Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen
Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/4.2.1.4:4.2.1.4 Onbeperkt binnenlands belastingplichtig
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/4.2.1.4
4.2.1.4 Onbeperkt binnenlands belastingplichtig
Documentgegevens:
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS401067:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Nederland heeft een groot verdragennetwerk en nationale regels (Besluit voorkoming dubbele belasting 2001) waarin regels zijn opgenomen ter voorkoming van dubbele belasting.
Een fonds voor gemene rekening kan omschreven worden als een afgescheiden vermogen zonder rechtspersoonlijkheid.
Voor een uiteenzetting van deze rechtsvormen verwijs ik naar S.A. Stevens, Belastingplicht in de vennootschapsbelasting, FED Brochure, Kluwer, 2009, paragraaf 2.10.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onbeperkt binnenlands belastingplichtigen worden in de heffing betrokken voor hun wereldwijde winst, opgevat volgens hoofdstuk II van de Wet VPB 1969.1 De onbeperkte belastingplicht houdt in dat de desbetreffende lichamen met al hun doen en laten onder de vennootschapsbelasting vallen. De onbeperkte belastingplicht blijkt uit art. 2 lid 5 Wet VPB 1969 waarin staat dat genoemde lichamen geacht worden hun onderneming te drijven met behulp van hun gehele vermogen. Het huidige art. 2 lid 5 Wet VPB 1969 komt overeen met art. 8 Besluit VPB 1942 waarin werd aangegeven dat “het geheele vermogen als bedrijfsvermogen wordt beschouwd’’. Het gevolg van de onbeperkte belastingplicht is dat er geen vermogensetiketteringsproblemen zijn, omdat al het vermogen en de inkomsten daaruit tot het vermogen van de onderneming worden gerekend. Daarnaast blijkt hieruit dat het voor de belastingplicht niet uitmaakt wat de aard van de activiteiten is (beleggingsactiviteiten worden in beginsel niet anders behandeld dan ondernemingsactiviteiten).
Als onbeperkt belastingplichtigen worden op grond van art. 2 lid 5 Wet VPB 1969 aangemerkt:
NV, BV, open CV en andere vennootschappen welker kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld;
Coöperaties en verenigingen op coöperatieve grondslag;
Onderlinge waarborgmaatschappijen en verenigingen welke op onderlinge grondslag als verzekeraar of bank optreden;
Verenigingen en stichtingen die op de voet van de Woningwet bij Koninklijk besluit zijn toegelaten als instellingen die in het belang van de volkshuisvesting werkzaam zijn;
Een (open) fonds voor gemene rekening2 wordt ook als onbeperkt belastingplichtig lichaam aangemerkt. Niet op grond van lid 5, maar op grond van een eigen definitie in art. 2 lid 3 Wet VPB 1969 blijkt dat een (open) fonds voor gemene rekening fictief als onderneming wordt aangemerkt. In de volgende paragrafen worden de bovengenoemde rechtsvormen nader toegelicht. In mijn onderzoek ga ik niet in op de Europeesrechtelijke rechtspersonen EESV (Europees Economisch Samenwerkingsverband), SE (Societas Europaea) en SCE (Societas Cooperative Europaea).3
4.2.1.4.1 NV4.2.1.4.2 BV4.2.1.4.3 Open CV4.2.1.4.4 Andere vennootschappen met (deels) in aandelen verdeeld kapitaal4.2.1.4.5 Coöperaties en verenigingen op coöperatieve grondslag4.2.1.4.6 Onderlinge waarborgmaatschappijen en verenigingen welke op onderlinge grondslag als verzekeraar of bank optreden4.2.1.4.7 Verenigingen en stichtingen die op de voet van de Woningwet bij Koninklijk besluit zijn toegelaten als instellingen die in het belang van de volkshuisvesting werkzaam zijn4.2.1.4.8 Open fonds voor gemene rekening