Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht
Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/6.9.2:6.9.2 De eerste route
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/6.9.2
6.9.2 De eerste route
Documentgegevens:
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS432019:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Omdat ook hier, bij toepassing van de hoofdregel die inhoudt dat het recht van het land van de verkrijger toepasselijk wordt, het Nederlandse wettelijke systeem van toepassing zou zijn. Dat zou het verlies van het op de verdwijnende vennootschap toepasselijke medezeggenschapsregime betekenen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uitgangspunt is een Nederlandse kapitaalvennootschap, opgericht in Nederland met inachtneming van de normale oprichtingsvereisten. Deze vennootschap heeft een OR waarop de Wet op de ondernemingsraden van toepassing is.
De vennootschap onderwerpt zich vrijwillig aan het structuurregime.
In het buitenland wordt een vennootschap opgericht. Deze fuseert met de Nederlandse vennootschap. De buitenlandse vennootschap treedt als verkrijger op.
De fusie leidt tot de verplichting tot onderhandeling over het toepasselijke medezeggenschapsregime. Uitkomst van die onderhandeling kan van alles zijn. Bijvoorbeeld dat de OR ten aanzien van een lid van het bestuur een aanbevelingsrecht kan doen.
Vervolgens wordt in Nederland een nieuwe vennootschap opgericht. Er vindt wederom een fusie plaats. Dit keer is dat een inbound fusie; de Nederlandse vennootschap treedt als verkrijgende vennootschap op. Deze nieuwe Nederlandse vennootschap is niet onderworpen aan een vorm van medezeggenschap. De buitenlandse verdwijnende vennootschap is dat wel. Deze situatie leidt wederom tot de verplichting tot onderhandeling over het toepasselijke medezeggenschapsregime.1
Partijen zijn vrij te kiezen voor ieder denkbaar systeem van medezeggenschap dat zij overeen wensen te komen. Mogelijk is te bepalen dat alle bestuurders worden benoemd door de OR.
Natuurlijk onderken ik dat de behoefte aan dergelijke structuren niet groot zal zijn. Ook onderken ik dat de weg naar het eindresultaat er een is, geplaveid met moeilijkheden en dat deze dus niet uitblinkt in eenvoud. Ik acht de casus dan ook meer van academische aard dan van praktische aard.
Anderzijds is het een gegeven dat bij gebreke van een medezeggenschapsregime op Nederlandse vennootschappen die niet onderworpen zijn aan het structuurregime bij iedere inbound fusie met een buitenlandse vennootschap waar wel enige vorm van medezeggenschap is, de onderhandelingstafel bezet zal worden met als gevolg dat iedere vorm van medezeggenschap, vrij laagdrempelig, bereikt kan worden.