Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden
Einde inhoudsopgave
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/10.3.1:10.3.1 Kwalificatievraag
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/10.3.1
10.3.1 Kwalificatievraag
Documentgegevens:
mr. M.R. Ruygvoorn, datum 09-06-2009
- Datum
09-06-2009
- Auteur
mr. M.R. Ruygvoorn
- JCDI
JCDI:ADS305448:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Soortgelijke internationaalprivaatrechtelijke problemen als hiervoor besproken, doen zich voor bij een vordering tot dooronderhandelen als partijen in het stadium zijn komen te verkeren dat het hun niet meer is toegestaan de onderhandelingen eenzijdig af te breken. Daarbij zullen de verschillen in uitkomst in de verschillende rechtsstelsels mogelijk nog diverser zijn als gevolg van de verschillende materieelrechtelijke opvattingen die in de ons omringende landen zijn aan te treffen met betrekking tot de grondslag van een dergelijke vordering. Zoals uit hfdst. 3 is gebleken, kwalificeert een vordering tot dooronderhandelen of tot schadevergoeding wegens het afbreken van onderhandelingen in het stadium waarin dit niet meer (eenzijdig) vrij staat, naar Nederlands recht als een vordering uit onrechtmatige daad. Een delictuele grondslag dus. Uit hfdst. 1 volgde echter reeds dat dit niet in alle ons omringende jurisdicties zo wordt gezien. Zo werd bijv. in het Duitse recht de verbintenis die voortvloeit uit het afbreken van onderhandelingen beschouwd als een (quasi)contractuele (die inmiddels gesanctioneerd wordt door par. 276 BGB). Dergelijke verschillen leiden uiteraard ook tot toepassing van verschillende bevoegdheidsbepalingen.