Einde inhoudsopgave
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/VI.4.3.5
VI.4.3.5 Betere informatievoorziening in een one tier board dan in een two tier board?
mr. N. Kreileman, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. N. Kreileman
- JCDI
JCDI:ADS242862:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2008/09, 31 763, 3, p. 3 (MvT); Kamerstukken II 2008/09, 31 763, 6, p. 4 en 15 (NV); en Kamerstukken I 2010/11, 31 763, C, p. 4 (MvA).
Boschma e.a. 2018, p. 78. Zulks wordt eveneens verondersteld door onder anderen Assink|Slagter 2013 (Deel 1), § 53.1, p. 1206; Borrius 2012, p. 115; Croiset van Uchelen, TOP 2014/242; Dumoulin, Ondernemingsrecht 2005/91; 2018, p. 31; Olaerts, TvOB 2012, afl. 6, p. 175; Strik, Ondernemingsrecht 2012/91; en Timmerman 2009, p. 26.
Boschma e.a. 2018, p. 78.
Zie ook Lennarts & Roest 2016, p. 124; Van Olffen, De Kluiver & Legein 2012, p. 36; en Van Ginneken 2017, p. 209.
Boschma e.a. 2018, p. 73 en 94; en Calkoen, Ondernemingsrecht 2014/4.
Van Ginneken 2017, p. 208. Zie hierover ook § VI.3.2.
Idem Van Ginneken 2017, p. 208-209; en Schwarz 2017a, p. 151, die zijn standpunt herhaalt in Schwarz 2017b, p. 134-135.
Tot slot sta ik stil bij de regelmatig opgeworpen vraag of de niet-uitvoerende bestuurders, zoals de wetgever veronderstelde, eerder en over meer informatie beschikken dan de raad van commissarissen.1 Uit het onderzoek van Boschma e.a. blijkt dat deze vraag in beginsel bevestigend moet worden beantwoord.2 Het merendeel van de respondenten gaf aan dat de niet-uitvoerende bestuurders eerder en meer informatie krijgen dan de raad van commissarissen, omdat de niet-uitvoerende bestuurders als bestuurders deelnemen aan de bestuursvergaderingen.3 De niet-uitvoerende bestuurders zitten om die reden in de informatiestroom van het bestuur.
Niet alle respondenten namen een verschil waar tussen de informatievoorziening in een one tier board en een two tier board. Dat verbaast mij niet.4 Zoals ik in § VI.2.3 al aangaf, behoort de raad van commissarissen tegenwoordig te worden betrokken bij belangrijke aangelegenheden van het bestuur, zoals het bepalen van de strategie. Het ligt in de rede dat de raad van commissarissen in die gevallen al van de benodigde informatie wordt voorzien vóórdat de bestuurlijke besluitvorming plaatsvindt. Bovendien kan bij of krachtens de statuten worden bepaald dat een of meer uitvoerende bestuurders zelfstandig besluitvormingsbevoegd zijn. In de praktijk blijkt veelvuldig gebruik te worden gemaakt van de mogelijkheid die art. 2:129a/239a lid 3 BW daartoe biedt.5 Volgens Van Ginneken verschilt de wijze waarop besluitvormingsbevoegde bestuurders rapporteren aan het volledige bestuur niet van de wijze waarop een bestuur rapporteert aan de raad van commissarissen.6 Ik vermoed dan ook dat de niet-uitvoerende bestuurders in de regel niet eerder en over meer informatie beschikken dan de raad van commissarissen wanneer de uitvoerende bestuurders zelfstandig besluitvormingsbevoegd zijn.7
Ik sluit af met een open deur. Adequate informatie is een randvoorwaarde voor effectief toezicht. Maar met een naar behoren samengesteld bestuur en de juiste hoeveelheid kwalitatief goede informatie zijn de niet-uitvoerende bestuurders er nog niet. Voor effectief toezicht is ook van belang dat de niet-uitvoerende bestuurders een vuist kunnen maken indien de situatie daartoe noopt.