Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures
Einde inhoudsopgave
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/5.3.1:5.3.1 Inleiding
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/5.3.1
5.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. H.J. de Kloe, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. H.J. de Kloe
- JCDI
JCDI:ADS708317:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van der Feltz II 1896, p. 9.
HR 10 mei 1985, NJ 1985/791 (Van der Giessen q.q./Rutten en Kruisman), r.o. 3.3.1. Zie ook par. 4.5 van de conclusie van A-G Timmerman voor HR 5 september 2003, JOR 2003/289.
Conclusie A-G Franx voor HR 10 mei 1985, NJ 1985/791 (Van der Giessen q.q./Rutten en Kruisman), par. 4.
Hoge Raad 10 mei 1985, NJ 1985/791 (Van der Giessen q.q./Rutten en Kruisman), r.o. 3.3.1. Zie instemmend par. 3 van de annotatie van W.L.C. van der Grinten in NJ 1985/791.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wie bevoegd is een artikel 69-verzoek in te dienen, volgt expliciet uit artikel 69 lid 1 Fw. Weliswaar blijkt uit de wetsgeschiedenis dat het middel van artikel 69 Fw ‘aan belanghebbenden’ is gegeven om bezwaren kenbaar te maken, maar dat staat in de context van de zin waarin wordt opgemerkt dat artikel 69 Fw de curator onder voortdurende controle stelt van hen in wier belang hij is aangesteld.1 Uit de tekst van artikel 69 Fw en de wetsgeschiedenis volgt naar het oordeel van de Hoge Raad daarom dat de ‘belanghebbenden’ die een artikel 69-verzoek kunnen indienen limitatief zijn omschreven in artikel 69 Fw.2 Alleen schuldeisers, de schuldeiserscommissie en de gefailleerde kunnen daarom een artikel 69-verzoek indienen. A-G Franx meent dat dit begrijpelijk is, omdat een (te) ruime kring van belanghebbenden het gevaar met zich brengt ‘dat een vlotte afwikkeling van het faillissement door allerlei bemoeials wordt belemmerd.’3
Er is alleen grond voor het geven van een bevel op grond van artikel 69 Fw op verzoek van een schuldeiser, als de verzoeker in zijn belangen als schuldeiser wordt getroffen.4 Hoewel het laatste in het verlengde van het eerste ligt, wordt in deze paragraaf aan de orde gesteld wie bevoegd is een artikel 69-verzoek in te dienen, terwijl de inhoud van het verzoek en de belangen die aan de orde kunnen worden gesteld aan bod komen in paragraaf 5.4.
Diverse typen schuldeisers worden aan de orde gesteld in deze paragraaf. Eerst komen in 5.3.2 de faillissementsschuldeisers aan bod. Nadat wordt ingegaan op de vraag of indiening van een vordering verplicht is, wordt specifiek stilgestaan gestaan bij schuldeisers met toekomstige vorderingen en schuldeisers met voorwaardelijke vorderingen en/of regresvorderingen. In 5.3.3 komen de pand- en hypotheekhouders aan de orde en in paragraaf 5.3.4 de boedelschuldeisers. Telkens wordt de vraag beantwoord of deze schuldeiser op basis van geldend recht de bevoegdheid hebben een artikel 69-verzoek in te dienen. In 5.3.5 wordt diezelfde vraag ontkennend beantwoord ten aanzien van andere belanghebbenden. Om het belangenpluralisme beter naar voren te laten komen in faillissement, wordt in paragraaf 5.3.6 een ander belanghebbendenbegrip bepleit voor artikel 69 Fw.