Einde inhoudsopgave
Grenzen van het strafrecht in de voorfase (SteR nr. 60) 2023/5.3.2
5.3.2 Semantische onduidelijkheid
mr. E.A.J. Nab, datum 12-01-2023
- Datum
12-01-2023
- Auteur
mr. E.A.J. Nab
- JCDI
JCDI:ADS715402:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Groenewegen 2006, p. 10. Interpretatiemethoden zijn doorgaans bedoeld om de context van de bepaling in kaart te brengen (Groenewegen 2006, p. 17-18).
Groenewegen 2006, p. 10-11.
Altena 2016, p. 132; Bix 2003, p. 287-290. Zie ook §5.4.2 en voetnoot 2109.
Groenewegen spreekt in dat kader over het principle of charity: bij het interpreteren van woorden moeten met een zekere welwillendheid de eerdere opvattingen van de auteur worden meegewogen, in de vooronderstelling dat datgene wat de auteur zegt, zal passen in het patroon van dingen die hij al eerder heeft gezegd (Groenewegen 2006, p. 11-12).
Westen 2007, p. 293 en 298.
Heijder 1979, p. 144. Omgekeerd meent het Gerechtshof Den Haag dat strafbaarheid onder het Rotterdamse ‘sisverbod’ (het verbod op straatintimidatie) onvoldoende voorzienbaar is, mede omdat in een multiculturele gemeente als Rotterdam “niet iedereen […] bekend is met cultureel bepaalde gedragingen” (Hof Den Haag 19 december 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3293).
Binnen de communitaristische benadering van het lex certa-beginsel is de noodzaak tot verduidelijking van de tekst van de wet vaak te relativeren. De liberaal probeert volgens de communitarist te veel op woordniveau de betekenis van strafwetten vast te leggen. De betekenis van de woorden waaruit een regel bestaat, is echter maar beperkt relevant voor de betekenis van die regel; die betekenis wordt in belangrijke mate mede bepaald door de context waarin de regel tot stand is gekomen en fungeert.1 Onder die context moet onder meer de achtergrond en opvattingen van de auteur – in dit geval de wetgever en indirect de maatschappij – worden begrepen.2 Als gevolg daarvan kan het onnodig zijn definities te geven aan begrippen die vanuit liberaal oogpunt objectief gezien aan criteriale vaagheid of betwistbaarheid lijden als die begrippen een door de samenleving erkende betekenis hebben. Vandaar dat ook wel wordt gesteld dat de bevindingen van taalwetenschappers voor wat betreft (on)duidelijkheid van taal niet onverkort van toepassing zijn op juridische taal: zij miskennen veelal dat juridische taal afkomstig is van een (democratisch gelegitimeerde) wetgever, wiens bedoeling bindend moet zijn.3 Die bedoeling kan duidelijk zijn, zelfs als de tekst van de wet dat objectief gezien niet is.4 Westen stelt dan ook dat vage wetgeving niet per se tot onvoorzienbare aansprakelijkheid leidt, omdat burgers in een bepaalde samenleving vaak redelijkerwijs kunnen voorzien of de samenleving – op grond van het geheel aan daarin geldende normen en waarden – een bepaalde gedraging onder een vaag begrip zal schuiven.5 In een normatief homogene samenleving is het daardoor vanuit communitaristisch perspectief ook betrekkelijk eenvoudig om aan het lex certa-beginsel te voldoen.6
5.3.2.1 Criteriale vaagheid5.3.2.2 Graduele vaagheid5.3.2.3 Betwistbaarheid