Einde inhoudsopgave
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/5.2.1
5.2.1 Inleiding
Dr. C. Hofman, datum 01-04-2021
- Datum
01-04-2021
- Auteur
Dr. C. Hofman
- JCDI
JCDI:ADS270192:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
In § 7.2. ligt de focus op het onderdeel bis (dezelfde straf(procedure)).
Zie § 5.2.2.
Zie § 5.2.3.
Zie § 5.2.4.
Zie § 5.2.5.
Art. 49 lid 3 EU-Handvest bepaalt ook dat de straf niet onevenredig mag zijn aan het strafbare feit.
Zie § 5.2.6.
Barkhuysen 2018, p. 195.
De Groot 2015, onderdeel 2.
De reden dat Nederland het 7de Protocol niet heeft geratificeerd is erin gelegen dat Nederland bezwaren heeft tegen art. 2 van dat protocol, waarin het recht op hoger beroep in strafzaken is neergelegd (Kamerstukken II 2004/2005, 29 800 IV, nr. 9 (brief van de minister van Justitie))
Zie § 5.2.7.
Losgelaten zijn al met al belichting van het fiscale sanctiearsenaal vanuit de situatie dat een feit is begaan dat onder één boete- of strafbepaling valt, situaties waarin het gaat om feiten die geen verband met elkaar houden en ongelijksoortig zijn, en situaties waarin iemand op verschillende momenten meer dan één soortgelijk feit heeft begaan (veelplegers). Enkel de situaties staan centraal waarin één feitencomplex verschillende beboetbare of strafbare feiten kan opleveren.
Valkenburg 2007, p. 58.
FB = fiscaal (punitief) bestuursrecht, FS = fiscaal strafrecht en CS = commuun strafrecht.
Tegen de cumulatie van sancties ten aanzien van hetzelfde feit en dezelfde persoon bestaan bezwaren. In het hiernavolgende wordt het juridisch kader van anti-cumulatiebepalingen geïntroduceerd, waarbij de insteek zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk is en waarbij de focus ligt op het onderdeel idem (hetzelfde feit).1
Eerst een aantal anti-cumulatiebepalingen uit het Wetboek van Strafrecht. Het is allereerst denkbaar dat op een feit zoals door de OvJ ten laste gelegd en vervolgens door de rechter bewezen verklaard,2 niet één, maar twee of meer strafbepalingen toepasselijk zijn.3 In dit geval wordt gesproken van eendaadse samenloop (concursus idealis).4Art. 56 WvSr regelt het geval dat méér strafbare feiten zijn gepleegd die in zodanig verband met elkaar staan dat buiten het geval van eendaadse samenloop eveneens een eenheid wordt gecreëerd. Uit de benaming ‘voortgezette handeling’ volgt reeds dat de feiten waaruit deze handeling bestaat op elkaar volgen (delictum continuatum).5Art. 57 en 58 WvSr handelen over de samenloop welke ziet op situaties van feiten, die als op zichzelf staande handelingen worden beschouwd. Van meerdaadse samenloop (concursus realis) is derhalve sprake ingeval meer feiten bewezen zijn verklaard, maar geen eendaadse samenloop of voortgezette handeling wordt aangenomen.6 De Awb kent één bepaling die het probleem van samenloop kan oplossen in de sfeer van de straftoemeting: art. 5:46 lid 2 Awb codificeert het evenredigheidsbeginsel, dat vóór de inwerkingtreding van de Awb ook al betekenis had voor de beoordeling van sanctionering.7 Het evenredigheidsbeginsel brengt mee dat de boete niet onevenredig mag zijn in verhouding tot de ernst van de gedraging op grond waarvan zij is opgelegd. Met genoemde bepalingen is het juridisch speelveld dat interne en externe samenloop tracht aan te pakken via de straftoemetingsregels, dus achteraf – of: ex post – geschetst.8
Dan het juridisch kader van anti-cumulatiebepalingen in de fase voorafgaand aan de daadwerkelijke cumulatie: ex ante.9Deze bepalingen behelzen in de regel een verbod: ne bis in idem. Ten eerste art. 68 WvSr: dit artikel regelt dat niemand andermaal kan worden vervolgd wegens een feit waarover te zijnen aanzien bij gewijsde van de rechter onherroepelijk is beslist. Waar het ne bis in idem-beginsel in strafrechtelijke zin is neergelegd in het zojuist genoemde artikel, is het ne bis in idem-beginsel in bestuursrechtelijke zin neergelegd in art. 5:43 Awb. Voor dezelfde overtreding mag niet tweemaal een bestuurlijke boete worden opgelegd. Volgens Barkhuysen is art. 5:43 Awb een soort spiegelbepaling van art. 68 WvSr.10 Het ne bis in idem-beginsel is voorts opgenomen in art. 50 EU-Handvest. Uitgangspunt is dat het Unierecht buiten de systematiek van art. 93 en 94 Grondwet, met voorrang op nationaal-rechtelijke voorschriften, rechtsgevolgen in het leven kan roepen. Voorts mag een nationale wet Unierecht niet in de weg staan en vinden nationale regelingen die strijd opleveren met het Unierecht geen toepassing.11 De beperking van de door het EU-Handvest gewaarborgde grondrechten, is echter dat die (slechts) moeten worden geëerbiedigd wanneer een nationale regeling binnen het toepassingsgebied van het Unierecht valt. Dit is in fiscale zaken bijvoorbeeld het geval bij de btw, aangezien deze belasting is geharmoniseerd. In het zevende protocol bij het EVRM is het ne bis in idem-beginsel opgenomen in art. 4. Echter, Nederland heeft dit protocol niet geratificeerd, waardoor ook hier toepassingsproblemen ontstaan.12/13
Tot slot zijn er in de AWR en in het Wetboek van Strafrecht bepalingen opgenomen die samenloop voorkomen, door aan te geven dat een speciale regeling voor een meer algemene bepaling gaat.14 Gedacht kan worden aan art. 55 WvSr en art. 69 lid 4 AWR.
Er kunnen kortom verschillende fiscaal bestuursrechtelijke sanctioneringsmogelijkheden of strafrechtelijke sanctioneringsmogelijkheden in beeld komen, wanneer één belastingplichtige één gedraging verricht.15 Gesproken wordt in dit geval van interne samenloop. Ook bleek het mogelijk dat in geval van één gedraging zowel bestuursrechtelijke beboeting als strafrechtelijke vervolging in beeld komt. Als het om fiscale wetten gaat wordt ook in deze situatie van interne samenloop gesproken. Tot slot hebben bepaalde gedragingen in de fiscale sfeer raakvlakken met gedragingen die op dit moment via het commune strafrecht worden genormeerd. In deze situatie is sprake van externe samenloop.16 Vooruitlopend op paragraaf 5.2. wordt hieronder een overzicht gegeven van de bestaande anti-samenloopbepalingen:
Intern= FB & FB, FS & FS, FB & FS17
Extern= FB & CS, FS & CS
Ne bis in idem
Fiscaal straf – fiscaal straf68 lid 1 WvSrFiscaal bestuurs- fiscaal bestuurs5:43 Awb
Punitief
Art. 4 7de protocol EVRMArt. 50 EU-Handvest
Una via (hoofdstuk 7)
Fiscaal bestuurs – fiscaal straf5:44 lid 1 Awb243 lid 2 WvSv
Specialis generalis
Fiscaal straf – fiscaal straf55 lid 2 WvSr
Ne bis in idem
Fiscaal straf – commuun68 WvSr
Punitief
Art. 4 7de protocol EVRMArt. 50 EU-Handvest
Una via (hoofdstuk 7)
Fiscaal bestuurs – commuun5:44 lid 1 Awb243 lid 2 WvSv
Specialis generalis
Fiscaal straf – commuun69 lid 4 AWR
Ex ante
Straftoemetingsregels
Fiscaal straf – fiscaal straf55 lid 1 WvSr1856 WvSr57 WvSr58 WvSr
Evenredigheidsbeginsel
Fiscaal bestuurs – fiscaal bestuursFiscaal bestuurs – fiscaal straf5:46 lid 2 Awb
Straftoemetingsregels
Fiscaal straf – commuun55 lid 1 WvSr56 WvSr57 WvSr58 WvSr
Ex post
Tabel 5.1