De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.9.4:4.9.4 Verhouding medezeggenschap en professioneel statuut
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.9.4
4.9.4 Verhouding medezeggenschap en professioneel statuut
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949520:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2015/16, 34 458, nr. 4, p. 26.
Kamerstukken II 2015/16, 34 458, nr. 4, p. 27.
Artikel 31a, eerste lid, van de Wpo, artikel 7.8, eerste lid, van de Wvo 2020, artikel 4.1a.1, eerste lid, van de Web en artikel 31a, eerste lid, van de Wec.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor is uiteengezet dat leraren deel kunnen nemen aan de medezeggenschap om via die weg invloed uit te oefenen op het beleid en de regels van het bevoegd gezag. Daarnaast maken de leraren echter ook afspraken met het bevoegd gezag in het professioneel statuut over zijn zeggenschap (zie hierover uitgebreider § 3.5.3). Het is de vraag hoe deze afspraken zich verhouden tot de bevoegdheden die de medezeggenschap heeft om het beleid en de regels van het bevoegd gezag te beïnvloeden. In zijn advies bij de Wet beroep leraar wees de Raad van State erop dat het toevoegen van een professioneel statuut, naast de bestaande medezeggenschap, leidt tot een stapeling van procedures.1 De minister zag dit anders. Bij medezeggenschap zou het accent liggen op het recht om geïnformeerd en betrokken te worden bij aangelegenheden over het bestuurlijk functioneren van de school, zoals de organisatie, arbeidsomstandigheden en arbeidsrelatie.2 Terwijl in het professioneel statuut, volgens de minister, de eigenstandige beslisbevoegdheid van leraren binnen de kaders van het bevoegd gezag centraal staan. De medezeggenschap is een van deze kaders waarbinnen deze zeggenschap van de leraar moet plaatsvinden. Het bevoegd gezag en de leraar zouden hierover in het professioneel statuut afspraken moeten maken.
Uit de bepalingen in de Wpo, Wvo 2020, Web en Wec vloeit inderdaad voort dat de zeggenschap van de leraar plaats moet vinden binnen de kaders van het beleid van de school.3 Dit beleid komt tot stand met betrokkenheid van de medezeggenschap. Het professioneel statuut, waarin het bevoegd gezag en de leraar afspraken maken over zeggenschap van de leraar, moet dan in beginsel ook passen binnen de kaders van het reguliere beleid van de school. Wanneer de zeggenschap van de leraar zich zou moeten uitstrekken buiten deze kaders dan moet het beleid aangepast worden, daar dient dan zo nodig de medezeggenschap bij betrokken te worden. Het bevoegd gezag en de leraar zijn dan ook niet geheel vrij bij het maken van afspraken in het professioneel statuut.