De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/3.4.7:3.4.7 2011 - Oprichting van de Onderwijscoöperatie
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/3.4.7
3.4.7 2011 - Oprichting van de Onderwijscoöperatie
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949406:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Sinds de jaren 90 wordt gesproken over het versterken van de positie van de leraar. De school zou gezamenlijk gedragen moeten worden door het bevoegd gezag en de leraar. Ook zou er een beroepsgroep opgericht moeten worden die de leraar kan gaan vertegenwoordigen en kan bijdragen aan de professionalisering van het vak. Bijvoorbeeld door het opstellen van een professionele standaard, het bijhouden van een register van leraren en het verbeteren van het aanzien van de leraar. De leraar zou als individu en als beroepsgroep zelfverantwoordelijkheid moeten gaan nemen voor de kwaliteit van zijn werk. Om dit te verwezenlijken werd in 2011 een beroepsorganisatie opgericht in de vorm van de Onderwijscoöperatie. Deze coöperatie werd gevormd door een aantal beroepsverenigingen in het onderwijs namelijk: AOb, Beter Onderwijs Nederland, CMHF Onderwijs, CNV Onderwijs en Platform VVVO. De coöperatie beoogde een sterke vertegenwoordiging te zijn van de beroepsgroep. Het motto was dan ook: Van leraren, voor leraren en door leraren. Leraren konden echter geen lid worden van de Onderwijscoöperatie. Zij werden indirect vertegenwoordigd door de beroepsverenigingen. Individuele leraren hadden dan ook geen zeggenschap in de Onderwijscoöperatie.