De reikwijdte van medezeggenschap
Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/2.6.7.3:2.6.7.3 De vakbond, rechtspersoon of A-G raadpleegt de or
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/2.6.7.3
2.6.7.3 De vakbond, rechtspersoon of A-G raadpleegt de or
Documentgegevens:
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS386097:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II, 1967-1968, 9596 nr. 3, p. 7.
Tot die tijd was dit op grond van jurisprudentie niet mogelijk. Zie: Hoge Raad 1 februari 2002, NJ 2002,225, JOR 2002/30 (De Vries/Robbé). Na onderzoek en advies van de SER (08/01 p. 58) bleek dat een zelfstandige enquêtebevoegdheid voor de rechtspersoon wenselijk is, mede gezien de omstandigheid dat een enquêteonderzoek zich ook over andere organen dan het bestuur en de RVC kan uitstrekken. Kamerstukken II, 2010-2011, 32887 nr. 3, p. 15.
Kamerstukken II, 2010-2011, 32887, nr. 3, p. 16.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De ontvankelijkheid van de vakbond of de rechtspersoon in een enquêteprocedure is afhankelijk gesteld van het raadplegen van de or. Art. 2:349 BW bepaalt dat een vakbond niet ontvankelijk is wanneer hij niet de or in de gelegenheid heeft gesteld schriftelijk ‘van zijn gevoelen te doen blijken’. Wanneer de vennootschap waartegen het enquêteverzoek zich richt meer dan één onderneming waaraan een or is verbonden in stand houdt, kan de vakorganisatie kiezen of zij alle ondernemingsraden raadpleegt of alleen de raad die die zij daartoe het meest geschikt acht.1 Sinds 1 januari 2013 kan ook de rechtspersoon zelf een enquêteverzoek indienen.2 Voordat het bestuur of de RVC namens de vennootschap het enquêteverzoek indient, moet de or daarvan op de hoogte worden gesteld. De achtergrond hiervan is dat het bestuur (of de RVC) het belang van de werknemers moet betrekken bij zijn afwegingen.3 Op twee punten wijkt de verplichting van de vennootschap af van die van de vakbond. In de eerste plaats hoeft de rechtspersoon de or alleen te informeren, terwijl de vakbond ook om het standpunt van de or moet vragen. Ten tweede blijkt uit de parlementaire geschiedenis dat – onder bijzondere omstandigheden – de or ook na het indienen van het enquêteverzoek geïnformeerd kan worden door de rechtspersoon, terwijl dat bij de vakbond – op straffe van niet-ontvankelijkheid – voorafgaand aan het verzoek moet gebeuren. Door de or te informeren over de enquêteprocedure kan deze zich beraden of hij zich wil voegen,4 waarover later meer. De A-G is niet verplicht de or te raadplegen maar deelt bij zijn verzoek wel mede of hij dit heeft gedaan.