Einde inhoudsopgave
Afscheid van de klassieke procedure (NJV 2017-1) 2017/II.8.4.2
II.8.4.2 De inhoud van de procedure
B.J. van Ettekoven en A.T. Marseille, datum 08-06-2017
- Datum
08-06-2017
- Auteur
B.J. van Ettekoven en A.T. Marseille
- JCDI
JCDI:ADS298310:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
A.D. Reiling, ‘Kei voorbij met ODR’, Recht der Werkelijkheid 2016 (37) 2, tijdschrift van de Vereniging voor de Sociaalwetenschappelijke Bestudering van het Recht (VSR). Zie het interview met kantonrechter Erik Koster, zoals weergegeven in het rapport ‘Rechtspraak die ertoe doet’, 2016, p. 12/13, te vinden op rechtspraak.nl.
De mondelinge behandeling door het United States Court of Appeals (Ninth Circuit) in San Fransisco in de zaak over Trump’s eerste inreisverbod is live uitgezonden en door 137.000 personen bekeken.
Een dergelijk document lijkt te voldoen aan de eisen van de artikelen 8:67, 8:77 en 8:78 Awb.
Vanwege de sluiting van het Kantongerecht Emmen wordt de ‘videorechter’ nu ook ingezet in Noord-Nederland, waar burgers uit o.a. Emmen vanuit het gemeentehuis Emmen via een beeldverbinding contact hebben met hun rechter in de rechtbank Assen. Gelet op de afstand van Assen naar Emmen (40 km) een luxe service. Wij denken eerder aan een burger uit Schiermonnikoog of Zuid-Limburg, die wordt gevraagd zich voor een korte regiezitting om 10.00 uur te melden op de Kneuterdijk in Den Haag.
A.D. Reiling, ‘Technology for Justice; How information technology can support Judi-cial Reform’, Leiden University Press, 2009.
Voor de toepassing van AI in het recht helpt het dat de wetgever de wet toegankelijk maakt en houdt, ook ‘oud recht’, en consistentie betracht bij het gebruik van juridische begrippen in elkaar opvolgende wettelijke regelingen.
Van te veel aanbevelingen kan een concipiënt dol worden. De ‘recommender’-knop moet ook uitgezet kunnen worden.
Wensen partijen. Zoals hiervoor aan de orde kwam bij het hoofdstuk over zaakdifferentiatie en regie is een van de uitdagingen voor de rechtspraak om bij de inrichting van het proces rekening te houden met de wensen van partijen. Als het die kant opgaat, waar wij voor pleiten, dan moet partijen wel de gelegenheid worden geboden hun wensen kenbaar te maken. Dat zou kunnen in het portaal bij het opstellen van het beroepschrift. Maar ook op een later moment moet dat mogelijk zijn, bijvoorbeeld in vrije velden. Gewerkt kan worden met velden waarop enkele basisopties kunnen worden aangevinkt, met de mogelijkheid daarop een toelichting te geven. Als een partij aangeeft een voorkeur te hebben voor een snelle procedure (‘fast track’), met geen of hooguit één schriftelijke ronde, een op zo kort mogelijke termijn te houden zitting, een uitspraak op korte termijn met een beknopte motivering, of – nog beter – een mondelinge uitspraak, en die partij genoegen wil nemen met behandeling door een enkelvoudige kamer, is dat voor de rechtspraak dan een relevant gegeven? Of moet betrokkene achter in de rij aansluiten en op zijn beurt wachten om te vernemen welke keuze de rechtspraak heeft gemaakt voor de inrichting van ‘zijn’ procedure? Wij zijn van mening dat het digitale systeem zoveel mogelijk moet worden ingezet voor zaakdifferentiatie. Technisch gezien is het niet moeilijk velden op te nemen waarin wensen kunnen worden geuit over de inrichting van de procedure. We doelen niet op ‘menu’-rechtspraak van het type ‘u-vraagt-en-wij-draaien’. Uiteraard kan niet worden gegarandeerd dat (alle) wensen van een partij worden gehonoreerd, bijvoorbeeld als de andere partij anders denkt over de meest wenselijke inrichting van de procedure. In dat geval zal de rechter de knoop moeten doorhakken. Maar als er niet naar wordt gevraagd, dan kan de rechter met eventuele partijwensen ook geen rekening houden, of pas in een laat stadium, namelijk bij de behandeling op zitting.
Online Dispute Resolution (ODR). In hoofdstuk 7 kwam de ADR/ODR-track al ter sprake. Hier gaat het om de vraag hoe het portaal kan worden ingezet om de kansen van conflictoplossing te vergroten. In het portaal zou een partij moeten kunnen aangeven dat hij het op prijs stelt als de rechter een poging wil doen partijen tot elkaar te brengen. Als de rechtzoekende die optie aanvinkt en de tegenpartij wil daar ook aan meewerken, dan kan de zaak op een ODR-track geplaatst worden, met een regietraject door een rechter die de Nieuwe Zaaksbehandeling goed onder de knie heeft. Regie in de ODR-track betekent het stellen van anderssoortige vragen dan bij regie gericht op (juridische) geschilbeslechting. Inzet van een mediator kan onderdeel uitmaken van de ODR-track. De online gestarte procedure kan ook worden gecombineerd met een zitting in de rechtszaal of met een beeldverbinding.Dat hier mogelijkheden liggen mag blijken uit het ODR-forum van eBay, dat jaarlijks miljoenen geschillen beslecht. De klager kan vragen om assistentie bij het oplossen van het geschil door een professionele mediator; kosten 15 dollar, overige kosten worden door eBay vergoed. Een andere grote ODR-speler in de USA is Cybersettle, die via een online platform heeft bijgedragen aan schikkingen in honderdduizenden zaken, ook geschillen waarbij overheden partij zijn (zoals de stad New York). Uit Frankrijk is bekend Demander Justice, een ODR-platform met geringe kosten (40 euro zonder en 90 euro met een sessie bij een ‘vredes’-rechter). Een Nederlands voorbeeld van ODR is het programma ‘Rechtwijzer uit elkaar’, dat door de Raad voor de Rechtsbijstand wordt aangeboden en dat in hoofdstuk 6 al ter sprake is gekomen. Volgens Hiil-oprichter Barendrecht is de ambitie om voor echtscheidingen een nieuwe vorm van rechtspleging te ontwikkelen, die het langdurige, schadelijke en kostbare duel in de rechtszaal kan vervangen. De online procedure biedt mogelijkheden om partijen te helpen vat te krijgen op hun geschil, waarmee ze zelf meer verantwoordelijkheid kunnen nemen voor goede oplossingen. Juristen (advocaten, rechters) komen daarbij in een andere rol en helpen bij het vinden van voor kinderen en ouders werkbare oplossingen. Juristen waarborgen de eerlijkheid van de procedure, de rechtvaardigheid van de uitkomsten en zorgen dat partijen bewuste keuzes maken. Zo nodig vult de rechter of een andere neutrale beslisser de afspraken aan op punten waar partijen er niet uitkomen. De rechter kan daarbij een actieve rol vervullen, aldus Barendrecht. Ook Reiling en Koster zien mogelijkheden om de rechter een rol te laten spelen in een vrijwillige ODR-procedure terzake van de geschilpunten waar partijen zelf niet uit komen.1 Na beslechting van het (deel)geschil kan de mediation dan zonodig worden voortgezet: hybride rechtspraak, een mengvorm van rechtspraak en mediation.
De rechtspraak moet zich beraden op haar opdracht en taakopvatting. Als naast (juridische) geschilbeslechting een bijdrage aan conflictoplossing ook als taak van de rechter wordt gezien, dan moet worden nagedacht hoe dat te incorporeren in het digitale proces. De rechtspraak kan er ook voor kiezen in bepaalde soorten zaken standaard een ODR-track aan te bieden, bijvoorbeeld bij schuldsaneringszaken, arbeidsconflicten of familiezaken en in het bestuursrecht bij burenruzies die worden uitgevochten over de band van het al dan niet uitgelokte overheidsbesluit.
Beeld & geluid. De Nederlandse rechtspraak is terughoudend met het tonen van live-beelden van de behandeling van rechtszaken. Doorgaans wordt volstaan met enkele beelden van de opening van de zitting. Soms wordt de hele behandeling getoond. Druk op de rechtspraak en de wens om transparant te zijn over het functioneren van de rechterspraak en de rechter, ook in een concrete zaak, kan ertoe leiden dat zittingen vaker in het geheel online kunnen worden gevolgd. In maatschappelijk relevante zaken, denk aan de Urgenda-zaak, procedures over de gaswinning in Groningen, de Zwarte Piet-zaak, valt daar veel voor te zeggen.2 De optie van streaming van live beelden van zittingen zou op termijn kunnen worden geïntegreerd in het portaal.
Een gedingstuk is meestal een tekstdocument. Maar ook beeld- en geluidsdocumenten (foto’s, kaarten, plattegronden, video’s, geluidsfragmenten) kunnen als gedingstuk worden ingediend, mits in een toegestaan format. Beeld- en geluidsdocumenten kunnen echter ook onderdeel uitmaken van een tekstdocument. Een foto of video in een tekst kan zeer verhelderend zijn om de voor de beantwoording van de rechtsvraag relevante feitelijke situatie aan de rechter duidelijk te maken.
Ook de rechtspraak zal op termijn dergelijke documenten aan het dossier toevoegen, bijvoorbeeld de (beeld- of geluids)registratie van een mondelinge behandeling of van een mondelinge uitspraak. Nu al worden soms ‘plaatjes’ in een uitspraak opgenomen (IE-zaken, bestemmingsplanzaken). Het is een kwestie van tijd voordat uitspraken ook beeld- en geluidsfragmenten zullen bevatten. Door het toevoegen van beeld en geluid wijzigt een document (pdf) in een meerdimensionaal communicatiemiddel. Ten opzichte van een tekstdocument biedt dit extra mogelijkheden om de voor een zaak relevante feiten en omstandigheden in de uitspraak duidelijk weer te geven en om de motivering te verrijken. In veel zaken heeft een mondelinge uitspraak toegevoegde waarde, omdat de rechter dan in gewoon Nederlands zijn beslissing kan uitleggen. Voor een visueel gehandicapte zal een mondelinge uitspraak toegevoegde waarde hebben. Waarom kan de uitspraak dan niet de vorm van een document met een geluidsfragment hebben?3 Beeldcommunicatie tussen rechter en partijen kan ook worden gebruikt voor het houden van een regiezitting, het horen van getuigen en de mondelinge behandeling van het beroep. Beeldcontact met de rechter wordt ook nu al door de rechtspraak ingezet, o.a. in het straf- en vreemdelingenrecht. Beeldcontact kan toegevoegde waarde hebben bij communicatie met partijen in het buitenland, bij partijen in de uithoeken van Nederland4 en bijvoorbeeld bij personen die niet of moeilijk naar de rechter kunnen komen, zoals gedetineerden, personen in uitzetcentra en fysiek gehandicapten. Ook is denkbaar dat tijdens een gewone zitting in de rechtszaal in aanwezigheid van partijen een (andere) partij of een getuige, deskundige of tolk aan die behandeling deelneemt via een beeldverbinding. Van het beeldcontact zal een registratie worden gemaakt, dat als document aan het digitaal dossier wordt toegevoegd.
Formulieren. De rechtspraak zal gebruik kunnen maken van (verplichte) formulieren met (verplicht) in te vullen velden. Het werken met verplichte velden (‘dedicated fields’) kan bijdragen aan de efficiency, omdat een partij daarmee wordt gedwongen de benodigde informatie in een keer aan te leveren. Hierdoor zullen tijdrovende ‘herstel verzuim’-acties (artikel 6:5 Awb) kunnen worden vermeden. Daarbij valt allereerst te denken aan gegevens die nodig zijn om de zaak te registreren (o.a. partijnaam, woonplaats of zetel) en aan procesinformatie (soort zaak, type verzoek).
Formulieren kunnen ook worden gebruikt om de voor de inhoudelijke beoordeling van een zaak benodigde gegevens gestructureerd aangeleverd te krijgen. Het sturen op dergelijke informatie kan behulpzaam zijn bij het inventariseren van de geschilpunten, het voorbereiden van de zitting, het zicht krijgen op mogelijkheden voor conflictoplossing en het opstellen van dat deel van de concept-uitspraak dat een overzicht geeft van de relevante feiten en stellingen. Hoewel software steeds slimmer wordt en ook ongestructureerde teksten kan doorzoeken, vergemakkelijkt het werken met gestructureerde velden de mogelijkheden voor digitale toepassingen. De rechtspraak moet bepalen of en voor welke soort zaken met formulieren wordt gewerkt en voor welk doel (proces en/of inhoud).
IT in de rechtspraak. Inzet van IT in de rechtspraak vergt dat op een andere wijze wordt nagedacht over de organisatie van zaakmanagement. Er zal meer op informatiestromen moeten worden gestuurd.5 Dat kan door partijen in het portaal formulieren te laten invullen en door gebruik te maken van centrale bronnen (zoals BRP, BAG, LV-WOZ, Kadaster, ruimtelijkeplannen.nl) en koppelingen met de Raad voor rechtsbijstand (informatie over toevoegingen), het tolkenbureau etc.
Een meer geavanceerde methode is het werken met expertsystemen, een combinatie van een vragenlijst met een beslisboom, die de rechter veel werk uit handen kan nemen bij de voorbereiding van de zitting of zijn beslissing. Ook expertsystemen kunnen in het portaal worden geïntegreerd. Het bouwen van expertsystemen is een kostbare aangelegenheid. Om die reden zullen die systemen vooral worden ingezet bij soorten zaken waarover veel wordt geprocedeerd. Verder zijn zaken over besluiten gebaseerd op gedetailleerde regelgeving, die zich goed laat vertalen naar een vragenlijst en een beslisboom, geschikter voor toepassing van expertsystemen dan besluiten gebaseerd op regelkaders met open normen. Geschikt zijn bijvoorbeeld wetgevingscomplexen in het arbeidsrecht (WWZ), belastingrecht, toeslagen, sociale zekerheid, studiefinanciering en de WAHV (Wet Mulder). Minder geschikt zijn besluiten waarin invulling is gegeven aan open normen, zoals “goede ruimtelijke ordening”6, tenzij de jurisprudentie voldoende onderscheidende factoren en houvast biedt om het expertsysteem te vullen. Voor de inzet van expertsystemen zijn ook geschikt geschillen over kwesties waar de rechtspraak eigen spelregels hanteert, zoals de richtlijnen alimentatie, de kantonrechtersformule bij beëindiging van een arbeidsovereenkomst en sinds kort de hoogte van schadevergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn. Dergelijke “beleidsregels” kunnen worden uitgewerkt in formulieren, beslisbomen of expertsystemen, die worden geïntegreerd in het portaal.
De rechtspraak kan nog een stap verder gaan door partijen de uitkomst van de inzet van het expertsysteem voor te houden, met de gelegenheid daarop te reageren, of met de vraag of die uitkomst reden is met de tegenpartij tot een vergelijk te komen om daarna het beroep in te trekken. Zo nee, dan mag van partijen worden gevergd dat ze aangeven waarom de uitkomst onjuist is of de voorgestelde beslissing in het concrete geval onbillijk uitpakt. Mocht een zitting nodig zijn, dan is belangrijk voorbereidend werk gedaan en weet de rechter wat hem te doen staat en waar de ruimte zit.
Ook als de rechtspraak niet zelf expertsystemen ontwikkelt, zal zij er mee te maken krijgen, omdat commerciële partijen dat zullen doen en procespartijen er gebruik van zullen maken. Rechters zullen worden geconfronteerd met de output van expertsystemen. In processtukken zal ernaar worden verwezen. Hoe moet de rechter daar mee omgaan? Wat moet de kantonrechter met een zaak over een transitievergoeding, waarin de eiser aangeeft dat zijn eis is gebaseerd op raadpleging van het expertsysteem Magontslag (UvA)?. Dat programma claimt in hoge mate betrouwbare informatie te verstrekken over de rechtspositie van werknemers op grond van de Wet werk en zekerheid, o.a. bij het recht op en de hoogte van een transitievergoeding. Negeert de kantonrechter het “advies” van Magontslag of betrekt hij het bij zijn overwegingen? Moet hij motiveren om welke redenen hij afwijkt van dat “advies”? Als grote vakbonden en rechtsbijstandsverzekeraars met dat programma werken, waarom doet de (kanton)rechter dat dan niet? Moet de rechtspraak (het recht op gebruik van) dat programma niet aankopen om de discussie met partijen op niveau aan te kunnen gaan? Weten we wel zeker dat kantonrechters de WWZ beter en consistenter toepassen dat genoemd expertsysteem? De rechtspraak zal onvermijdelijk met dergelijke vragen worden geconfronteerd.
Kennissystemen. Juristen zijn inmiddels gewend aan het werken met kennissystemen. Interne, gedigitaliseerde kennisbanken, databanken van de overheid (zoals overheid.nl, wetten.nl), bronnen van rechterlijke colleges (rechtspraak.nl, raadvanstate.nl, echr.coe.int, curia.europa.nl) en databanken van commerciële aanbieders (o.a. LexisNexis, Westlaw, Navigator, Opmaat, Legal Intelligence). De kennissystemen zijn (nog) niet geïntegreerd met tekstverwerkingssoftware die door de rechtspraak wordt gebruikt. Als kennissystemen worden geïntegreerd met de kantoorapplicaties kan nog “slimmer” worden gewerkt. Zonder dat op trefwoorden hoeft te worden gezocht “weet” het systeem waarover de nota of de concept-uitspraak gaat waaraan wordt gewerkt. Het systeem scant en analyseert de tekst-in-wording continu. Het zal suggesties doen, die naarmate er meer informatie beschikbaar is meer to-the-point worden. Het kan dan gaan om een recente notitie van een collega over hetzelfde onderwerp, een concept-uitspraak die in een werkoverleg is besproken, een recente uitspraak van een andere rechtbank, de hogerberoepsrechter, de Hoge Raad of het EHRM. We hebben het hier over ‘recommender systems’ (bekend van o.a. Spotify, Netflix, Amazon en Bol.com).7
In het verlengde van de hiervoor ontvouwde gedachte over het delen van relevante informatie met partijen kan de rechtspraak ervoor kiezen in het portaal voor partijen de toegang te openen tot (interne) kennissystemen. Dan kunnen partijen daaruit de voor hun zaak relevante informatie halen. Die informatie kan hen helpen hun proceskansen of de juridische houdbaarheid van bepaalde stellingen beter in te schatten.