Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/6.4.1
6.4.1 Verordening of richtlijn?
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS373457:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
In Italië, Oostenrijk en Frankrijk kan bijvoorbeeld tegen een in een andere staat gevestigde schuldenaar in een incassoprocedure geen betalingsbevel worden verkregen. In Duitsland is dit wel het geval. Zie B. Hess, 'Vereinfachte Verfahren und Mahnverfahren in Europa', in: M. Storme (ed.), Procedural Laws in Europe: Towards Harmonisation, Antwerpen: Maklu 2003, p.323-345 (i.h.b. p. 333).
Anders COM (2002) 746 def., p. 7. Zie ook Kamerstukken II 2002/03, 22 112, nr. 275, p. 5. Ook Uitdenhaag verdedigt dat een Europese betalingsbevelprocedure slechts voor grensoverschrijdende gevallen moet gelden, aangezien het niet de bedoeling van een Europees instrument moet zijn in het nationale recht in te grijpen (Executie. f' 2003110, p. 144). Het ECOSOC beveelt echter aan om een uniforme incassoprocedure voor zowel nationale als grensoverschrijdende gevallen in te voeren (Pb EG C 220 van 16 september 2003, p. 5, nr. 3.12).
Zie meer over deze problematiek paragraaf 3.6.2.
Vgl. Resolutie van het Europees Parlement inzake de vooruitzichten voor de onderlinge aanpassing van het burgerlijk procesrecht in de Europese Unie, A5-0041/2004, 30 januari 2004, onder 6 f).
Zie ook COM (2002) 746 def., p. 51.
Zie Kamerstukken II 2002/03, 22 112, nr. 275, p. 11.1n het Groenboek wordt verdedigd dat het Europese betalingsbevel onder de EET-regeling moet vallen (COM (2002) 746 def., p. 52). Voor nadere behandeling van de vraag wanneer een betalingsbevel een beslissing in de zin van de EET-regeling is, wordt verwezen naar paragraaf 5.4.
Bij de keuze voor het Europese instrument waarbij de Europese incassoprocedure ingevoerd moet worden, dient het doel van de in te voeren regeling centraal te staan. Gezien de beoogde eenvormigheid van deze procedure ligt mijns inziens de keuze voor een verordening voor de hand. De invoering bij een verordening heeft het voordeel dat er geen implementatie in de nationale wetgevingen van de diverse lidstaten nodig is. Dit is wel het geval bij een richtlijn. Het gevolg van de verordening is dat naast de bij de verordening ingevoerde procedure de nationale incassoprocedures blijven bestaan. Zou de procedure bij een richtlijn ingevoerd worden, dan zou het immers mogelijk zijn om deze procedures aan de voorschriften uit de richtlijn aan te passen. Door de implementatie bestaat echter het gevaar dat de lidstaten te veel speelruimte krijgen, hetgeen voor de beoogde eenvormigheid van de procedure geen garantie is.
De keuze van een bepaald Europees instrument heeft ook invloed op de reeds in de nationale wetgevingen bestaande incassoprocedures. Hiermee hangt de vraag samen naar het karakter van de in te voeren procedure. In de meeste gevallen geldt de incassoprocedure als een optionele procedure naast de gewone procedure. De crediteur kan zelf kiezen of hij voor de inning van de schulden de schuldenaar in een gewone bodemprocedure dagvaardt dan wel of hij gebruikmaakt van de incassoprocedure. Deze keuze dient mijns inziens gehandhaafd te blijven. Vervolgens rijst de vraag of bij het in het leven roepen van een procedure tot verkrijging van een Europees betalingsbevel aan deze procedure een optioneel karakter ten opzichte van de reeds in het nationale recht bestaande incassoprocedures moet worden toegekend, anders gezegd of voor de inning van schulden op nationaal niveau gebruik kan worden gemaakt van de nationale procedure.1 Mijns inziens dient de Europese procedure geen optioneel karakter te verkrijgen.2 Door de invoering van een dergelijke procedure wordt immers het procesrecht op dat terrein gefinificeerd. Ook heeft een dergelijke procedure als voordeel dat men in alle lidstaten bekend is met de waarborgen die deze procedure biedt. Derhalve zouden geen problemen bij de erkenning en tenuitvoerlegging van een betalingsbevel mogen ontstaan. De toekenning van een beperkt optioneel karakter aan de Europese procedure zou in de praktijk tot problemen kunnen leiden. De crediteur zou voor de inning van de schulden wel gebruik kunnen maken van de nationale incassoprocedure op voorwaarde dat zowel de crediteur als de debiteur gevestigd zijn in een en dezelfde lidstaat. Kan een betalingsbevel niet of niet geheel in die lidstaat ten uitvoer worden gelegd, dan kan de crediteur eventueel tot de tenuitvoerlegging van het bevel in een andere lidstaat overgaan. Bij de tenuitvoerlegging van het betalingsbevel in een andere lidstaat dient de weg van de EEX- of de EET-Verordening te worden gebruikt.
Onder het EEX-Verdrag is de vraag gerezen of het betalingsbevel een beslissing is in de zin van de EEX-regeling. Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van de kwestie in hoeverre de rechten van de verdediging van de wederpartij gewaarborgd worden. Wordt de wederpartij van het betalingsbevel op de hoogte gebracht eerst nadat het definitief is geworden, dan is het bevel geen beslissing in de zin van de EEXregeling. Het gelaste bevel is wel een beslissing indien de wederpartij in de procedure tot het verkrijgen van het bevel een mogelijkheid tot het voeren van een verweer is geboden.3 Indien sprake zou zijn van een Europees betalingsbevel, kan de erkenning en tenuitvoerlegging daarvan in een andere lidstaat op een eenvoudiger manier verlopen dan volgens de EEX-Verordening of de EET-Verordening het geval is. De exequaturprocedure ingevolge de EEX-Verordening en de EET-waarmerkingsprocedure kunnen zelfs achterwege blijven4, aangezien het een beslissing betreft die in een geharmoniseerde procedure tot stand is gekomen.
De noodzaak van een erkenningsregeling in het kader van de Europese incassoprocedure hangt mijns inziens samen met de aard van het Europese betalingsbevel. De automatische erkenning is alleen mogelijk indien het bevel uitvoerbaar is, want zonder uitvoerbaarheid levert het bevel geen executoriale titel op. De aard van de procedure is tevens bepalend voor het moment van intreden van de uitvoerbaarheid van het bevel. Heeft de schuldenaar de mogelijkheid gehad om voordat het bevel is gelast, verweer te voeren, dan kan het bevel - al dan niet bij voorraad - terstond uitvoerbaar zijn. Bij het ontbreken van deze mogelijkheid kan de uitvoerbaarheid slechts na verloop van de termijn voor het voeren van verweer respectievelijk voor het instellen van een rechtsmiddel intreden.5
Bij het opstellen van een Europese incassoprocedure dient als doel te gelden de mogelijkheid tot het op een eenvoudige en snelle wijze verkrijgen van een executoriale titel. Derhalve dient te gelden dat het Europese betalingsbevel in alle lidstaten rechtstreeks uitvoerbaar is.6 De keuze gaat uit naar een procedure waarbinnen de schuldenaar reeds voor het gelasten van het bevel de mogelijkheid tot het voeren van een verweer krijgt, opdat het bevel uitvoerbaar bij voorraad kan worden verklaard.