Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen
Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/11.5.1:11.5.1 Inleiding
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/11.5.1
11.5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS344609:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Nieuwe Weme en Van Solinge, Inleiding tot het Handboek openbaar bod 2008, p. 65.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals ik hierboven in paragraaf 11.4.5 opmerkte, is de tweejaarstermijn in strijd met de RNA-beschikking. Het gevolg van het voorschrift dat de stichting continuïteit niet langer dan twee jaar overwegende zeggenschap in de vorm van beschermingsprefs kan houden, is dat de biedplicht na die twee jaar van toepassing wordt op de stichting, ook al is het gerechtvaardigd en proportioneel dat in een specifieke situatie beschermingsprefs langer dan twee jaar blijven uitstaan. Over het algemeen zal de periode van twee jaar wel voldoende zijn voor de vennootschapsleiding om met de vijandige bieder tot overeenstemming te komen of alternatieven te vinden en door te voeren. Is de stichting echter van mening dat het langer uitstaan van de beschermingsprefs opportuun en gerechtvaardigd is, dan zal zij – wil zij de biedplicht ontlopen – haar belang aan beschermingsprefs moeten terugbrengen tot net onder de 30%-grens. Niet voldoende is dat zij contractueel (gedeeltelijk) afstand doet van de uitoefening van haar stemrecht.1 In dat geval zou de stichting immers nog altijd het stemrecht kunnen uitoefenen, ook al zou dat tot wanprestatie leiden.
In deze paragraaf 11.5 behandel ik de situatie waarin de stichting van oordeel is dat het langer dan twee jaar uitstaan van het volledige pakket beschermingsprefs gerechtvaardigd is onder de RNA-norm. Achtereenvolgens ga ik na of de gedeeltelijke overdracht van beschermingsprefs aan een derde partij (paragraaf11.5.2), de gedeeltelijke overdracht van beschermingsprefs aan een andere stichting continuïteit (paragraaf 11.5.3) en of certificering van beschermingsprefs (paragraaf 11.5.5), een oplossing bieden om de biedplicht te ontlopen. Op de vraag of in de eerste twee gevallen sprake is van acting in concert, kom ik terug in paragraaf 11.5.4.