Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/3.4.4.3
3.4.4.3 De uitzonderingen op de verzekeringsplicht in de Wam
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS398395:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie Besluit van 8 december 1989, Stb. 1990, 5, houdende regels inzake vrijstelling gemoedsbezwaarden aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, in werking getreden met ingang van januari 1990.
Bij deze rijwielen wordt de fietser bij het trappen ondersteund door een elektromotor. Zie KB van 28 augustus 2006, Stb. 414 (Besluit vrijstelling voor fietsen met trapondersteuning van aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen).
Het Verbond van Verzekeraars heeft zijn leden in overweging gegeven deze ‘elobikes’ onder de dekking van de Aansprakelijkheidsverzekering voor Particulieren (de AVP) te brengen. Dat brengt echter geen verandering in de mogelijkheden voor de benadeelde om zich tot hetWaarborgfonds Motorverkeer te wenden, omdat de AVP geen verzekering is in de zin van de Wam.
De Richtlijn laat uitzonderingen op de verzekeringsplicht toe. Zie paragraaf 3.3.5.5.
Van de mogelijkheid van art. 5 lid 1 van de Richtlijn is gebruikgemaakt ten aanzien van twee categorieën motorrijtuigbezitters.
Ten eerste zijn voertuigen van de Staat der Nederlanden van de verzekeringsplicht vrijgesteld. De Staat kan bij ongevallen in Nederland door de benadeelde worden aangesproken als ware hij verzekeraar.1
De tweede uitzondering betreft de zogenaamde erkende gemoedsbezwaarden.
Het betreft hier personen die op grond van hun geweten bezwaren hebben tegen het afsluiten van elke vorm van verzekering en die kunnen verklaren dat zij noch zichzelf noch iemand anders noch hem of haar toebehorende goederen hebben verzekerd.2 Ook rechtspersonen kunnen worden vrijgesteld van de verzekeringsplicht, als het merendeel van de natuurlijke personen die behoren tot het orgaan dat krachtens wet of statuten bevoegd is tot het aanvragen van de vrijstelling, overwegende bezwaren heeft tegen het afsluiten van een verzekering; deze personen dienen eveneens te verklaren dat zij noch zichzelf, noch een ander, noch hun goederen hebben verzekerd.3
De afwikkeling van ongevallen die door voertuigen van de Nederlandse Staat in andere lidstaten worden veroorzaakt, zou kunnen geschieden door daartoe door de Staat in de andere lidstaten aangewezen instanties (in het algemeen zal daarbij worden gedacht aan de ambassade of andere officiële diplomatieke vertegenwoordiging), maar omdat de Staat er niet toe is overgegaan een dergelijke aanwijzing te doen, zal de benadeelde zich tot het nationale (groenekaart)bureau kunnen en moeten wenden.
De afhandeling van schaden ten gevolge van ongevallen die door erkende gemoedsbezwaarden zijn veroorzaakt in andere landen waar het richtlijnregime geldt, wordt door het Nederlands Bureau gegarandeerd. Hier moet erop worden gewezen, dat er een merkwaardig onderscheid is ontstaan – geïntroduceerd door de 5e Richtlijn – in de afhandeling van internationale ongevallen veroorzaakt door onder het eerste lid van art. 5 van de Richtlijn vrijgestelde voertuigen en die veroorzaakt door onder het tweede lid vallende voertuigen: de eerste worden in beginsel onder het groenekaartstelsel afgewikkeld, de tweede door de waarborgfondsen. Zie verder paragraaf 4.6.2.2 onder c.
Van de mogelijkheid van art. 5 lid 2 van de Richtlijn om bepaalde typen voertuigen van de verzekeringsplicht uit te zonderen heeft de Nederlandse wetgever gebruikgemaakt door aan de regering de bevoegdheid tot vrijstelling te verlenen voor voertuigen die nauwelijks gevaar opleveren (zie art. 17 lid 3 Wam). Per 1 oktober 2006 zijn elektrische fietsen – ook wel bekend als ‘elobikes’ – van de verzekering vrijgesteld.4
Deze vrijstelling brengt op grond van art. 5 lid 2, tweede volzin van de Richtlijn en art. 25 lid 1 aanhef en onder eWam mee, dat een benadeelde zich bij een door een dergelijke fiets veroorzaakt ongeval tot het Waarborgfonds Motorverkeer kan wenden.5 Dat geldt ook voor de benadeelden bij een door een bezoekende buitenlandse elektrische fiets veroorzaakt ongeval. Zie paragraaf 3.3.5.5 onder b.