoofdstuk zal ik dit generaliseren en uitwerken wanneer en waarom in het algemeen om deze reden aansprakelijkheid dient te worden begrensd.
475. In het navolgende bespreek ik hoe deze grens aan aansprakelijkheid zich laat rechtvaardigen, wat het begrenzingscriterium is en tevens enkele casus waarin hiermee tot een redelijke begrenzing van aansprakelijkheid kan worden gekomen (§ 10.2). Vervolgens breng ik een algemene nuancering op deze grens aan (§ 10.3). Daarna bespreek ik de verhouding van deze grens tot de leer Smits en de leer van de schuld aan de schade (§ 10.4) en behandel ik de meerwaarde van deze grens ten opzichte van de andere grenzen aan aansprakelijkheid (§ 10.5). Ik sluit af met een samenvatting (§ 10.6).