Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/I.3.5.3.1
I.3.5.3.1 Breemhaar
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS624144:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Breemhaar 1992, nr. 18, 42, 72 en 74-77.
Breemhaar 1992, nr. 72, waarin hij opmerkt dat volgens een ongeschreven regel ten aanzien van een rechtshandeling, op straffe van nietigheid, een bepaald onderwerp is vereist. Breemhaar verwijst hiervoor naar Parl. Gesch. Boek 6, p. 895 e.v.; Hijma & Olthof 1982, p. 258, noot 3; Van Schilfgaarde 1982, p. 549, noot 3; Parl. Gesch. Boek 3, p. 1123 e.v. Op het bepaaldheidsvereiste als ‘ongeschreven regel’ kom ik terug in hoofdstuk 4.
Breemhaar 1992, nr. 74.
Breemhaar 1992, nr. 72.
Breemhaar 1992, nr. 75-76.
Breemhaar verwijst hiervoor naar Parl. Gesch. Boek 6, p. 895 e.v.; Hijma & Olthof 1982, p. 258, noot 3; Van Schilfgaarde 1982, p. 549, noot 3; Parl. Gesch. Boek 3, p. 1123 e.v.
Breemhaar 1992, nr. 72, met verwijzing naar Parl. Gesch. Boek 6, p. 895 e.v.
Zie het net hiervoor aangehaalde citaat van Breemhaar evenals Parl. Gesch. Boek 3, p. 1123-1124; Parl. Gesch. Boek 6, p. 895-896.
Zoals zojuist in de hoofdtekst door mij is opgemerkt, lijkt voor wilsdelegatie dan weinig ruimte te bestaan. Met wilsdelegatie tracht erflater immers juist enige speelruimte te creëren voor het door hem beoogde rechtsgevolg, door aan een derde de bevoegdheid te geven om het rechtsgevolg nader te bepalen.
Volgens Breemhaar ligt in het persoonlijke karakter van de uiterste wilsbeschikking niet alleen een formeel aspect (persoonlijk maken), maar ook een materieel aspect (persoonlijk bepalen) besloten. Dit materiële aspect, dat zijns inziens tot uitdrukking komt in het verbod van wilsdelegatie,1 zou voortvloeien uit het hoogstpersoonlijk karakter van de uiterste wilsbeschikking in combinatie met het bepaaldheidsvereiste.2 Het verbod van wilsdelegatie houdt volgens Breemhaar in dat:
‘het rechtsgevolg waarop een uiterste wilsbeschikking is gericht, door de erflater zelf dient te worden bepaald.’3
Breemhaar is van mening dat het bepaaldheidsvereiste ten aanzien van de uiterste wilsbeschikking strikt moet worden opgevat. Het rechtsgevolg waarop een uiterste wilsbeschikking is gericht, moet door de erflater zelf worden bepaald. En wel omdat de uiterste wilsbeschikking een hoogstpersoonlijke rechtshandeling is.4 Overigens wordt wilsdelegatie door Breemhaar niet geheel uitgesloten. Het delegatieverbod laat naar zijn mening onverlet dat de erflater soms op grond van de wet of het ongeschreven recht een testamentaire bevoegdheid kan verlenen en het raakt evenmin de wijze van uitvoering van een legaat of testamentaire last.5 Het bepaaldheidsvereiste wordt door hem als volgt omschreven:
‘Volgens een ongeschreven regel is ten aanzien van een rechtshandeling op straffe van nietigheid een bepaald onderwerp vereist.6 Dit betekent dat het rechtsgevolg waarop een rechtshandeling is gericht, door de handelende persoon of personen in voldoende mate moet worden bepaald. Al naar gelang van de aard van de rechtshandeling wordt het vereiste, dat men als het bepaaldheidsvereiste kan aanduiden, meer of minder strikt opgevat.’7
Het bepaaldheidsvereiste verlangt van iedere rechtshandeling een bepaald onderwerp. Als onderwerp van bijvoorbeeld de erfstelling dient mijns inziens te worden aangemerkt: de personen die verkrijgen (de erfgenamen) evenals hetgeen wordt verkregen (de erfdelen). Volgens Breemhaar houdt het vereiste van een bepaald onderwerp overigens in dat het rechtsgevolg waarop de rechtshandeling is gericht in voldoende mate moet zijn bepaald. Dit spreken over het beoogde rechtsgevolg doet in eerste instantie vreemd aan. Bij het bepaaldheidsvereiste gaat het immers om het tot de inhoud behorende onderwerp van de wilsbeschikking en zodoende niet om het beoogde rechtsgevolg. Breemhaars uitleg van het bepaaldheidsvereiste is echter eenvoudig te verklaren. Op grond van art. 3:33 BW zijn beoogd rechtsgevolg en onderwerp van de rechtshandeling namelijk synoniemen. Anders vond ik in Bauduin 2011, waarin ik ook het onderscheid tussen de inhoud van de uiterste wilsbeschikking en haar werking nog niet maakte. Art. 3:33 BW bepaalt dat een rechtshandeling een op een rechtsgevolg gerichte wil vereist die zich door een verklaring heeft geopenbaard. De inhoud van een rechtshandeling, waartoe ook het onderwerp behoort, kan dus in beginsel enkel bestaan uit het beogen van rechtsgevolgen. Ofwel spreken over het beoogde rechtsgevolg dat in voldoende mate moet zijn bepaald, is niet anders dan spreken over het onderwerp van de rechtshandeling dat in voldoende mate moet zijn bepaald. Met het tot uitdrukking brengen van het beoogde rechtsgevolg van de rechtshandeling wordt ook het onderwerp van de rechtshandeling gegeven. Toch lijkt er minder ruimte te zijn voor wilsdelegatie indien het beoogde rechtsgevolg in voldoende mate bepaald moet zijn, dan indien het onderwerp van de uiterste wilsbeschikking in voldoende mate bepaald moet zijn. Bij wilsdelegatie tracht erflater, zoals gezegd, immers juist speelruimte voor de door hem beoogde rechtsgevolgen te creëren. Mijn voorkeur gaat dan ook uit om (in lijn met het bepaaldheidsvereiste ofwel het vereiste van een bepaald onderwerp) te spreken van een in voldoende mate bepaald onderwerp in plaats van een in voldoende mate bepaald beoogd rechtsgevolg.
Wanneer een rechtshandeling ‘in voldoende mate’ is bepaald, hangt af van de aard van de beschikking.8 De hoogstpersoonlijke aard van de uiterste wilsbeschikking leidt volgens Breemhaar ertoe dat erflater het beoogde rechtsgevolg steeds zelf dient te bepalen.9 Bij deze visie plaats ik twee kanttekeningen:
Breemhaars delegatieverbod ziet niet op delegatie ten aanzien van de werking van de uiterste wilsbeschikking.
Het is mijns inziens onjuist dat het hoogstpersoonlijk karakter van de uiterste wilsbeschikking in verbinding met het bepaaldheidsvereiste tot een verbod van wilsdelegatie (ten aanzien van de inhoud van uiterste wilsbeschikkingen) leidt.
Hierna zal ik deze twee kanttekeningen nader toelichten.