Eigendomsvoorbehoud
Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/3.7:3.7 Conclusie
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/3.7
3.7 Conclusie
Documentgegevens:
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS399667:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk is de rechtvaardiging onderzocht voor de voorrangspositie van de verkoper die een eigendomsvoorbehoud bedingt. Deze voorrangspositie schept geen voorrangsrecht in eigenlijke zin. De voorrangspositie van de verkoper is gelegen in het feit dat hij de zaak simpelweg als de zijne kan opvorderen indien de koper in gebreke blijft met de voldoening van de verschuldigde koopprijs. Het eigendomsvoorbehoud verschaft de verkoper daarmee een sterke positie, omdat het beding voorkomt dat de zaak tot het vermogen van de koper gaat behoren, als gevolg waarvan de overige schuldeisers van de koper zich op die zaak zouden kunnen verhalen.
De verklaring voor deze voorrangspositie van de verkoper is gelegen in de neutraliteit van het eigendomsvoorbehoud. Met de neutraliteit van het eigendomsvoorbehoud wordt bedoeld dat het beding geen verandering brengt in de omvang van het voor verhaal vatbare vermogen van de koper. Vóór betaling van de koopprijs kunnen de schuldeisers van de koper zich verhalen op deze som geld, terwijl zij zich na betaling van de koopprijs kunnen verhalen op de verkochte zaak. Aangezien de voorrangspositie van de verkoper bovendien betrekking heeft op een zaak die niet tot het vermogen behoort en, bij gebreke van het eigendomsvoorbehoud, evenmin tot het vermogen van de koper zou behoren, ondervinden de overige schuldeisers geen nadeel van deze voorrangspositie.
Met name in de Verenigde Staten blijkt deze grondslag van de voorrangspositie sterk, omdat de UCC aan zekerheidsrechten die in het kader van aanschaffinanciering worden bedongen, een voorkeursbehandeling verleent. Daarmee wordt niet alleen de nauwe band tussen de aanschaffinanciering en het verschafte zekerheidsrecht benadrukt, maar ook de aanschaffinanciering als zodanig gestimuleerd. Een belangrijke reden voor de voorkeursbehandeling van zekerheidsrechten in het kader van aanschaffinanciering is bovendien gelegen in de doorbreking van een sterke positie van een kredietverschaffer, die aan het begin van de bedrijfsactiviteiten een zekerheidsrecht bedingt op alle bestaande en toekomstige goederen. De voorrangspositie van de aanschaffinancier vormt daarmee een noodzakelijk tegenwicht tegen de sterke positie van de bank.
Deze rechtvaardiging geldt niet voor het verbreed eigendomsvoorbehoud, dat wordt bedongen voor andere vorderingen. Daarmee wordt de neutraliteit van het eigendomsvoorbehoud doorbroken, terwijl zij bovendien op gespannen voet staat met aard van de koopovereenkomst, waarin het beding is neergelegd. Om deze redenen wordt het verbreed eigendomsvoorbehoud in sommige van de onderzochte rechtsstelsels niet toelaatbaar geacht, terwijl andere rechtsstels aan de verbreding nadere beperkingen stellen. De mogelijkheid om het eigendomsvoorbehoud te verbreden is uitsluitend gerechtvaardigd in doorlopende handelstransacties, waarin zaken doorlopend worden geleverd en in willekeurige volgorde worden doorverkocht en afbetaald. De onmogelijkheid van verbreding zou de uitoefening van het eigendomsvoorbehoud in zodanige gevallen ernstig bemoeilijken.
Voor het verlengd eigendomsvoorbehoud gelden daarentegen dezelfde rechtvaardigende argumenten als voor het eenvoudig eigendomsvoorbehoud. Indien de verkoper door middel van een verlengd eigendomsvoorbehoud een aanspraak verkrijgt met betrekking tot datgene wat in de plaats treedt van de verkochte zaak en deze aanspraak ook beperkt blijft tot de door hem aan het vermogen van de koper toegevoegde waarde, is de neutraliteit van het eigendomsvoorbehoud gewaarborgd. Door de verlenging van het eigendomsvoorbehoud worden de overige schuldeisers net zo min benadeeld als door het eenvoudig eigendomsvoorbehoud. De verlenging van het eigendomsvoorbehoud zal veelal leiden tot conflicten met de kredietverschaffende bank, die een zekerheidsrecht heeft bedongen op datgene wat in de plaats komt van de door de verkoper verkochte zaak. Hoewel dit conflict met betrekking tot doorverkoopvorderingen in de verschillende rechtsstelsels verschillend wordt beslecht, pleit de ratio van het eigendomsvoorbehoud voor een beslechting van dat conflict ten gunste van de verkoper. Voor de verlenging van het eigendomsvoorbehoud tot nieuw gevormde zaken wordt die oplossing in alle door mij onderzochte rechtsstelsels gekozen. In hoofdstuk 7 wordt nader ingegaan op de inpassing van deze oplossing in het geldende en wenselijke Nederlandse recht.