Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/66.3.2
66.3.2 Artikel 6:22 Awb
mr. dr. A.M.L. Jansen, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. dr. A.M.L. Jansen
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
De bestuurlijke lus werd separaat ingevoerd in de Awb in 2010. Met de op 1 januari 2013 in werking getreden Wet aanpassing bestuurprocesrecht heeft de wetgever enkele bepalingen in de Awb aangepast dan wel opgenomen die kunnen resulteren in verkorting van de doorlooptijden bij de rechter.
Vgl. Kamerstukken II 2009/10, 32450, 3, p. 15.
A.T. Marseille e.a., Crisis- en herstelwet. Evaluatie procesrechtelijke bepalingen, Den Haag: WODC 2012, p. 61-65 en 91. B. Marseille, B. de Waard, K. de Graaf, P. van Ling, H. Tolsma & E. Verheul, ‘De Crisis- en herstelwet. Veel ambitie nauwelijks effect’, NJB 2015/1, nr. 2, p. 6 e.v.
Zie A.G.A. Nijmeijer e.a., Evaluatie artikel 8:69a Awb en artikel 6:22 Awb, Den Haag: WODC 2015, m.n. p. 97. Het betreft m.n. bevoegdheidsgebreken maar de rechter gebruikt art. 6:22 Awb bijv. ook ingeval het bestuursorgaan de verkeerde rechtsregels heeft toegepast of rekenfouten heeft gemaakt.
De toepassing is aan verandering onderhevig. Zo konden de onderzoekers Nijmeijer e.a. in 2015 nog noteren dat het niet horen in bezwaar in de regel niet wordt gepasseerd, terwijl althans de Centrale Raad van Beroep daar inmiddels anders over lijkt te denken. Zie o.a. A.M.L. Jansen, ‘Passeren schending hoorplicht?’, TAR 2018/52, p. 177-180 en de daar genoemde rechtspraak. Wellicht is deze verruimde toepassing te relateren aan de mogelijke bedoeling van het aangepaste art. 6:22 Awb om een besluit op bezwaar overeind te houden, ook als art. 7:2 Awb niet in acht is genomen. Zie ook A.T. Marseille en H.D. Tolsma (red.), Bestuursrecht 2. Rechtsbescherming tegen de overheid, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2016, p. 186.
Handelingen I 2012/13, 11, item 7, p. 37.
In 2013 introduceerde de wetgever een gemuteerde variant van het voormalige artikel 6:22 Awb, met een verruimd bereik.1 Anders dan voorheen kan de rechter ook andere dan vormgebreken passeren in plaats van het besluit te vernietigen vanwege dat gebrek. Cruciaal is wel dat het aannemelijk is dat het passeren belanghebbenden niet benadeelt. De toepassing van artikel 6:22 Awb beëindigt de procedure en voorkomt aldus dat het bestuursorgaan opnieuw aan zet is,2 en vermijdt daarmee de onzekerheid of de procedure daarna al dan niet wordt voortgezet. Uit onderzoek naar de proeftuin van artikel 6:22 Awb, te weten artikel 1.5 Crisis- en herstelwet (Chw), kwam allerminst naar voren dat die pas- seermogelijkheid veelvuldig werd ingezet, althans niet voor andere dan kleinere gebreken.3 Later onderzoek, naar artikel 6:22 Awb, laat zien dat de rechter ook materiële gebreken wel passeert.4 Uit dat onderzoek komt ook naar voren dat als de inhoud van het besluit anders zou kunnen luiden zonder het geconstateerde gebrek, rechters niet neigen het gebrek te passeren.5
Of artikel 6:22 Awb de procedure versnelt waarin het voorschrift toepassing vindt, is onzeker. Er is opgemerkt dat de procedures er niet korter op worden als de bestuursrechter moet onderzoeken of aannemelijk is dat belanghebbenden door het geconstateerde gebrek niet zijn benadeeld.6 Daarnaast komt het voor dat in die procedure het gebrek alsnog wordt gerepareerd, hetgeen extra tijd kan vergen, net als (het benutten van) de gelegenheid voor partijen op de reparatie te reageren extra tijd zal vergen. Dat is vergelijkbaar met wat er gebeurt wanneer de rechter de bestuurlijke lus toepast: nauw verwante vervolgprocedures blijven uit maar de betreffende procedure duurt wat langer. Andersom en rooskleuriger geformuleerd: het is niet ondenkbaar dat toepassing van artikel 6:22 Awb de onderwerpelijke procedure iets verlengt maar het is dan wel echt klaar (overkoepelende versnelling).