Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/6.7.4:6.7.4 De 403-vordering is geen afhankelijk recht en gaat niet mee over bij cessie
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/6.7.4
6.7.4 De 403-vordering is geen afhankelijk recht en gaat niet mee over bij cessie
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648996:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie HR 28 juni 2002, NJ 2002, 447, r.o. 3.4.5.
Zie HR 28 juni 2002, NJ 2002, 447.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de vorige paragraaf is besproken dat het onduidelijk is of een 403-vordering als nevenrecht kan worden aangemerkt. De kwalificatie van een 403-vordering als nevenrecht zou ervoor zorgen dat de 403-vordering bij de hoofdvordering blijft als de hoofdvordering overgaat. De kwalificatie nevenrecht lijkt een minder sterke band met de hoofdvordering te creëren dan de kwalificatie als afhankelijk recht. Een afhankelijk recht volgt niet alleen het hoofdrecht, een afhankelijk recht kan ook niet voortbestaan zonder het hoofdrecht.
Nu de 403-vordering dient als een compenserende waarborg voor een schuldeiser met een hoofdvordering op de vrijgestelde rechtspersoon, is de vraag of een 403-vordering als een afhankelijk recht aangemerkt zou kunnen worden. Onverkorte toepassing van de ‘regels’ van hoofdelijkheid zouden hieraan in de weg staan. Maar misschien geeft het feit dat de wet in geval van hoofdelijkheid niet expliciet voorschrijft dat in geval van hoofdelijkheid sprake is van twee zelfstandige vorderingsrechten de nodige ruimte voor de bijzondere situatie van de 403-vordering. Of mogelijk geeft het (bijzondere) rechtskarakter van de 403-vordering daarvoor ruimte. Open eindjes binnen het op het eerste oog starre rechtssysteem zouden met enige creativiteit wel kunnen worden gevonden. Maar de route om aan de 403-vordering een afhankelijk karakter toe te dichten, is door de Hoge Raad vrij resoluut afgesneden. In zeer duidelijke bewoordingen heeft de Hoge Raad uitgemaakt dat een 403-vordering een niet afhankelijk recht is:1
“3.4.5 Nu een eenzijdige verklaring van hoofdelijke aansprakelijkheid niet een afhankelijk recht in het leven roept, getuigt het oordeel van de Ondernemingskamer dat het recht dat de contractant verkrijgt jegens de moedermaatschappij, een afhankelijk recht – als bedoeld in de artikelen 3:7 en 3:82 BW – is, van een onjuiste rechtsopvatting.”
Artikel 3:7 BW is daarmee niet van toepassing op een 403-vordering;
Artikel 3:7 BW
Een afhankelijk recht is een recht dat aan een ander recht zodanig verbonden is, dat het niet zonder dat andere recht kan bestaan.
Wanneer een 403-vordering wel als een afhankelijk recht zou zijn aangemerkt, dan zou dat tot gevolg hebben dat een 403-vordering mee overgaat als de hoofdvordering overgaat:
Artikel 3:82 BW
Afhankelijke rechten volgen het recht waaraan zij verbonden zijn.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad2 en de hiervoor geciteerde regelgeving volgt dat een 403-vordering een zelfstandig recht is. Dat heeft gevolgen voor de situatie waarin sprake is van cessie. Bijvoorbeeld in de situatie waarin de vordering op de vrijgestelde rechtspersoon wordt overgedragen. De zelfstandigheid brengt met zich dat een 403-vordering achterblijft wanneer de hoofdvordering wordt overgedragen. De zelfstandigheid van de 403-vordering brengt daarnaast nog een andere (ongewenste) mogelijkheid met zich. Namelijk dat de 403-vordering ook zelfstandig kan worden overgedragen. Wanneer de 403-vordering wel afhankelijk zou zijn van de hoofdvordering en de 403-vordering de hoofdvordering zou volgen, zou dit in de praktijk voor minder onduidelijke situaties zorgen. Dit past ook beter bij het karakter dat in de regel aan een 403-vordering wordt toegedicht. De hoofdelijke aansprakelijkheid die ontstaat op grond van een 403-verklaring wordt in de regel gezien als een zekerheid die is gekoppeld aan de hoofdvordering. Een 403-vordering geeft zekerheid voor de situatie waarin de hoofdvordering niet wordt nagekomen.