Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.5.3
4.5.3 Grenzen subjectief vergoedingsbegrip
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291697:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 20 januari 2005, zaak C-412/03, V-N 2005/8.22, r.o. 22 (Hotel Scandic Gåsabäck), HvJ EU 9 juni 2011, zaak C-285/10, V-N 2011/37.20, r.o. 25 (Campsa Estaciones de Servicio) en HvJ EU 2 juni 2016, zaak C-263/15, V-N 2016/31.18, r.o. 45 (Lajvér).
A.A. van Velten, Privaatrechtelijke aspecten van onroerend goed (Ars Notariatus nr. 120), Deventer: Wolters Kluwer 2018, p. 124.
Ook in het Nederlandse civiele recht geldt bij wederkerige overeenkomsten, zoals koop, ruil en huur, als uitgangspunt dat een gelijkwaardigheid van beide prestaties in objectieve of subjectieve zin niet vereist is (C.H. Sieburgh, Asser/Sieburgh 6-III 2018/81 (online, bijgewerkt op 2 november 2018)).
Een vastgoedtransactie onder bezwarende titel veronderstelt dat voor de vastgoedtransactie een tegenprestatie ontvangen wordt. Dat de belastingplichtige een vastgoedtransactie tegen een hogere of lagere prijs dan de kostprijs of marktprijs verricht is in de regel niet relevant voor de belastbaarheid.1 Ook is het in de regel niet relevant of partijen van mening zijn dat de vergoeding voor de vastgoedtransactie te hoog of te laag is. Een objectieve of subjectieve gelijkwaardigheid van de vastgoedtransactie en de tegenprestatie (de zogenoemde ‘iustum pretium’2) is dus niet vereist.3 Dit laat onverlet dat ook het subjectieve vergoedingsbegrip in de btw zijn grenzen kent. In de jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Hoge Raad zijn er tot op heden drie (onder)grenzen te onderkennen: de verwaarloosbare vergoeding, in wezen geen of een verwaarloosbare vergoeding en een vergoeding voor een deel van de vastgoedtransactie. Deze (onder)grenzen van het subjectieve vergoedingsbegrip komen in de paragrafen 4.5.3.1 tot en met 4.5.3.4 achtereenvolgens aan bod.
4.5.3.1 Verwaarloosbare vergoeding4.5.3.2 In wezen geen of verwaarloosbare vergoeding4.5.3.3 Vergoeding voor deel vastgoedtransactie