Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/4.3.2
4.3.2 Artikel 676 ZGB
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS613689:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Of: in percelen die niet ten dienste staan van die leidingen.
Het begrip 'Werk' wordt breed uitgelegd/toegepast en ziet onder meer ook op de bovengrondse voorzieningen, zoals het verdeelstation, schakelkasten, zogenaamde handholes, transformatiehuisjes en telefooncentrales.
In beginsel kan een grondperceel geen hulpzaak zijn, maar in kantonaal recht wordt hierop een uitzondering gemaakt in de zin dat een begraafplaats als hulpzaak van een kerk kan worden beschouwd. Zie Meier-Hayoz 1959, p. 218.
Ploeger 1997b, p. 310.
Meier-Hayoz 1977, p. 189.
Haab e.a. 1977, p. 87 e.v. en Meier-Hayoz 1959, p. 248.
Bijvoorbeeld op basis van het Quellenrecht (= zakelijk recht om (bron)water uit de grond te halen en toe te eigenen) of B aurecht (= zakelijk recht om op of onder de grond van een ander een bouwwerk in eigendom op te richten of in stand te houden).
Hagmann 2009.
Het Durchleitungsrecht kan ook als Grunddienstbarkeit ten bate van het 'Werk' (de onderneming of installatie in plaats van het perceel waarop de onderneming is gesitueerd) worden gevestigd, aldus Meier-Hayoz 1977, p. 190.
In het ZGB kan een Dienstbarkeit van leiding op twee manieren worden geregeld, te weten op grond van artikel 676 ZGB (Durchleitungsrecht) en op grond van artikel 691 ZGB (Leitungsbaurecht).
In artikel 676 ZGB is de Durchleitungsdienstbarkeit geregeld:
Leitungen für Wasser, Gas, elektrische Kraft. u. Dgl , die sich aufierhalb des Grundstückes befinden dem sie dienen, werden wo es nicht anders geordnet ist, als ZugehOr des Werkes, von dem sie ausgehen, und als Eigentum des Werkeigentümers betrachtet.
Soweit nicht das Nachbarrecht Anwendungfindet, erfolgt die dingliche Belastung der fremden Grundstücke mit solchen Leitungen durch die Errichtung einer Dienstbarkeit.
Die Dienstbarkeit entsteht, wenn die Leitung nicht dufierlich wahrnehmbar ist, mit der Eintragung in das Grundbuch und in den andern Füllen mit der Erstellung der Leitung.
Dit artikel bepaalt dat nutsleidingen die in (andermans) percelen1 gelegen zijn, niet worden nagetrokken door de grond of de percelen waarin ze gelegen zijn. Deze leidingen worden als zogenaamde hulpzaak (Zugehbr) beschouwd van de onderneming of installatie2 waartoe ze behoren. Hulpzaken conform artikel 644 ZGB, zijn vergelijkbaar met onze hulpzaken (cf. artikel 3:254 BW) en hebben als kenmerk dat ze zien op roerende zaken3 die voor een lange tijd ten dienste staan van of een nauwe betrekking hebben met een andere (hoofd)zaak (stoffelijk object), hetgeen ook voor derden kenbaar moet zijn. Deze constructie lijkt op het eerste gezicht als een toepassing van het leerstuk van de horizontale natrekking, maar dat is volgens Ploeger niet juist:4
`De leidingen, het netwerk, staan inderdaad in een goederenrechtelijk verband met de `centrale' e.d., maar niet als bestanddeel. Het Zwitserse Zugehbr is namelijk vergelijkbaar met onze hulpzaak, zowel in zijn oude als nieuwe vorm (artikel 563 BW (oud) resp. artikel 3:254 BW). Er is sprake van een in beginsel zelfstandige zaak die echter met een andere zaak, de hoofdzaak, in een zodanig nauwe betrekking van exploratieve aard staat dat beide zaken onder het zelfde 'regime' vallen.'
Gelet op de definitie van 'Zugehör in artikel 644, tweede lid ZGB zou verondersteld kunnen worden dat de leidingen als roerende zaken moeten worden beschouwd. Leidingen worden echter als bijzondere hulpzaken beschouwd waarop artikel 644 ZGB niet (volledig) van toepassing is. Dit is enerzijds omdat leidingen als onroerende zaken worden beschouwd en anderzijds omdat het hulpzaken zijn van een 'Werk' (= een samenstel van zaken en rechten zoals een onderneming) in plaats van een zaak/stoffelijk object:5
`Dieses Zugehitverhgtnis kann nur bestehen, wenn sowohl das Werk als auch die Leitungen selbstindige Rechtsobjekte sind. Nur ureter dieser Voraussetzung hat es einen Sinn, die technische und wirtschaftliche Funktion, welche die Leitungen fr das Werk haben, durch ihre Zugehbrigkeit zum Werk auch rechtlich wirksam zu machen'.
Leidingen worden dan ook niet als een normale Sachzugehör , maar als een bijzondere `Unternehmens (of Werk)zugehör6 bestempeld zodat de leidingen als onroerende hulpzaken worden aangemerkt waardoor ze samen en op dezelfde wijze met het 'Werk' (bijvoorbeeld de elektriciteitscentrale) vervreemd of bezwaard kunnen worden.
De eigendom van de leidingen valt toe aan de eigenaar van het 'Werk'. Het Akzessionsprinzip (artikel 667 ZGB) werkt immers niet wanneer het de aanleg van leidingen betreft overeenkomstig artikel 676 ZGB. De aanlegger blijft eigenaar van de aangelegde leidingen. Voorwaarde is wel dat de eigenaar van de leiding ook eigenaar is van het perceel waarop het 'Werk' (de onderneming of de centrale) is gevestigd, dan wel een zelfstandig en zakelijk recht7 heeft op het grondperceel van het `Werk'.8 Is dit niet het geval, dan zal de normale natrekkingsregeling in werking treden en is de eigenaar van de grond, eigenaar van de leiding.
Conform het tweede lid van artikel 676 ZGB worden de vreemde percelen belast met een (soort van) opstalrecht (van leiding) dat schriftelijk moet worden vastgelegd. In het schriftelijke stuk (onderhandse overeenkomst is mogelijk, maar ook een notariële akte of vonnis) moet in ieder geval uitdrukkelijk worden opgenomen dat een Dienstbarkeit wordt gevestigd als wel een beschrijving van de belaste/dienende percelen, alsmede de heersende percelen of het heersende `Werk' 9 (als het een Grunddienstbarkeit betreft), dan wel de gerechtigde persoon (als het een Personalsdienstbarkeit is). Tot slot dient in het schriftelijke stuk de inhoud en de omvang van het gebruik van de Dienstbarkeit uitdrukkelijk omschreven te worden. Eventueel kan overeengekomen worden dat de grondeigenaar een bepaalde vergoeding krijgt voor het dulden van de leiding in zijn grond, dan wel een vergoeding voor eventuele schade door aanleg of onderhoud van de leiding.
Indien de leiding bovengronds of zichtbaar is (aangelegd), ontstaat het recht door aanleg van de leiding; inschrijving in het Grundbuch is in beginsel wel mogelijk, maar niet noodzakelijk voor het ontstaan van het recht.10 Wanneer de leiding ondergronds (niet zichtbaar) wordt aangelegd, ontstaat de Dienstbarkeit door inschrijving ervan in het Grundbuch.